Herodias verslaafd aan haar macht

Anja Silja maakte in de jaren zestig furore als dè Wagner-sopraan. Nu debuteert ze als Herodias in Strauss' `Salome'. ,,Eerlijk gezegd is de gravin in `Lulu' interessanter.''

Ze komt op gympen fluitend aangelopen, de blauwe ogen verscholen achter een bril met veel staal en lila glazen. Sopraan Anja Silja (Berlijn, 1940) – sinds 1958 een solide ster op de internationale operapodia – is iemand die op het eerste gezicht innemend is. ,,Mijn hoed met vederbos bevalt me'', zegt ze, en schraapt de keel. ,,Nu nog herstellen van mijn keelgriepje. Gek word je ervan.''

Bij De Nederlandse Opera maakt Anja Silja deze maand een laat debuut als Herodias, moeder van de titelprinses in Richard Strauss' Salome. De productie uit 1988 (regie: Harry Kupfer) is door Monique Wagemakers heringestudeerd voor de derde reprise. Na Salome keert Silja in mei terug bij De Nederlandse Opera als Gräfin Geschwitz in Alban Bergs Lulu. ,,Eerlijk gezegd is de gravin in Lulu een interessantere dame dan Herodias in Salome'', vindt Silja. ,,Herodias is ééndimensionaal, ze maakt geen ontwikkeling door. Vroeger heb ik zelf vaak de rol van prinses Salome gezongen, en toen al leek het me erg lastig van de Herodias-rol iets te maken. Ze heeft macht, en is bang die te verliezen. Punt. Maar juist in het feit dat ik beide rollen beheers – moeder én dochter – vond ik een aanknopingspunt om Herodias diepte te geven. Door haar angst én kracht te laten zien, wordt duidelijk waarom Salome is geworden zoals zij is.''

In de regie van Harry Kupfer is het paleis van keizer Herodes en gezin aangekleed in industrieel jaren tachtig-design, met fauteuils van Le Corbusier en paleiswachters met uzi's. De entourage sluit naadloos aan bij de levensstijl van Herodes' tweede vrouw, de met vederbos getooide `grand dame' Herodias. Met de ene hand licht zij een vol glas champagne van een dienblad, met de andere zet ze een leeg glas terug. Wie haar beschimpt, oogst een klap, woede of een wrange schaterlach. Alleen Johannes de Doper, aan ketens opgesloten in een regenkuil, slaagt erin met zijn onheilsprofetieën Herodias' pantser te doorbreken. ,,En dus is de moeder dolblij als haar dochter Salome na een zwoel dansje voor haar stiefvader het hoofd van de profeet op een zilveren schaal als beloning eist'', zegt Silja, en ze glimlacht toegeeflijk.

Appel

Gedurende de bewuste scène woont Herodias (Silja) de dans van haar dochter Salome (Inga Nielsen) bij. Met de rug gekeerd naar de incestueuze blikken van haar man Herodes (Chris Merritt), hapt ze van een sappige appel. ,,De metafoor beviel u? Mooi zo, het was mijn eigen vondst! Het is leuk zelf elementen aan een rol toe te kunnen voegen. In dit geval wilde ik laten zien dat Herodias Salome alleen maar gebruikt als pion om haar macht te behouden.''

Salome's onthullende dans, haar beloning (het hoofd van Johannes) en de manier waarop het pubermeisje zich vervolgens aan de stroperig bloedende kop verlustigt, maakten van Salome een veelbesproken opera. ,,En toch denk ik dat seksualiteit en perversie geen hoofdthema's zijn in Salome'', zegt Silja. ,,Salome is een meisje van veertien! Ze komt voor het eerst in aanraking met een interessante man, en reageert daar puberaal overmatig op. Maar dat betekent absoluut niet dat de hele opera doordrongen is van broeierigheid. Herodes is er met zijn hitsige praatjes en geile blikken naar de jonge Salome vooral op uit om zijn vrouw Herodias te sarren. Daar komt dan bij dat alle vaders het ontluiken van hun dochter gadeslaan met een mix van verwarring, verwondering en belangstelling. Maar dat is niet pervers, dat is de natuur.

