Het is tijd voor het echte werk

Alleen de ware liefde telt en wie met minder genoegen neemt, verspeelt daarmee zijn recht op liefdesvervulling. Deze gedachte wordt in de tweede roman van de Vlaming Yves Petry (1967) vertolkt door een bijfiguur, Rita Halfhooft, echtgenote van de overspelige professor Halfhooft. Maar ze heeft dit inzicht, kernthema van Gods eigen muziek, niet op eigen kracht verworven. Het is haar ingefluisterd door Rijker West, een zweverige bioloog, assistent van Halfhooft die letterlijk het licht heeft gezien. Het licht heeft Rijker de boodschap gezonden dat de liefde een god is en dat hij zo moet liefhebben dat hij de god nabij komt.

In een absurdistisch telefoongesprek met Halfhooft, waarin Rijker zijn baan opzegt, laat hij weten zanger te willen worden, een medium dat gods eigen muziek ten gehore brengt. `Een muziek die door niemand is opgezet en door niemand kan worden afgezet. Een muziek die al klonk nog voor op aarde enig leven gerucht begon te maken en die nog zal klinken nadat de laatste mens, het laatste dier, de laatste worm onder het sediment is verdwenen.'

Precies dezelfde formulering gebruikte Petry in zijn debuutroman Het jaar van de man waarin hoofdpersoon Helm Steen de waarheid ook al zocht in een een streven naar zuiver en compromisloos leven. In Gods eigen muziek doet Petry een poging dit streven inhoud te geven en tegelijkertijd te laten zien dat het een onmogelijke opgave is.

Evenals in Het jaar van de man wemelt het in Gods eigen muziek van de verwijzingen naar de bijbel. Petry is duidelijk gegrepen door de eerste brief van Paulus aan de Corinthiërs: `Jaagt de liefde na, en ijvert om de geestelijke gaven, maar meest dat gij moogt profeteren.' Profeteren is precies wat Petry door de mond van Rijker West doet. Zijn roman heeft hij opgezet als een verzameling bijbelboeken, zeven in getal, met titels als `Het licht spreekt. Het licht heeft gesproken' en `Het woord liefde, de avond zwijgt.' Behalve het evangelie volgens Rijker West krijgen we een aantal soapstories voorgeschoteld over mensen die nog niet over het inzicht beschikken dat de liefde een god is, heidenen dus eigenlijk, zoals de natuurwetenschapper Halfhooft, diens opportunistische maîtresse Anita, de ongelukkig getrouwde journalist Marc Ladders en de bedrogen echtgenote van Halfhooft, Rita. Helemaal in stijl krijgt zij in het laatste hoofdstuk een openbaring.

Behoorlijk pretentieus allemaal. Kan een verhaal dat nauwelijks meer is dan een nogal schematisch uitgewerkt, niet onaardig ideetje zoveel pretentie verdragen? Ja, wat het verteerbaar maakt, is Petry's vermogen tot ironie en zelfspot. Rijker wordt gekweld door het besef dat hij weliswaar een goddelijk geluid wil laten klinken, maar evenmin als alle andere personages ook maar één noot zuiver kan zingen. In wezen gaat Gods eigen muziek dus over onmacht: het onvermogen om compromisloos te leven en lief te hebben volgens de eigen hooggestemde idealen en de onmacht om dit falen zuiver en eerlijk onder woorden te brengen.

Het is niet zo vergezocht om deze tweede roman van Petry te interpreteren als een parabel over zijn schrijverschap, de eisen die hij daaraan stelt en de opofferingen die hij zich er voor moet getroosten. Niet voor niets zijn de ergste `heidenen' in het boek een natuurwetenschapper (per definitie een vijand van de metafysica en de poëzie) en een journalist die niet alleen het woord liefde corrumpeert maar álle woorden en bovendien feiten verkiest boven fictie.

Rijker West, met zijn boodschap van liefde en schoonheid, geeft zijn maatschappelijke carrière op en kiest voor het hogere, een vergeestelijkt bestaan in de schaduw van het leven. Zo ongeveer lijkt Yves Petry zijn eigen schrijverschap op te vatten: verzaken aan de wereld en als kunstenaar een ideale antiwereld creëren. Alleen de ware, compromisloze literatuur telt, wie met minder genoegen neemt, verspeelt het recht op vervulling van zijn schrijverschap.

