Meer artsen zijn op zoek naar praktijk

Het aantal huisartsen dat een praktijk zoekt, blijft stijgen. Op 1 januari 2001 waren dat er 597, 42 meer dan een jaar eerder. Vooral vrouwelijke artsen zijn, soms langdurig, op zoek naar een praktijk.

Dit blijkt uit de jaarlijkse rapportage van het Utrechtse onderzoeksinstituut Nivel. Het aantal praktijken dat niettemin moet sluiten omdat er geen opvolger voor te vinden is, neemt ook toe. Deze praktijken blijken voor de zoekende huisartsen om verscheidene redenen (kosten, locatie of solopraktijk) niet interessant.

In totaal waren er begin vorig jaar 7.763 huisartsen (in 2000 waren dat er 7.706) werkzaam, van wie er 7.270 zelfstandig zijn gevestigd en 493 in dienst zijn bij een collega. Daarmee was er vorig jaar gemiddeld één huisarts werkzaam per 2.483 inwoners.

De noordelijke provincies en de kop van Noord-Holland tellen relatief de meeste huisartsen. In de grensgebieden met Duitsland, in Noord-Brabant en in Zuid-Holland zijn de praktijken gemiddeld het grootst.

Het aantal vrouwelijke huisartsen neemt snel toe. Van de huisartsen die in dienst van een andere huisarts werken, is meer dan 80 procent vrouw, van de zelfstandig gevestigde huisartsen 23 procent. Vrouwen kiezen aanzienlijk vaker dan mannen voor het werken in een duo- of groepspraktijk. Het aantal solopraktijken daalt overigens gestaag: van de 4.750 huisartsenpraktijken was vorig jaar 64 procent een solopraktijk. In 1997 was dit nog bijna 69 procent. Van de huisartsen die een praktijk zoeken wil maar 2 procent als solist gaan werken, de rest zoekt een plaats in een duo- of groepspraktijk. De groepspraktijk is verreweg favoriet: bijna tweederde wil zo gaan werken. Zo'n 86 procent van de zoekenden gaat ook liever niet fulltime werken. In 2000 zijn 27 huisartsen gestopt met het zoeken naar een praktijk, ze hebben buiten de huisartsenzorg werk gevonden.

In 2000 stopten 301 huisartsen met hun werk, tweederde van hen deed dit vanwege hun leeftijd. Een kwart is iets anders gaan doen. Doordat het bestand de afgelopen jaren aanzienlijk is vergrijsd, zullen komende jaren relatief veel huisartsen stoppen met werken. De opleidingen leveren ook steeds meer huisartsen af, vorig jaar zo'n 270 en dit jaar zullen dit er meer dan 300 zijn. Zo'n 10 tot 20 procent van hen zal, zo leert de ervaring, niet als huisarts aan de slag gaan. Van de ruim negenduizend huisartsen die sinds 1975 op de markt zijn gekomen is 22 procent nooit als huisarts aan het werk gegaan.