Scherp oog voor de mooie dingen des levens

Voor fotograaf Paul Huf, woensdagavond op 77-jarige leeftijd overleden in zijn woning in Amsterdam, was het leven `Spiel'. Het woord viel in elk interview dat hem werd afgenomen. Er was al genoeg `rottigheid' in de wereld vond hij. Daarom keek hij liever naar de mooie kanten van de dingen en de mensen – bij voorkeur vrouwen. Het resulteerde vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw in voor ons land innovatieve foto's vol perfectie en esthetiek.

Die stijl en het bijbehorende on-Nederlands laagje glamour maakte hem in de tweede helft van de vorige eeuw tot de meest gewilde portret- en reclamefotograaf. Hij fotografeerde de koffie voor Douwe Egberts en Van Nelle, de drop van Venco, de chocolade van Verkade en de sigaretten van Caballero. Hij was de man achter de fameuze Vakmanschap is Meesterschap-campagne voor Grolsch (waarvoor hij de glazen overigens vulde met Heinekenbier) en was meer dan vijftig jaar lang de huisfotograaf van KLM.

Daarnaast portretteerde hij schrijvers, politici, filmsterren, sporters, kunstenaars (Van Karel Appel tot Andy Warhol) en de leden van de koninklijke familie – altijd met een blik die hij zelf ooit omschreef als `leeg kijken': kijken `als de kapitein die op de brug naar de horizon staart'.

Zijn werk werd gepubliceerd in de meest uiteenlopende media: van Story en de Telegraaf tot Elsevier en NRC Handelsblad, van Avenue (modereportages) tot Playboy (naaktfoto's). Dat brede scala van werkzaamheden en de zichtbaarheid ervan verschafte hem ook onder niet-fotografen een grote populariteit. `Hoffotograaf in de polder' werd hij wel genoemd. Zijn succes werd echter mede gevoed door zijn karakter: Huf was een charmante causeur die met zijn flair ieder gezelschap wist te boeien en zo gedaan wist te krijgen wat hij in zijn hoofd had, hoe ongebruikelijk ook. Hij liet Koningin Juliana ontspannen plaatsnemen in het gras van Paleis Soestdijk, bombardeerde een actrice tot boegbeeld van een klassieke muziekreeks en kon in de hoogtijdagen van de Koude Oorlog een modereportage maken in het Kremlin.

Huf, zoon van de acteur (en verwoed amateurfotograaf) Paul Huf senior, maakte zijn eerste foto's op 12-jarige leeftijd met een boxje dat hij bij elkaar had gespaard met zegels van de Sunlight-zeep. Tijdens de Tweede Wereldoorlog, die een zware tol zou eisen onder de familie van zijn joodse moeder, verdiende hij met het portretteren van familieleden en klasgenoten zijn eerste geld.

Na de oorlog stortte hij zich op de reclamefotografie, een genre dat ondanks de revolutionaire Nieuw Zakelijke-fotografie van de jaren twintig nog altijd vooral neerkwam op saaie productfotografie. Huf echter bouwde voor zijn foto's speciale filmsets, huurde als eerste (buitenlandse) professionele modellen en werkte ook buiten de studio – vernieuwingen waarmee hij het pad effende voor de latere tv-commercials. Hij zette zich in voor de in 1945 opgerichte beroepsvereniging GKf, die de belangen van fotografen nog steeds behartigt.

Zijn grote doorbraak vormden de platenhoezen die hij tussen 1955 en 1958 fotografeerde (in kleur: een noviteit in die jaren) voor de klassieke muziekreeks van Philips met de actrice Ann Pickford als model. De Bijenkorf wijdde er een complete etalage aan, en zijn foto's inspireerden Annie M.G. Schmidt tot het schrijven van het nummer Hoezepoes (`Ik weet van niets, ik ken geen noot/ Ik sta op Brahms ten dele bloot/ op elk kwartet in c mineur/ ziet u mijn boezem in majeur').

Hoewel zijn fotografische en persoonlijke stijl on-Nederlands waren, heeft hij de stap naar het buitenland nooit willen maken – in de jaren zestig probeerde hij het heel even in Amerika, maar al snel was hij weer terug.

Huf streefde naar een eigen podium voor fotografie in Amsterdam, waar fotografen kunnen samenkomen en exposeren. Het beoogde Photo Plaza kwam niet van de grond, wel was hij betrokken bij het onlangs geopende FOAM, een foto-instelling aan de Amsterdamse Herengracht.

De laatste jaren vierde Huf jubileum na jubileum. Geen verjaardag ging voorbij zonder een nieuw retrospectief, van het Gronings Museum tot kunstgalerie Torch. De platenhoezen uit de jaren vijftig werden opnieuw uitgegeven. Het Rijksmuseum in Amsterdam richtte het Paul Huf Fonds op waarin bedrijven en particulieren geld kunnen storten voor bijzondere aankopen. De KLM stelde de Paul Huf Award in, jaarlijks uit te reiken aan een fotograaf met uitzonderlijke verdiensten in de Nederlandse fotografie. Het gemeentebestuur van Amsterdam liet zijn portret in de eregalerij het stadhuis hangen.

Huf bekeek het allemaal met tevredenheid. Het leven was mooi en hij was geworden wat hij zich bij terugkeer uit Amerika had voorgenomen: niet een van de velen in het aquarium, maar a big fish in a small bowl.