Leiders Kosovo's Albanezen ruziën om de macht

Kosovo's informele leider Rugova kan maar geen president worden. Zijn rivalen eisen in ruil voor hun steun ministersposten, maar als Rugova die geeft, houdt hij zelf niets meer over.

De meeste Kosovaren noemen het een historische dag: 17 november 2001. Op die dag trokken ze naar de stembus om een nieuw parlement te kiezen. Het waren de eerste parlementsverkiezingen sinds het einde van de NAVO-luchtoorlog tegen Servië.

Twee maanden later heeft Kosovo nog altijd geen president en geen regering. Want de president van Kosovo moet de premier aanwijzen. Pas dan kan een regering worden gevormd. Maar ook gisteren slaagde het parlement er niet in een president te benoemen. ,,Een schande'', zegt een West-Europese diplomaat in de Kosovaarse hoofdstad Priština. ,,We wachten al twee maanden!'' Andere diplomaten vergelijken het parlement met een `kleuterklas'.

In die kleuterklas hebben de jongetjes nu ruzie. Het parlementslid Numan Balic van de minderhedenpartij VTN omschrijft de sfeer als volgt: ,,Ben je niet voor me, dan ben je mijn vijand.'' De ruzie doet zich voor tussen de Albanese politieke leiders, tussen de pacifist en enige presidentskandidaat Ibrahim Rugova enerzijds en de voormalige commandanten van het Kosovo Bevrijdingsleger Hasim Thaçi en Ramush Haradinaj anderzijds.

Rugova zit in een lastig parket. Bij de parlementsverkiezingen kwam zijn Democratische Liga van Kosovo (LDK) als grootste partij uit de bus, maar behaalde geen absolute meerderheid. Thaçi belandde op de tweede plaats, Haradinaj bezette de vierde plaats. Maar de oud-commandanten weigeren Rugova tot president te kiezen. Tijdens de eerste zitting, in december, verliet Thaçi het parlement al voor de stemming. En gisteren zat hij tijdens de tweede en derde (geheime) stemming verveeld met zijn pen te spelen.

Thaçi en Haradinaj eisen vijf van de negen ministersposten. Alleen dan zouden ze overwegen hun stem op de presidentskandidaat uit te brengen. Maar die geeft vooralsnog geen krimp. Twee van de negen ministersposten zijn al gereserveerd voor de Kosovo-Serviërs en andere minderheden; toegeven aan de eis van zijn rivalen zou Rugova's LDK achterlaten met slechts twee ministersposten. Persoonlijke animositeit speelt ook een rol. De militair Thaçi kan de pacifist Rugova niet luchten of zien.

Na het debacle van gisteren zal de internationale gemeenschap zich in de strijd moeten mengen. Het VN-bestuur en buitenlandse diplomaten zullen de komende dagen proberen de ruziënde Albanese leiders tot een compromis te dwingen.

Op zijn beurt zal Rugova met andere, niet Albanese partijen, gaan praten. En dat is een hachelijke zaak, vooral de besprekingen met de Kosovo-Serviërs. Want de verstandhouding tussen de Albanese en de Servische bevolking van Kosovo is sinds de luchtoorlog niet verbeterd: tweehonderdduizend Serviërs hebben de Joegoslavische provincie verlaten, honderden Serviërs worden vermist, enkele tientallen zijn vermoord.

Op aandringen van Belgrado hebben de Serviërs wel aan de verkiezingen van 17 november meegedaan en kwamen ze, tot veler verbazing, op de derde plaats terecht. Dat maakt hen tot een belangrijke speler op het politieke veld. Maar het programma van Rugova staat lijnrecht tegenover de eisen van de Kosovo-Serviërs. Rugova wil onafhankelijkheid, de Serviërs gruwen bij die gedachte alleen al. Bovendien staan Rugova's tegenstanders te trappelen om hem tot `collaborateur' en `verrader' te bestempelen, mocht hij met de stemmen van de Serviërs president worden.

De internationale gemeenschap krabt zich inmiddels vertwijfeld op het hoofd. Ze heeft bij de opstelling van het constitutionele raamwerk voor het nieuwe Kosovo geen rekening gehouden met de huidige impasse. En dus kan de verkiezing van een president voor Kosovo in theorie tot in lengte van dagen duren.