Sensualiteit in de linkerpink

De oosterse filosofie trekt nog steeds westerlingen die hun eigen cultuur te kil vinden. Twee eigentijdse egodocumenten over zoektochten in `het oosten' doen verslag van liefde, en van teleurstelling.

Gingen filosofieprofessoren in de jaren zeventig nog wel eens met hun studenten tai chi doen in het Vondelpark, tegenwoordig is er op faculteiten wijsbegeerte geen vanzelfsprekende belangstelling meer voor de oosterse, proefondervindelijke filosofie. Voor een cursus boeddhisme inclusief meditatie is men sindsdien aangewezen op buiten-universitaire instellingen, zoals het nog niet zo lang geleden ter ziele gegane Oibibio in Amsterdam.

Twee recente autobiografische boeken proberen de grens tussen oost en west, praktische en theoretische filosofie, lichamelijkheid en rationaliteit te overbruggen. Filosofe Helena Klitsie constateert in Liefde's logica dat de Westerse filosofie kil, bang en te rationeel is geworden. `Ze durven niet meer, de Westerse filosofen.' De Oosterse religie kan volgens haar de Westerse filosofie vitaliseren. Intuïtie en ratio, lichaam, en geest, geloof en kennis, en wijsheid en liefde moeten weer met elkaar worden verbonden, om zo een `liefde's logica' te vormen. Sanskrietgeleerde en psychoanalyticus Jeffrey Moussaieff Masson vertelt in Mijn vader's goeroe hoe hij opgroeide als de leerling van een Indiase goeroe. Hoewel dat uitmondde in een desillusie, behield hij zijn belangstelling voor Oosterse spiritualiteit.

Klitsie en Masson spelen in op de zoveelste terugkeer van de hongerige zoektocht van westerlingen die gaan `reli-shoppen' in het oosten. Met `new age' willen beiden echter liever niet worden geassocieerd. `Ik kan de valse profeet van de echte onderscheiden', schrijft Klitsie. Hoe ze dat doet, had ik graag willen weten, want het is bijvoorbeeld al knap lastig om deze twee boekjes te duiden. Naïeve (new age) onzin? Soms. Men treft in de wat gelikte, vlotte boekjes bizarre redeneringen aan waarin holisme, individualisme en egocentrisme hand in hand gaan. Bovendien gaan ze, onder het mom van `spiritualiteit', voornamelijk over seks. Maar ongenuanceerd en eenzijdig als beide boeken soms zijn, in deze filosofische bekentenisliteratuur met een zekere literaire pretentie treft men toch ook fraaie en intelligente passages aan, en krijgt men een boeiende beginnerscursus `Oosterse denkwijzen'. Kortom, Connie Palmen goes east.

Onbeperkte geest

De katholiek opgevoede Klitsie baseert haar ideeën voor een nieuwe filosofie op haar reizen naar India, waar ze kennismaakte met het boeddhisme en het hindoeïsme. Ze kwam in contact met goeroes, yogi's, sadhoes en mystici en leerde dat de vermogens van haar geest onbeperkt zijn. Haar betoog heeft de vorm van een lange brief, die is gericht aan een Indiase man op wie ze verliefd werd. Deze vertelconstructie (`Lieve Vikram') geeft haar boek een exhibitionistisch tintje. Behalve op de vertelvorm, valt er ook veel af te dingen op het lange en slecht gestructureerde betoog.

Anders dan het christendom, dat zich volgens Klitsie als geloof altijd tegenover het weten heeft geplaatst, heeft het boeddhisme een rationele basis. Het is een experimentele filosofie, die men aan den lijve ervaart door middel van geestverruimende oefeningen als meditatie. Het koppelt de psyche en het goddelijke niet los van elkaar, een gegeven dat het westerse denken voor veel onoplosbare dilemma's stelde, bijvoorbeeld de vraag of gebed communicatie is met God of een psychologische uitlaatklep. Schijndilemma's zijn het, volgens Klitsie. `Men komt niet op het idee dat de psyche zelf goddelijk zou kunnen zijn.' Is dat zo? Heeft het christendom niet juist lange tijd een middeleeuwse monnikencultuur gehad, waarin weten en geloven ook hand in hand gingen, en wordt er niet ook in westerse kloosters gemediteerd?

Klitsie vervolgt met meer goeds uit het oosten. De oosterse filosofie rekent volgens haar ook op een ander vlak af met het lichaam-geest dualisme: de Indiase cultuur is vrijer en zinnelijker als het om seksualiteit gaat. `Jij hebt meer sensualiteit in je linkerpink dan de meeste westerse mannen in hun hele lichaam,' schrijft Klitsie aan Vikram. De westerse mannen doen volgens haar vooral aan `luie' seks, dat wil zeggen, `masturbatie in de vagina'. Met haar Indiase minnaar bereikt ze daarentegen `kosmische orgasmen' en `spirituele verlichting'. Het liefdesspel beschrijft ze wel mooi: wanneer hij haar met gemak optilt, voelt ze zich als `een gloeilamp die even in de fitting gedraaid moet worden', letterlijk `verlicht' dus. De grootste fout van het christendom, aldus Klitsie, is dat zij gepoogd heeft seksualiteit exclusief tot de voortplanting te beperken. `Geen wonder dat er zoveel perversiteit heerst in het christelijke westen, geen wonder dat er zoveel neurotische mensen zijn. Geen wonder dat we zo door en door materialistisch zijn geworden.'

