Witte Huis schermt Bush af van Enron-schandaal

In Washington broeit een ouderwetse schandaalsfeer. Het enorme bankroet van energiebedrijf Enron raakt nu ook het Witte Huis.

Het Witte Huis heeft gisteren stappen genomen om het Enron-schandaal, het grootste bankroet in de geschiedenis van het Amerikaanse bedrijfsleven, op veilige afstand van president Bush te houden. Maar een serie onderzoeken van justitie en het Congres maakt een snel einde aan de affaire onwaarschijnlijk.

Energieproducent en -handelaar Enron ging op 2 december failliet, maar de zaak is deze week pas het politieke leven in Washington gaan domineren. Dat gebeurde nadat vice-president Cheney verklaarde dat hij en/of zijn staf vorig jaar zes ontmoetingen hadden met Enron-topman Lay en/of zijn medewerkers. Cheney leidde in 2000 een werkgroep die een nieuwe energie-politiek ontwierp.

In Washington broeit plotseling een ouderwetse schandaalsfeer. Officiële en onofficiële woordvoerders van het Witte Huis onderstrepen dat de Democraten niet moeten denken dat zij nu hun Whitewater-schandaal te pakken hebben – de beschuldigingen over malafide vastgoed-deals in Arkansas die het echtpaar Clinton jaren achtervolgden. Alleen al in het Congres hebben echter vijf commissies hoorzittingen gepland om het Enron-schandaal uit te zoeken. Dat betekent dat de agenda van de regering-Bush de komende maanden veel vaker het woord Enron zal bevatten dan de Republikeinen lief is.

Het is nog niet helder waarom vice-president Cheney deze voorjaarsstorm ontketende met zijn bekentenis over betrekkelijk veelvuldige ontmoetingen met Enron. Afgevaardigde Henri Waxman (Democraat uit Californië) vroeg al maanden om details over zulke ontmoetingen. Nu blijkt dat een van die ontmoetingen minder dan een week plaatsvond voordat Enron een boekhoudkundige correctie aankondigde die leidde tot een koersval en het bedrijf in één klap beroofde van 1,2 miljard dollar aan beurswaarde.

De vraag naar de toedracht van het debacle en de betrokkenheid van de regering kwam gisteren door een snelle opeenvolging van gebeurtenissen in een stroomversnelling.

President Bush verklaarde onverwacht dat hij nooit met Enron-topman Kenneth Lay over de financiële problemen van het bedrijf had gesproken; Lay was een van de grootste contribuanten aan diens politieke carrière.

De president liet onderzoek instellen naar de vermeende achterstelling van het personeel dat zijn besparingen in het bedrijfspensioenfonds verloor, terwijl directeuren en commissarissen tijdig voor tientallen miljoenen Enron-aandelen konden verkopen in de weken voor de ondergang;

De ministers van Financiën en Handel, O'Neill en Evans, bleken volgens het Witte Huis eind oktober al te zijn gebeld door Enrons directeur Lay; zij hadden besloten niets te doen om de financiële crisis van het bedrijf af te wenden. Lay verklaarde toen in het openbaar nog dat alles goed zou komen. Over de inhoud van die gesprekken hebben betrokkenen uiteenlopende herinneringen. [Vervolg ENRON: pagina 11]

ENRON

Miljoenendonaties van Enron aan Republikeinen

[Vervolg van pagina 1] ministerie van Justitie stelde een breed, nationaal strafrechtelijk onderzoek in naar de Enron-ineenstorting; volgens Witte Huis-woordvoerder Ari Fleischer was van een belangenconflict geen sprake hoewel minister van Justitie John Ashcroft 57.500 dollar van Enron ontving voor zijn mislukte senaatscampagne in 2000.

wee uur later verschoonde Ashcroft zich van het strafrechtelijk onderzoek; later bleek dat het hele openbaar ministerie in Houston zich ook heeft verschoond wegens familiebanden of andere banden met Enron;

Arthur Andersen, de accountantsfirma, die de boeken van Enron en zijn verliesverhullende dochterondernemingen steeds goedkeurde, verklaarde zonder opgaaf van redenen schriftelijke en elektronische gegevens over de omstreden klant te hebben vernietigd;

De Amerikaanse beurscontroleur (de Securities and Exchange Commission), die het Enron-bankroet al onderzocht, breidde dit onderzoek uit tot Andersens verlies aan documenten. SEC-voorzitter Harvey Pitt trad jaren op als advocaat van Arthur Andersen voor de SEC.

