De journalist schrijft, de Controle Groep turft

,,U schrijft toch wel de waarheid?'' Geen vraag is me de afgelopen jaren vaker gesteld. Soms speels, meestal bezorgd. Door de provinciale bestuurder van Timisoara in Roemenie, door de geplaagde nationale ombudsman in Hongarije, door de angstige vluchteling op de Balkan, door de achterdochtige bakker in een Pools dorp.

Altijd weer diezelfde vraag, altijd weer dat zelfde moment van spanning: ben ik van de tegenpartij of niet? En altijd weer dat gevoel van opluchting als we besluiten elkaar te vertrouwen nadat ik mijn simpele toverformule gezegd heb: ,,Natuurlijk schrijf ik de waarheid, ik ben een onafhankelijk journalist.''

Naarmate ik langer in Midden- en Oost-Europa rondzwerf groeit mijn verbazing over de hardnekkigheid om in het handelen van anderen en zeker van de pers – vooral slechtigheid te zien, boze plannen om de Hongaren, de Polen of de Roemenen in een slecht daglicht te stellen. Duistere samenzweringen waarover de buurman je meer weet te vertellen dan de onafhankelijke pers.

Buitenlandse correspondenten in Hongarije werden deze week op een fraai voorbeeld getrakteerd. Een organisatie met de omineuze naam `Controle Groep' bleek de laatste anderhalf jaar precies te hebben bijgehouden hoe buitenlandse correspondenten over Hongarije hadden geschreven. Volgens niet nader omschreven criteria had de groep een lijst gemaakt van `positieve' en `negatieve' berichtgeving over het land. In het regeringsgezinde blad Magyar Nemzet (Hongaarse Natie) verscheen een bijna paginagroot artikel met vette grafieken waarop o.a. te zien was in welke mate dertien correspondenten onder wie de uwe zich schuldig hadden gemaakt aan dit vergrijp. Nummer één kreeg `10 maal' aan de broek. Nummer dertien `0,3 maal'. Maal wat? Dat bleef onduidelijk en in het artikel zelf werd ook nergens toegelicht hoe de gehekelde correspondenten over de schreef waren gegaan.

In het begeleidend artikel werd vooral schande gesproken van het feit dat niemand, maar dan ook niemand van hen enthousiast had bericht over de Hongaarse millenniumvieringen.

Dat heeft kennelijk pijn gedaan: ,,Dit laatste gegeven is ongehoord en verbijsterend omdat er geen enkele verklaring is waarom dit geteisterde landje dat zijn duizendjarige bestaan vierde juist vanwege zijn millennium zou moeten worden beledigd en te schande gemaakt.'' Iets niet opschrijven is dus beledigend.

Even later geeft de anonieme schrijver toch een reden. ,,In rechtse kringen bestaat daarom de indruk dat de negatieve berichtgeving wordt ingegeven, of zelfs wordt geëntameerd, door de hoofdkwartieren van de links-liberale partijbureaus.'' Buitenlandse media dus als huurlingen van ex-communisten en joden.

In Nederland zouden we de bevindingen van de Controle Groep wat kort door de bocht vinden. In Hongarije horen ze bij het sociaal-politieke landschap.

Anderhalf jaar geleden bleek de Hongaarse premier Orbán een lijst te hebben met artikelen van buitenlandse correspondenten waarin onaardige dingen over zijn land zouden zijn gezegd. De premier zwaaide ermee in het parlement om te bewijzen dat de oppositie bereid was haar ziel aan de buitenlandse journalisten te verkopen om terug te komen aan de macht. Kort door de bocht? Niet in Hongarije, want daar begrijpt iedereen dat de linkse oppositie naar het buitenland zal rennen om zich te beklagen. Nee? Nog niet begrepen? Omdat het namelijk geen echte Hongaren zijn...

En dat buitenlandse correspondenten geen echte Hongaren zijn behoeft natuurlijk geen verdere uitleg. Enkele maanden na het optreden van de premier in het parlement kwam Magyar Nemzet met een artikel waarin opnieuw de vloer werd aangeveegd met de correspondenten. Gerenommeerde collega's van Financial Times en Frankfurter Allgemeine Zeitung werd verweten heimelijk liever in landen als Cuba en Noord-Koreau te willen zijn dan in het vrije democratische Hongarije. ,,En ik beschouw mezelf nog wel als een saaie conservatief'', reageerde de collega van de Financial Times – hij is in zijn vrije tijd ouderling in de Schotse kerk in Boedapest – droogjes.

Op 7 april gaan de Hongaren naar de stembus. De rechts-conservatieve partij van premier Orbán ligt in de peilingen nek aan nek met die van de gehate ex-communisten, nu sociaal-democraten. Iedere stem telt. De verleiding om negatieve berichtgeving over de stand van zaken in het land toe te schrijven aan de boodschapper is groot.

De `Controle Groep' is er naarstig mee bezig. Wie of wat zij zijn wil Magyar Nemzet niet zeggen. Volgens een interview voor de Hongaarse radio gaat het om een groep ,,jonge onafhankelijke studenten die zich verantwoordelijk voelen voor vrije en onafhankelijke berichtgeving''. Iedere band met de Fidesz-partij van Orbán wordt uiteraard ontkend. Jonge mensen dus die kritische berichtgeving als bedreiging ervaren, met een potloodje rode streepjes zetten en in de regeringsgezinde pers anoniem alle ruimte krijgen. Gek toch dat dat eerder associaties oproept met oude praktijken, geheime kanselarijen en Kafka dan met het moderne Europa dat op zoek is naar gemeenschappelijke waarden.

Zou de Midden-Europese traditie echt zo hardnekkig zijn?