Wie, zoals deze recensent, vooral kennismaakt met India via de krant en de literatuur, verbaast zich over deze ongenuanceerde jubelzang op de trits India-hindoe-boeddha. In recent verschenen literatuur leest men nu juist voortdurend over de complexe relatie tussen religie, perversie, corruptie en seksualiteit in India, en over de voortdurende onmacht van vrouwen.

Goeroe in huis

Nee, ze durven niet meer, die moderne filosofen. Wie Massons Mijn vader's goeroe leest, begrijpt waarom. Is Klitsie's boek een lange lofzang op Indiase wijsheden, Massons boek is het negatief daarvan: dweperij met de oosterse filosofie mondt volgens hem uit in teleurstelling. Hij groeide op in een gezin dat geheel in Indiase spirituele sferen verkeerde en zelfs een goeroe in huis nam. Paul Brunton (`PB'), in de jaren dertig een succesvol auteur van spirituele reisboeken als Geheim India en De Geheime Weg (in het Nederlands uitgebracht door Ankh Hermes) leerde hem alles over reïncarnatie, meditatie en geheimzinnige geschriften die in het `heilige' Sanskriet zouden zijn opgesteld. Doel van de spirituele training was het bereiken van de verlichting, een staat van diepe innerlijke vrede en waarheid, die zou kunnen leiden tot een mystieke ervaring, `het grote Ik Ben'-moment. Om dat te bereiken moest je zo zuiver mogelijk leven: seks was uit den boze, en daardoor ontstond er in het gezin juist een totale fixatie op lichamelijkheid en seksualiteit.

Masson heeft zo zijn twijfels over de spirituele capaciteiten van PB, maar pas wanneer hij Sanskriet gaat studeren aan Harvard, komt hij erachter dat hij met een bedrieger te maken heeft. Hij ontdekt dat de `Astrale Universiteit', waarop PB gezeten zou hebben, niet bestaat, en dat PB het Sanskriet helemaal niet beheerste. En hij realiseert zich dat zijn vader PB alles bij elkaar zo'n honderdduizend gulden moet hebben gegeven, nog afgezien van onderdak en voedsel. Hij haat PB echter niet, omdat deze met zijn gefantaseerde beloften veel troost bracht. `Na mijn desillusie was de wereld een stuk saaier. Wat was Harvard vergeleken bij de Astrale universiteit? Wat was een treinreis door Frankrijk naast een ruimtereis langs de planeten?'

Ironisch genoeg is Masson als schrijver van spirituele bestsellers inmiddels zelf uitgegroeid tot een soort goeroe. Zijn boeken, die steeds worden gekenmerkt door een toegankelijke en heldere, maar soms wat gladde stijl, gaan onder andere over het emotionele leven van dieren en het bijzondere contact dat hij met ze heeft. Van Wanneer olifanten huilen (samen met Susan McCarthy) en Honden houden van mensen, aangeprezen in de spiritueel getinte talkshows van Oprah Winfrey, gingen alleen al in Amerika een half miljoen exemplaren over de toonbank. Op Massons homepage worden zijn wetenschappelijke verdiensten benadrukt, misschien om zo zijn reputatie veilig te stellen: we treffen een indrukwekkend curriculum vitae aan met daarop alle talen die hij beheerst en zijn `magna cum laude' bachelorsgraad van Harvard.

Beide auteurs kozen ervoor om hun zelfportret op de kaft te zetten. Op Massons boek zien we hem als kleine jongen in lotushouding naast zijn meester. Het is een mooie foto, waarop de begerige, leergierige ogen van het jongetje iets duidelijk maken over de blinde bewondering die hij als kind had voor de goeroe. Minder bescheiden is het omslag van Klitsie's boek: een close-up van haar gezicht. Vanachter een exotische sluier, de lippen gestift, de haren kort geknipt, kijkt ze de lezer geheimzinnig aan. De titel Liefde's logica staat over haar gezicht geschreven. Zo worden `oosters', `westers', `vrouwelijk', `mannelijk', `rationaliteit' en `mysterieus' in één beeld gevat. De nieuwe filosofie, c'est moi. Geen wonder dat ze niet meer durven, die moderne filosofen.

Helena Klitsie: Liefde's logica. Een reis door de geest. Maarten Muntinga, 304 blz. E11,34

Jeffrey Moussaieff Masson: Mijn vader's goeroe. Een reis door spiritualiteit en desillusie. Uit het Engels vertaald door Carla Benink. Vassallucci, 200 blz. E18,95