Bidden, vissen en voetbal gaan niet samen

Het is typisch Nederlands: zaterdagvoetbal. De zondagsrust blijft bewaard en de jeugdleden kunnen op zaterdagavond gewoon de kroeg in. Ook zondagclubs zien de voordelen.

Blozende mannen met bonkige lijven rijden elke zaterdagmiddag op de fiets naar het gemeentelijk sportpark in Urk, Katwijk of Spakenburg. De gereformeerde vissersdorpen zijn het strijdtoneel van een typisch Nederlands verschijnsel: het zaterdagvoetbal. Bidden, vissen en voetbal gaan moeilijk samen. Behalve op zaterdag, wanneer de kotters zijn aangemeerd en de preekstoel in de boenwas staat.

De verzuiling bestaat nog in Nederland. Op zaterdag spelen de hervormden en de gereformeerden. Op zondag spelen de heidenen en de katholieken. De scheidslijn wordt doorgetrokken in de speelstijl. De zaterdagamateurs stropen de mouwen op, zoals ze door de week de visnetten binnenhalen. De zondagamateurs houden van berekenend voetbal, zoals ze door de week achter de computer zitten.

Niet alleen de vissersdorpen, bijna elke gereformeerde gemeente heeft een voetbalclub die op zondag de poorten gesloten houdt. Kampen heeft DOS, Maassluis heeft Excelsior, Werkendam heeft Kozakken Boys. In de geschiedenis van het amateurvoetbal waren opvallend veel kleine zaterdagclubs succesvol. Mensen in de grote stad zijn minder prestatiegericht en hebben meer afleiding, weten mensen in het kleine dorp.

Het officiële karakter van het zaterdagvoetbal dateert van 1929, toen in navolging van de Rooms-Katholieke Bond en de Nederlandse Arbeidersbond de Christelijke Nederlandse Voetbalbond werd opgericht. `Ter bevordering van de Heilige Geest en het Heilige Schrift', stond in de oude statuten vermeld. De politieke en kerkelijke verdeeldheid in Nederland was in 1940 volgens toenmalige opinieleiders een van de oorzaken van de Duitse bezetting. Tijdens de oorlog sloegen de verschillende voetbalorganisaties de handen ineen. De bonden fuseerden. Aan het specifieke karakter van het zaterdagvoetbal werd om religieuze redenen niet getornd.

Ter bevestiging van een sterk verzuilde samenleving zorgden de radio-uitzendingen van de NCRV voor een toenemende populariteit van het zaterdagamateurvoetbal. Zoals het dagblad Trouw nog steeds een aparte rubriek voor zijn in sport geïnteresseerde achterban schrijft, zo was de christelijke omroep jarenlang de spreekbuis voor voetballiefhebbers met een christelijke achtergrond. De raspende stem van commentator Jaap Bax was synoniem voor sport op zaterdag. In 1995 kwam een einde aan de wekelijkse radio-uitzending van de NCRV.

Steeds meer zondagclubs in het district West 2 laten een aantal elftallen tegenwoordig op zaterdag spelen. Zo kunnen de jeugdleden ongestraft (want zonder kater op het veld) op zaterdagavond de kroeg in gaan. En de oudere leden kunnen hun vrijwilligerswerk (fluiten, bardienst) beter combineren met hun partijtje voetbal. Door deze verstrengeling heeft de KNVB momenteel geen cijfers beschikbaar over aan het aantal zondag- en zaterdagverenigingen.

Recente voorstellen van de zondagamateurs om in de hoofdklasse voortaan ook tegen de zaterdagamateurs te spelen, stuitten op protesten van de gelovigen. Zij vinden het niet erg om elk jaar dezelfde tegenstanders te treffen. De KNVB voert momenteel wél met beide partijen onderhandelingen over een gezamenlijke Topklasse, die als bruggenhoofd moet dienen tussen de eerste divisie (profs) en de hoofdklasse (amateurs).

Overigens moet de onbetaalde status van het amateurvoetbal niet serieus worden genomen. Sinds deze zomer mag elke voetballer in Nederland door derden (lees: niet de penningmeester) worden betaald. De maatregel is een logisch gevolg van het populairste tijdverdrijf bij amateurclubs: flappen onder de tafel schuiven. Door de nieuwe regel kan de plaatselijke slagerij voortaan langs legale weg een speler van elders aantrekken. Het publiek juicht even hard voor een local hero als voor een `vreemdeling'. Zolang hij maar het goede shirt aantrekt en de bal in het vijandelijke doel schiet.

Zondagamateurs koesteren minder clubliefde dan zaterdagamateurs, die echter op hun beurt steeds vaker hun religieuze achtergrond verloochenen. Ook de zaterdagclubs tasten tegenwoordig diep in de buidel voor een niet-gelovige voetballer. Met als gevolg dat lang niet alle spelers van Quick Boys op zondag naar de kerk in Katwijk gaan. Slechts de clubcultuur is onveranderd protestants gebleven.

Urk is een uitzondering op de regel van de niet-plaatsgebonden voetballer. Het eerste elftal telt bijna allemaal geboren en getogen Urkers in zijn gelederen. Een beetje Urker trekt ten aanval en heeft net als de gemiddelde Braziliaan een broertje dood aan keepen. Alleen de doelman is import. Ook in sociaal opzicht valt hij uit de toon. Hij is fysiotherapeut, zijn ploeggenoten zijn schilder, metselaar of palingkweker. Vissers die bij de amateurs op topniveau voetballen, zijn een uitstervend ras. Zij kunnen door de week niet trainen en vallen steeds vaker buiten de boot.

Spannend en sensationeel zijn de voetbalderby's in Spakenburg. Dit kleine vissersdorp telt twee grote voetbalclubs. Spakenburg is van generatie tot generatie verdeeld in twee kampen: de blauwen (VV Spakenburg) en de rooien (IJsselmeervogels). De gemoederen kunnen hoog oplopen, zeker als de ene club een speler wegkaapt bij de andere club. Jaan de Graaf was in de jaren zeventig het boegbeeld van IJsselmeervogels. Deze marktkoopman voetbalde in zijn nadagen voor de Alkmaarse profclub AZ'67. Maar nooit op zondag, want dan moest hij naar de kerk.

Op Urk is geen plaats voor een tweede voetbalclub. En ook niet voor een andere sportclub. Zelfs de Orca's, de plaatselijke basketbalvereniging, hebben het hoofd niet boven water kunnen houden. Bij de voetbalclub in Urk is de voorzitter tevens opsteller van een gedragscode, in de plaatselijke volksmond beter bekend als `de tien geboden'. Onder de huisregels van de voetbalclub vallen: niet vloeken, niet schelden, niet drogeren, niet te veel roken en drinken.

De voorzitter legde zijn gedragscode vorig jaar als volgt uit: ,,Christelijk voetbal bestaat niet, maar je kunt je wel als christen gedragen''. De praktijk blijkt echter weerbarstig op Urk. Vaten vol bier dienen als hersenspoeling. In de kerk wordt niet gedronken, in de kantine des te meer.