Naar aanleiding van deze ontwikkelingen wil Congreslid Henri Waxman nu meer weten. Hij en andere Congresleden vragen om gedetailleerde logboeken van e-mails, telefoongesprekken en andere contacten tussen het Witte Huis en het bedrijf. Zij motiveren die verzoeken met verwijzing naar de summiere openbaring van Cheney van deze week en de uitvoerige banden tussen het Witte Huis en het nu zo goed als geïmplodeerde bedrijf. En dan zijn er nog de financiële banden.

Kenneth Lay en zijn topkader hebben in de loop van de jaren veel geld geïnvesteerd in de Republikeinen en de man die de Democraten uit het Witte Huis moest verdrijven. Enron droeg volgens het Center for Public Integrity in 2000 2,2 miljoen dollar bij aan politieke partijen; driekwart daarvan ging naar de Republikeinen. Sinds 1989 doneerden Enron, Lay en andere leden van het topkader 5,8 miljoen dollar `hard' en `soft' money, voornamelijk aan de Republikeinen.

Verschillende van president Bush' directe medewerkers verrichten in het recente verleden betaald werk voor Enron. Tot hen behoren economisch topadviseur Lindsey, buitenlandse handelsvertegenwoordiger Zoellick, staatssecretaris voor het leger White en de recent aangestelde voorzitter van de Republikeinse partij, Racicot. Minister van handel, Evans, tot wie Lay zich in laatste instantie om hulp wendde, leidde de campagne van George W. Bush voor het presidentschap en was een belangrijke fondsenwerver.

Witte Huis-woordvoerder Ari Fleischer ontweek gisteren de vraag of president Bush bewust vroegtijdig had besloten niets te willen weten over de contacten van zijn staf met Enron. Volgens Fleischer had hij gisterochtend pas gehoord over de telefoontjes van Lay en de beslissing van de ministers O'Neill en Evans om Enron niet voor het bankroet te behoeden.

Ari Fleischer onderstreepte dat er niets illegaals is aan contacten tussen ondernemers en ambtenaren of bewindslieden. Zoals de politieke donaties van Enron waarschijnlijk ook legaal waren, al vielen grote bedragen onder de categorie 'soft money' (geld voor algemene politieke doelen) die velen in het Congres aan banden willen leggen omdat het politici en bestuurders te veel bindt aan gulle gevers.

De aandacht concentreert zich intussen steeds meer op de vraag: wat kreeg Enron terug voor al zijn politieke donaties? Bekend is dat Lay de voorzitter van de Federal Energy Regulatory Commission (FERC) zo ongeveer heeft mogen benoemen en dat het Energieplan van de regering-Bush geheel in zijn lijn pleit voor zo veel mogelijk binnenlandse exploratie, boren in Alaska en weinig aandacht voor alternatieve energiebronnen. Ook de dreigende regulering van de handel in diverse gecompliceerde energie-futures, waar Enron grote zaken in deed, werd op Lay's voorspraak afgewend.

Maar illegaal hoeft dat allemaal niet te zijn. Het echte fraude-onderzoek is ingesteld naar de dubbele boekhouding, misleiding van aandeelhouders en de manier waarop het eigen pensioenfonds in de cruciale weken voorafgaande aan het faillissement werd belet de aandelen-Enron (het bezat nauwelijks andere) van de hand te doen. Het aandeel, dat op zijn hoogtepunt vorig jaar 90 dollar waard was, sloot gisteren af op 67 cent.

Vele duizenden werknemers verloren hun hele pensioen. Volgens de eisers in een private rechtszaak tegen de 29 topmensen van Enron verzilverden deze insiders aandelen voor een waarde van 1,1 miljard dollar terwijl zij wisten dat het bedrijf op de afgrond afstevende.