Een bloemig vogeltje

Gebrek aan enthousiasme valt Liesbeth Lips niet te verwijten. Wie de tentoonstelling ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan van haar galerie bezoekt, vindt een huis vol kunst. Er ligt werk in de woonkamer, vanzelfsprekend, maar ook in de hal, de tweede voorkamer, het trapgat naar de kelder en zelfs in het hok van de verwarmingsketel. Daar zette Eva Klee een paar provisorische sokkels neer met daarop kleine, bronzen handjes; ertussen zwerft een verlaten gipsen been op de grond. Hoe terloops ook, de beelden staan er prima, zo tussen de gereedschapskisten en sinaasappeldozen, al is het maar omdat de toeschouwer het gevoel krijgt dat hij ze hoogstpersoonlijk heeft opgespoord.

De galerie van Liesbeth Lips aan de Rotterdamse Rochussenstraat was tot voor enkele jaren tevens haar woning. Nu ze zelf is verhuisd is er een ruime, maar intieme galerie achtergebleven, die goed past bij de persoonlijke sfeer in het werk van de meeste van Lips' kunstenaars. Dat was niet altijd zo. In de twintig jaar dat haar galerie bestaat exposeerden de meest uiteenlopende kunstenaars bij Lips: van Eduardo Chillida, A.R. Penck en Imi Knoebel tot Bram van Velde, Siert Dallinga en Sef Peeters. Van `sterren' als Antonio Tápies, Richard Serra en Per Kirkeby heeft ze nog steeds werk in voorraad (achteloos gebaar op een inbouwkast), want ,,er moet ook verkocht worden''.

Voor haar jubileumtentoonstelling koos Lips voor zes jongere kunstenaars met wie ze al langer werkt en die haar smaak goed vertegenwoordigen. Lips heeft een voorkeur voor poëtische, `intieme' kunst die balanceert op de grens van figuratie en abstractie. Zo exposeert Tony van Wassem in de woonkamer een reeks goudkleurige steenklompen die het vooral van hun glanzende straling in het zonlicht moeten hebben. Els Snijder laat twee `handvoeten' in het trapgat naar de kelder bungelen en Elly van Steensel exposeert in de kelder kleurig-expressionistische doeken.

De opmerkelijkste en meest `huiselijke' deelnemer is de Belg Manu Baeyens. Op zijn schilderijen kringelen insecten rond, op de vloer ligt een zwart-stoffen sculptuur waar dunne draden uit friemelen, en in een klein, zilverkleurig doosje ligt een kleine vogel die opmerkelijk bloemig ruikt. Baeyens werk is erg Belgisch, in die zin dat het past in de traditie van Thierry de Cordier en Patrick van Caeckenbergh. Ook achter hun werk vermoed je als toeschouwer een ingenieus, bijna manisch systeem, zonder dat je daar meteen de vinger op kunt leggen. Het is werk dat zich afkeert van de wereld. En dat past goed in een besloten, Rotterdamse huiskamer.

20 jaar. T/m 27 jan. in Galerie Liesbeth Lips, Rochussenstraat 81A Rotterdam. Do t/m zo 12-17u. Inl. (010) 4360015.