Na Irak nu Iran mikpunt van woede van VS

De Amerikaanse president Bush heeft gisteren hard uitgehaald naar Iran, dat de nieuwe regering in Afghanistan zou destabiliseren en aanhangers van Al-Qaeda gastvrijheid zou bieden.

De Islamitische Republiek Iran heeft de plaats ingenomen van Irak in het Amerikaanse vizier. President George W. Bush waarschuwde Teheran gisteren tijdens een bijeenkomst met de pers in het Witte Huis niet te proberen de interimregering in Afghanistan te destabiliseren en of gevluchte aanhangers van Osama bin Ladens terreurnetwerk Al-Qaeda onderdak te bieden.

Als Iran zijn waarschuwing negeert, dan zal de door Amerika geleide coalitie tegen terreur ,,hen aanpakken, met diplomatieke middelen om te beginnen''.

,,Onze natie'', zo onderstreepte president Bush , ,,blijft bij de doctrine dat je hetzij met ons bent, of tegen ons''.

Enkele weken geleden uitte de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, zich nog opmerkelijk positief over Iran. De twee landen onderhouden geen relaties sinds de bezetting van de Amerikaanse ambassade in Teheran na de Islamitische Revolutie van 1979, en beide hebben grote moeite over de stellingnames van het verleden heen te stappen. Powell, en niet alleen hij, had niettemin lof voor de Iraanse diplomatieke medewerking aan de Amerikaanse campagne tegen de Talibaan en Al-Qaeda in Afghanistan.

Maar zeer recentelijk zijn Amerikaanse functionarissen gaan klagen over wat zij zien als Iraanse destabilisatiepogingen in Afghanistan. De New York Times gaf woensdag uiting aan bezorgdheid daarover op het Amerikaanse ministerie van Defensie en bij de inlichtingendiensten. Volgens de zegslieden van de krant probeert Teheran zijn invloed te doen gelden in het westen van Afghanistan, in de grensprovincies met Iran, met als doel het gezag van het bewind van interimpremier Hamid Karzai te ondermijnen. De Iraanse regering zou willen voorkomen dat het islamitische Afghanistan seculariseert, naar het model van Turkije.

Is dat zo? Iran wees gisteren meteen Bush' beschuldigingen categorisch van de hand. Er is geen sprake van inmenging in Afghanistan, aldus een regeringswoordvoerder, en evenmin worden leden van Al-Qaeda of andere aanhangers van Bin Laden toegelaten. ,,Onze grenzen zijn potdicht.''

Wat dit laatste betreft: de grenzen worden wel nauwlettend gecontroleerd, maar de ervaringen met drugstransporten uit Afghanistan laten zien dat de controle niet waterdicht is. De inzet van een grote troepenmacht in het grensgebied heeft de drugssmokkel wel gehinderd, maar niet afgesneden, mede door tegenwerking van de lokale bevolking, die financiële belangen bij de drugshandel heeft. Dat aanhangers van Al-Qaeda die bij de drugshandel waren betrokken, in het gebied onderdak kunnen vinden, volgt daaruit. Er is echter geen enkele aanwijzing dat de regering in Teheran banden heeft met de ultra-fundamentalistische sunnieten van Al-Qaeda, die shi'ieten – de meerderheid in Iran – als ongelovigen verketteren. Iran heeft Al-Qaeda's beschermheren, de Talibaan, ook altijd te vuur en te zwaard bestreden.

Dat deed Iran met (wapen)steun voor de toenmalige Afghaanse oppositie. Met name Ismail Khan, vóór en na de Talibaan gouverneur van Herat (een gebied waarmee Iran van oudsher nauwe banden onderhoudt), is een goede vriend van Teheran en hij krijgt ook nu nog Iraanse hulp.

Maar wat toen internationaal werd gewaardeerd, valt nu anders. Ismail Khan staat tamelijk afstandelijk tegenover het bewind van Karzai in Kabul. Onafhankelijk optreden van krijgsheren als Ismail Khan, waarvan Afghanistan er nogal veel heeft, kan inderdaad de pacificatie van het land ondermijnen.

En het is waar: Iran maakt zich zorgen over de toekomst van het buurland Afghanistan en de Amerikaanse rol daarin. Het is zeker niet vergeten dat de Verenigde Staten midden jaren negentig de machtsgreep van de Talibaan onder andere welwillend bejegenden omdat dezen uitgesproken vijandig tegenover Iran stonden.