Met zo'n inzet blaast hij als beginnend auteur hoog van de toren, maar het zou Petry onrecht doen hem om die reden af te doen als een Wichtigmacher. Zowel met zijn debuut als met dit boek heeft hij laten zien over een persoonlijke stijl en een opmerkelijke taalrijkdom te beschikken, evenals over een aan overmoed grenzend lef om zichzelf bloot te geven. Nu het verhaal nog, het liefst met een plot en als het even kan een aansprekende vorm om dat verhaal in te gieten, want daar ontbreekt het in Petry's boeken aan. Het jaar van de man zou je de beginselverklaring van een schrijver kunnen noemen, dit tweede boek is daar de uitwerking van, maar het echte werk, de compositie van gods muziek, moet nog beginnen.

Generatiegenoot

Voor Petry's Nederlandse generatiegenoot Marco Kamphuis (1966) is het echte werk afgelopen, als tenminste zijn roman Succes een autobiografisch karakter heeft en daar lijkt het wel op. Mocht hoofdpersoon Erwin inderdaad iets uitstaande hebben met Kamphuis dan moeten we ervan uitgaan dat zijn derde roman tevens zijn laatste is. Het boek begint met de zin: `Erwin droomde dat hij de literatuur vaarwel had gezegd' en in de rest van het verhaal wordt die droom werkelijkheid.

Ook Succes is een roman over onvermogen, onvermogen om te schrijven, te leven als schrijver en de literatuur als een godheid te dienen. Erwin kwam er na zijn studie filosofie achter geen talent te hebben voor een maatschappelijke loopbaan en besloot, op kosten van zijn vriendin, schrijver te worden. Inmiddels heeft hij twee geflopte boeken op zijn naam staan waarvan de titels verwijzen naar Kamphuis' werk. Hij debuteerde met De medische encyclopedie, zijn alter ego met De anatomische les. Op het moment dat zijn vriendin hem de bons geeft, besluit hij zijn schrijverschap eraan te geven en een betrekking tezoeken. Zijn eerste sollicitatie levert hem een dikbetaalde baan op als huisfilosoof bij een bank. De voorheen zo fantasieloos geachte werkelijkheid die hij als schrijver verfoeide maar waar hij nu noodgedwongen in terecht is gekomen, blijkt de fictie waarin hij zich altijd thuisvoelde verre te overtreffen in onvoorspelbaarheid en absurditeit.

Gods eigen muziek en Succes zijn spiegelbeeldige boeken. Rijker West behoort volgens de maitresse van Halfhooft tot het soort mensen dat of gek wordt of, als ze genezen van hun `arrogante uitverkiezingswaan', weer aansluiting zoekt `bij al die doodgewone woorden van iedereen en alleman die een dag tot een dag maken en een ding tot een ding.' Dat laatste is precies wat Kamphuis met Erwin laat gebeuren, maar of hij daar beter van wordt blijft in het midden. In honderd pagina's overwegend hilarisch en met brille geschreven proza doet Erwin verslag van de periode voorafgaand aan zijn eerste werkdag. Hij voelt zich bevrijd en bedroefd tegelijk als hij op zijn mislukte schrijverschap terugkijkt, maar alles overheersend is zijn verbazing over het `echte leven' waarin je met enige aanpassing, zoals een bezoek aan de kapper en de aanschaf van een pak en een das, zonder veel moeite succes blijkt te kunnen hebben.

Ooit heeft Erwin dezelfde ambitie gekoesterd als Petry's protagonist. Ook hij wilde een nieuwe wereld scheppen omdat de oude aan scherven lag, ook hij keerdede werkelijkheid de rug toe, op zoek naar een niet gecorrumpeerde waarheid die je liefde kunt noemen, of literatuur of kunst. Maar Erwin `geneest' van zijn uitverkiezingswaan waardoor Kamphuis roman een aanzienlijk minder pretentieuze indruk maakt dan die van Petry. Zijn succes-story is per saldo het verslag van een capitulatie, waarin juist het het doorprikken van de eigen pretenties het thema is.

Laten we hopen dat Kamphuis derde roman niet echt is bedoeld als afscheid van het schrijverschap. Daar zou namelijk een schrijver pur sang mee verloren gaan. Met een geestige terloopsheid brengt hijin Succes hetzelfde romantische, om niet te zeggen wanhopige levensgevoel tot uitdrukking als de getalenteerde woordkunstenaar Petry. Hij heeft er minder woorden voor nodig, minder gezwollen woorden ook, maar dat maakt de vrijwel identieke `boodschap' er alleen maar pregnanter op.

Yves Petry: Gods eigen muziek. De Bezige Bij, 202 blz. €15,–

Marco Kamphuis: Succes. Wereldbibliotheek, 103 blz. €10,21