Argentijns miljardenmysterie

Zwijgen over de financiële betrokkenheid in Argentinië loont dezer dagen voor beursgenoteerde ondernemingen. Wie niets zegt, krijgt geen klappen.

De Argentijnse crisis doet de wereldeconomie dan wel niet op zijn grondvesten schudden, zonder schade komen de belendende percelen er ook niet helemaal af. Met name Spaanse banken als BSCH (Banco Santander) en BBVA (Banco de Bilbao) en de energiemaatschappij Repsol lijden. En ook Nederlandse beursfondsen blijken niet schadevrij.

Retailer Ahold kwam deze week met een voorziening van 100 miljoen euro voor zijn Argentijnse activiteiten, en moest dat bekopen met een koersdaling van 6,54 procent sinds het slot van maandag. Het aandeel Ahold bereikte daarmee zijn laagste koers sinds juli 2000.

Is Ahold nog overzichtelijk, troebeler is de betrokkenheid van de banken bij Argentinië. De combinatie bank-Argentinië is wel vaker niet gelukkig geweest. In de jaren tachtig moest de internationale bankgemeenschap miljarden afboeken op de Latijns-Amerikaanse schuldencrisis. En in 1890 zorgde de Britse bank Barings voor opschudding in de Londense City door bijna kopje onder te gaan met Argentijns schuldpapier – en het banksysteem bijna mee te slepen in haar ondergang.

De huidige eigenaar van wat nog over is van Barings is de Nederlandse bankverzekeraar ING, die de resten in 1995 opkocht nadat een jonge Barings-handelaar in Singapore de bank eigenhandig ten gronde richtte met uit de hand gelopen speculaties in Japanse aandelentermijncontracten.

ING is niet schadevrij bij de huidige Argentijnse crisis. De bankverzekeraar liet eind december weten 750 miljoen euro (670 miljoen dollar) aan `exposure' te hebben in Argentinië. 150 Miljoen euro daarvan bestaat uit leningen aan de overheid, en de resterende 600 miljoen is aan bedrijven in Argentinië en volgens ING voorzien van zekerheden.

Deze week zei ING 66 miljoen euro (60 miljoen dollar) aan voorzieningen te nemen voor zijn Argentijnse activiteiten. Dat lijkt wat aan de bescheiden kant. Met een peso die al 29 procent lager noteert, en het vrijwel zekere risico dat de Argentijnse overheid een behoorlijke aderlating verlangt van haar schuldenaren, lijkt het er op dat de voorziening van ING goeddeels is getroffen voor de 150 miljoen aan leningen aan de overheid. Maar wat gebeurt er met de resterende 600 miljoen euro? Dat hangt er van af in hoeverre `zekerheden' in het huidige Argentinië nog zekerheden zijn, tenzij ze garanties van buitenlandse moederbedrijven aan hun Argentijnse dochters betreffen of de financiering is ingedekt.

Volgens de Bank voor Internationale Betalingen, hadden Nederlandse banken in juni 2001 3,55 miljard dollar aan kredieten uitstaan in Argentinië. Dat is 3,9 miljard euro.

Fortis' exposure is beperkt tot 30 miljoen euro. Minus het bekende bedrag van ING en Fortis (als Fortis al tot de Nederlandse statistiek van de BIB gerekend wordt) geeft de BIB-statistiek aan dat er nóg 3,1 miljard euro aan `exposure' is van Nederlandse banken.

Nu kan het zijn dat de BIB er naast zit. Maar die krijgt zijn data direct van de nationale centrale banken. In Nederland zijn er naast ING en Fortis twee banken over die kredieten in Argentinië hebben, de Rabo en ABN Amro.

De Rabobank, niet beursgenoteerd, geeft geen cijfers, maar wil wel zeggen dat het bij haar gaat om exportfinanciering in dollars aan afnemers van Argentijnse goederen, en om leningen aan dochters van buitenlandse bedrijven – waaronder Nederlandse – die door de moederbedrijven zijn gegarandeerd.

ABN Amro heeft ook geen cijfers gegeven, maar zei deze week tot dusverre geen reden te zien een voorziening te treffen. Hoeveel de bank in Argentinië heeft uitstaan blijft een raadsel. Leningen aan de staat of staatsgerelateerde banken zijn `beperkt'. Leningen aan Argentijnse bedrijven zijn groter, maar gegarandeerd door internationale bedrijven.

Maar hoe groot is ABN Amro's betrokkenheid? Een educated guess, ontleend aan de bancaire wereld en de BIB-gegevens, wijst er op dat de Argentijnse portefeuille van ABN Amro omvangrijk is, en misschien wel groter zou kunnen zijn dan twee miljard euro.

Dat hoeft, net als bij ING en de Rabo, nog niets te zeggen over de risico's. En het is begrijpelijk dat ABN Amro de buitenwereld niet graag nodeloos schrik aanjaagt met het noemen van miljardenbedragen. Anderzijds zal de woede van beleggers, als er straks tóch nog een voorziening moet worden getroffen, groot zijn.

Deze zwijgzaamheid bleek op de beurs in ieder geval te lonen. ING verloor sinds 5 december, toen het Internationale Monetaire Fonds de Argentijnse kredietkraan definitief dichtdraaide, zo'n 6 procent in koers. Maar ABN Amro won bijna 3 procent. Terwijl Ahold zijn openheid en voorziening van 100 miljoen deze week moest bekopen met een forse koersval. De Franse concurrent Carrefour is de grootste buitenlandse partij op de Argentijnse retailmarkt, maar zei deze week geen reden te zien om een voorziening te treffen. Het aandeel Carrefour sloot de week aanzienlijk hoger.