Bosker

In het interview met prof. R. Bosker (`Veranderen in stapjes', W&O, 5 januari) wordt een beeld van de leraar geschetst waartegen ik met kracht wil protesteren. Met grenzeloos dédain laat Bosker kwalificaties als `niet uit zichzelf bereid tot nascholing', `lui', `verdiept zich niet in het anders kunnen geven van zijn gewone lessen', `hangen erg aan hun boekjes', `geven alleen maar opdrachtjes in plaats van aan de bel te trekken', etc. over elkaar heen rollen. Hier is een meetgrage onderwijsdeskundige aan het woord! Op wat voor soort metingen baseert Bosker zijn beledigende uitspraken?

Gelukkig merkt hij iets op over de vele lessen die de Nederlandse leraar als wereldkampioen lesboer moet geven. Gaat de professor zich misschien eens verdiepen in de vraag of het voor de mensen in het onderwijs op deze wijze niet erg moeilijk wordt gemaakt om zich te professionaliseren? Het blijft natuurlijk wel een nuttige vrijetijsbesteding. En werkelijk, de Nederlandse Ieraar schoolt zich echt wel bij. Maar vaak heeft de cursist op de workshop meer aan de cursusleider te vertellen dan omgekeerd.

Natuurlijk willen slimme scholen beleid ontwikkelen voor nascholing. De uren daarvoor ga je reserveren nadat je er na weken zoeken slim in geslaagd bent een waarschijnlijk onbevoegde vervanger te vinden voor die langdurig zieke leerkracht. De collega's die gedurende die tijd overuren maakten voor de opvang kunnen nu eindelijk naast hun 28 lessen geïnstitutionaliseerd achterin de klas van een collega even uitblazen.

De heer Bosker zou toch echt moeten weten dat de boekjes waaruit de leraar al dan niet de opdrachtjes haalt na zorgvuldig overleg en uitgebreide vergelijking met andere methoden worden gekozen. Om mij heen kijkend op meer dan één school zie ik professionele mensen voor de klas staan die vanuit hun kennis en ervaring van de over hen uitgestorte tweede-fasesoepzooi nog iets weten te maken. Dat doen ze op eigen kracht, zodat het onderwijs niet leraar voor leraar hoeft te worden veranderd, zoals Bosker meent. De verandering die plaats dient te vinden is dat er eindelijk weer eens naar de leraar wordt geluisterd.