Lotsbestemming

Weet je welke dag we zijn?

– Nee.

Het is gisteren.

– Gisteren?

Ja, gisteren.

– En wanneer is het dan morgen?

Dat is dus over twee dagen.

– Ik wilde zo graag naar gisteren terug.

Je hebt je zin, dat is het nu.

– Alleen voor ons tweetjes?

Nee, nee, de hele wereld moest mee.

– Gebeurt dan alles weer hetzelfde?

Ja, precies hetzelfde.

– Behalve dan dat ik je nooit meer loslaat.

Je zult wel moeten.