,,Toen ik zelf jong was en Salome zong, identificeerde ik me natuurlijk met haar'', lacht Silja. ,,Met de vrijheidsdrang, het rebelse. Maar dat gold ook voor grote Wagner-rollen als Brünnhilde en Sieglinde. Inmiddels ben ik gelukkig niet meer het jonge meisje met louter gevoelens en geen levenservaring, maar een vrouw van zestig. Mijn voorkeur gaat nu uit naar de oudere vrouwenrollen. Karakterrollen, die in de eerste plaats geïnterpreteerd en dan pas gezongen moeten worden, zodat ze door mijn levenservaring aan diepte kunnen winnen. Zingen is mijn vak. Het is het interpreteren dat me boeit.''

De naam en geschiedenis van Anja Silja zijn onlosmakelijk verbonden aan die van Wieland Wagner (1917-1966), kleinzoon van de componist. Als operaregisseur stond hij vanaf 1951 met zijn broer Wolfgang aan het hoofd van de Bayreuther Festspiele. Silja was een wonderkind, dat met een stemomvang van drieënhalf octaaf als twaalfjarige op het concertpodium debuteerde. Wagner engageerde haar als Senta in zijn enscenering van Der fliegende Holländer (Bayreuth, 1960). Over de intense liefdesgeschiedenis die volgde, schreef Silja in haar autobiografie Die Sehnsucht nach dem Unerreichbaren (Parthas Verlag, Berlijn). Beroemd werd de anekdote over een Salome-productie in Stuttgart, met Wagner als regisseur en een nog zeer jonge Silja in de titelrol. In de stripdans voor haar stiefvader kronkelde ze als een slang over het podium, het hoofd ten slotte achterwaarts over het podium geknakt. Een onmogelijke zangpositie, wist iedereen. Maar Silja deed het. ,,Aus Liebe'', constateerde een collega.

Over de veelbesproken affaire rondom de opvolging van de inmiddels 81-jarige Wolfgang Wagner, die ondanks zijn leeftijd koppig vasthoudt aan zijn positie als directeur van de Bayreuther Festspiele, laat Silja zich gelaten uit. ,,Ik vind al die ophef ridicuul'', zegt ze. ,,Het is Wolfgang Wagners volste recht vast te houden aan zijn positie. Waarom zou hij die opgeven? Hij is benoemd voor het leven en hij is een Wagner. De huidige oplossing, met een zaakwaarnemer van buitenaf, lijkt mij uitstekend. Wat mij betreft staat zijn opvolging tot zijn dood überhaupt niet ter discussie. Daarna kunnen we alleen maar hopen op een geschikte opvolger, bij voorkeur uit de familie. Bayreuth blijft alleen een unieke plek als het theater wordt geconserveerd binnen de Wagner-familie. Voor een opvoering van Der Ring des Nibelungen hoef je allang niet meer naar Bayreuth. Daarvoor kun je tegenwoordig in de kleinste Duitse theaters terecht.

,,Natuurlijk betekent Bayreuth nog steeds veel voor mij. Mijn hele visie op opera, op wat goed is en wat niet, valt terug te voeren op Wieland Wagner'', stelt Silja. ,,Het succes van opera begint voor mij waar de meeste eigentijdse opera-ensceneringen ophouden. De uitdieping van de personages zoals ik die ervoer onder regisseurs als Wagner, Ruth Berghaus en Robert Wilson, wordt in eigentijdse operaregies meestal node gemist. De opwinding zit hem nu in een spectaculair decor, niet in de tekening van de karakters, die vaak ronduit stereotiep is. Dat stemt me zeer somber. Maar wat kan ik eraan doen? Ik heb ooit zelf Wagners Lohengrin geregisseerd voor de Koninklijke Muntopera in Brussel, en dat was geen succes. Regisseren is een vak apart, en goed regisseren is maar zeer weinigen gegeven. Alleen als er een vlaag van genialiteit over me komt, ben ik bereid het nog eens te proberen. Anders blijf ik zolang het gaat gewoon zangeres.''

