Oorlogsliteratuur

Tijdens de Hongerwinter werd de basis gelegd voor een groot aantal sportboeken, die in de eerste jaren na de bevrijding werden uitgebracht. In feite heeft deze gedwongen rustperiode ervoor gezorgd dat veel kennis van voor de oorlog bewaard is gebleven in boeken, die we nu vaak mogen beschouwen als standaardwerken. Ir. Ad van Emmenes vond volop tijd om `Neerlands Voetbalglorie' te schrijven. ,,Dit boek is grotendeels geschreven in de winter 1944-'45'', meldt hij achterin dit werk. ,,Het ging mij bij het schrijven van het boek in hoofdzaak om het verleden, om bij de ouderen herinneringen op te halen en bij de jongeren belangstelling te wekken voor hetgeen vroegere generaties gedaan hebben voor het vestigen van Neerlands voetbalglorie.''

Omdat Van Emmenes bijzonder goed bevriend was met internationals en officials is veel `zachte informatie' bewaard gebleven. Zo is er het verhaal over meningsverschillen bij Oranje in 1934, toen doelman Gejus van der Meulen zijn vrouw mee mocht nemen naar het WK in Italië en de andere spelers niet.

In 1947 verscheen `Sport en psyche' van Max Wessel. M.J. Adriani Engels constateerde in het voorwoord ook het enorme aanbod van sportboeken: ,,Er zijn vele boeken en boekjes over sport verschenen, te vele wellicht sinds onze bevrijding. De meeste van deze sportboeken waren reeds in de bezettingsjaren geschreven, speciaal in de laatste winter, toen het overgrote deel van Nederland 's avonds na acht uur thuis moest blijven en er buiten de zich steeds uitbreidende illegale pers vrijwel geen dagbladen of periodieken meer verschenen, waaraan een zichzelf respecterend auteur kon meewerken, terwijl het lidmaatschap van de Kultuurkamer een vereiste was voor ieder, die in de laatste oorlogsjaren een boek uitgegeven wilde krijgen.''

Er zat dus ook veel rotzooi tussen al die boeken, maar Wessels werk onderscheidde zich door de aandacht voor de psyche. Helaas maakte de schrijver de publicatie niet mee, omdat hij in de oorlog na deportatie was gestorven. ,,We vernamen omtrent hem'', schreef Adriani Engels, ,,dat het een jongeman was, die bijdragen leverde aan een te Amsterdam wekelijks verschijnend orgaan.'' Omdat zijn collega's zijn beschouwingen regelmatig niet konden volgen, besloot Wessel zijn gedachten in boekvorm te gieten. Op een of andere wijze belandde dit manuscript bij een uitgever, die er brood in zag. Adriani Engels: ,,Er schuilen beloften in zijn werk, beloften die door de dood niet vervuld konden worden.''

Dat was een afdoende verklaring om tot uitgave over te gaan, ondanks de papierschaarste in die jaren. ,,Waarom dit boek'', vroeg B. Baanen zich dan ook af in zijn `Rondom de Olympische Winterspelen 1948'. Weinig papier en wel een oplaag van 10.000 sportnonsens publiceren. Omdat iedereen het leuk vindt, was het antwoord. Het is hem vergeven.

jurryt@xs4all.nl