Een blije automarkt met bodemprijzen

In Engeland neemt de autobranche al geruime tijd een voorschot op de plannen van Brussel de automarkt te versoepelen. De consument juicht.

Nissan Primera kopen? Bij Asta, een officiële dealer in Woking, een zuidwestelijke voorstad van Londen, rij je vanaf twaalfduizend pond (43.000 gulden) weg in een Primera 1.6. Maar een paar kilometer noordelijker kost hetzelfde wagentje nog maar 8.500 pond, inclusief ABS, stuurbekrachtiging en een elektrische sunroof. ,,Niemand verslaat onze prijzen, niemand maakt een auto kopen eenvoudiger'', schettert Trade-Sales in Slough, één van de tientallen `autosupermarkten' die hier sinds een paar jaar uit de grond zijn geschoten.

Het vrijmaken van de autohandel uit het systeem van exclusieve merk-dealers, zoals de Europese Commissie overweegt, lijkt op de Britse eilanden al praktijk. Van de twee miljoen nieuwe auto's die jaarlijks op de weg komen, wordt een steeds groter aantal verkocht buiten traditionele dealer-netwerken om, via onafhankelijke makelaars, via het internet, de parallel-import en via de autosuper- en hypermarkten langs de snelwegen rond Londen en de grote steden in de Midlands.

Toch zondigt het Verenigd Koninkrijk niet op de Europese regel dat je voor een fonkelnieuwe auto alleen terecht kunt bij officiële dealers. Dat doet de alternatieve autobranche dan ook. Bijvoorbeeld op het continent waar auto's dankzij een ander stelsel van belastingen soms tot veertig procent goedkoper zijn, zelfs Vectra's en Mondeo's die in Luton of Birmingham zijn gebouwd.

Wie daarvan gebruik wil maken kan terecht bij honderden bemiddelaars, die het – tamelijk ingewikkelde – papierwerk deels of helemaal afhandelen en de auto desgewenst voorrijden. Britten met iets meer ondernemersgeest stappen zelf in Harwich of Dover op de ferry, vullen aan boord bij een broker de formulieren in, en halen aan de overkant de auto van hun keuze op, compleet met rechts stuur en links schijnende koplampen.

Een andere verklaring voor de prijsverschillen die alternatieve verkopers bieden, ligt in de kwantumkortingen die ze bedingen bij Britse dealers. En een derde verklaring is de levendige handel in licht verouderde kleine modellen en middenklassers uit het officiële circuit. Veel merkdealers kopen zulke auto's massaal van tevoren in om hun verkoopstatistieken te flatteren, waarmee ze zelf weer een bonus krijgen van de fabrikant. Met korting verkopen ze die auto's door aan de prijskrakers. Voorzien van een actueel nummerbord staan die Punto's, Corsa's en Primera's dan een paar maanden later in de loods bij Motorpoint, The Car People, Cook Direct en Network Q. Tussen de `demo-modellen', de `bijna-nieuwe' auto's uit de kolossale leasemarkt én de occasions die zo goed als zeker niet van een pastoor of oud vrouwtje zijn geweest. De keuze in lakkleur, bekleding, of paardekrachten is er beperkt, maar veel Britten hebben dat er graag voor over. Bovendien kunnen ze het zenuwslopende onderhandelen dat bij de merkdealer hoort overslaan.

Europese versoepeling zou ook hier een schok geven. Dealers zeggen ontslagen te vrezen en Britse fabrikanten, toch al in het nadeel door het dure pond, ook. Maar de consumentenbond juicht het toe, want Britse auto's blijven relatief zó duur dat de bond sinds jaren spreekt over ,,het grote afzetten''.