Scherpe hoektanden

De stem van Anja Silja is mettertijd een beetje weerbarstig geworden – een eigenheid die de rollen die zij zingt niet zozeer vocaal vervlakt als wel dramaturgisch verdiept. Neem het personage Emilia Marty, de 337-jarige zangeres uit Janáceks De zaak Makropoulos. ,,Wat kunnen mij in duivelsnaam mijn eigen kinderen schelen'', zingt zij. En: ,,Goed zijn, slecht zijn – alles verveelt op den duur.'' Emilia Marty was de afgelopen jaren Silja's grootste succes. Tijdens een onvergetelijke concertante uitvoering van De zaak Makropoulos in de Matinee op de Vrije Zaterdag (2000) gaf zij Marty gestalte als een diva-eske feeks met zeer scherpe hoektanden. Blasfemie, desinteresse en grauwend cynisme gingen haar moeiteloos af. ,,Emilia Marty en de rol van pleegmoeder in Janáceks Jen˚ufa zijn de personages die in deze fase het beste aansluiten bij mijn eigen geestesgesteldheid'', bevestigt Silja. ,,Het zijn rollen die je leert, om vervolgens jezelf te portretteren in de betreffende situatie.

,,Met het personage van de driehonderd jaar oude zangeres Emilia Marty gaat die vereenzelviging heel ver, en dat bedoel ik niet ironisch. Ze is een oude cynica, maar dat ben ik ook. Niet in mijn privé-leven, daarvoor ben ik nog te jong. Maar van mijn werk op de bühne word ik soms zeer agressief, waardoor ik uitstekend begrijp waarom Emilia Marty zo bits reageert op haar omgeving. Waarom zij achterwaarts leeft in plaats van voorwaarts, en in het heden voortdurend droomt over het verleden. Dat is haar tragedie, en ik kan me daar in sterke mate mee identificeren. Maar ik vrees dat alleen de oudere lezers van uw krant zullen begrijpen op welk gevoel ik doel.''

Na de dood van Wieland Wagner in 1966, was Silja dertig jaar getrouwd met dirigent Christoph von Dohnanyi. Het modelhuwelijk strandde toen Dohnanyi naar Cleveland vertrok, en van Silja verwachtte dat ze mee zou gaan – naar verluidt om `bijvoorbeeld een mode-boutique te beginnen'. In haar autobiografie noteert Silja dat ze soms het liefste Pippi Langkous zou zijn. ,,Zeer juist'', lacht Silja. ,,Weet u, de meeste mensen zijn vergeten hoe belangrijk het is om te dromen. Maar natuurlijk is het diep van binnen ieders droom iemand anders te zijn. Iemand die alles voor elkaar krijgt, en die zichzelf steeds verbetert. Mijn Pippi Langkous-wens is in dat opzicht nauw verwant aan de Harry Potter-rage die nu heerst. Iedereen wil sterk, goed en hulpvaardig zijn, maar in het dagelijks leven kunnen zelfs kracht, kennis en ervaring niet verhelpen dat het soms misloopt. Daarom is het belangrijk altijd te blijven dromen, hoe oud je ook bent. Alleen dan blijf je wakker, blijf je jezelf te verbeteren.

,,Dromen – dat is ook waar theater over zou moeten gaan. Je ontsnapt aan je eigen leven door iemand anders te zijn, en degene die je portretteert half jezelf te laten zijn, half iemand anders. In dat werkproces is alleen het leren van de noten een aardse bezigheid. Vanaf de eerste repetitie wordt opera maken al méér, en moet je als zangeres aan gene zijde van jezelf graven om je rol goed gestalte kunnen geven. In die onbeschrijfbare laatste stap van het werkproces, die extra dimensie, schuilt voor mij de essentie van goed theater.''

De Nederlandse opera met `Salome' van Richard Strauss door het Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Edo de Waart. Voorstellingen op 12, 15, 18, 21, 24, 27 en 29/1 in het Muziektheater, Amsterdam. Er zijn nog enkele kaarten beschikbaar. Res. (020) 6255455