Erwtensoep

We denken dat onze culinaire erfenis geen toelichting behoeft, maar aan hele generaties blijkt de kunst van stamppotten en maaltijdsoepen voorbij te zijn gegaan.

In mijn buurt staat een kerk waar wijkbewoners op donderdag kunnen eten. Vrijwilligers koken om beurten voor 35 tot 40 bezoekers. Ik ging er met mijn dochter heen. Vaardig duwde de dienstdoende met een soeplepel een kuil in de stamppot op het bord en schepte er jus in. Zo ging dat in mijn jeugd, maar mijn dochter was verbouwereerd door zoveel jus. Een hoogbejaarde buurvrouw van 85 jaar bood aan om met mij voor de volgende week erwtensoep te maken. Woensdag deden we boodschappen en maakten we soep. Donderdags steeg er uit één van de pannen een vreemde geur op. Zuinige buurvrouw, twee oorlogen meegemaakt, had een rest erwten op maandag al in de week gezet en dat was gaan gisten. Die pan werd dus afgevoerd en met hulp van soep van de buurtslager werd het probleem opgelost.

Was de erwten in een zeef. Pel en snipper de uien. Doe de erwten met de snippers ui, hamschijf, eventueel spek, de bouillontabletten, wat zout en vier liter water in een grote pan. Breng het vocht aan de kook. Nu en dan roeren om te voorkomen dat de erwten aan de bodem vastplakken. Schep met een schuimspaan het bovendrijvende schuim weg. Laat de soep, met een deksel op de pan, zachtjes twee uur koken. Schil intussen de knolselderij en snijd hem in blokjes. Snijd de prei in smalle ringen. Hak de bladselderij fijn. Schep het vlees uit de soep. Roer de stukken knolselderij en prei door de soep en kook die een half uur mee. Verwarm de rookworsten twintig minuten in de soep of in een aparte pan. Neem het vlees van de botten en snijd het in stukken. Snijd de worsten in plakken. Roer de stukjes vlees, worst en bladselderij door de soep. Op smaak brengen met zout en peper. Serveer er roggebrood met plakjes gekookt spek of katenspek bij.