De argeloosheid moet terug

Jop van Bennekom en Arnoud Holleman maken het blad `Re-'. In het jongste nummer willen ze reageren op `11 september' door de wereld te bekijken uit het jaar 2007. Ze zien daar `beeldvegetarisme'.

Het boek ligt tussen stapels paperassen op een van de tafels in het Amsterdamse grachtensouterrain dat als redactielokaal dient, maar mijn oog valt er meteen op: `Karl Marx'. Marx is in de mode, zeg ik tegen grafisch ontwerper Jop van Bennekom, oprichter en hoofdredacteur van Re-, een glimmend, Engelstalig magazine. Het verschijnt drie maal per jaar en trekt door zijn vormgeving en thematiek internationaal de aandacht. Hij kijkt naar zijn mede-redacteur, kunstenaar Arnoud Holleman, die zijn hoofd schudt: het boek is van een van de medewerkers. Beiden hebben niet veel op met ideologie en de bijbehorende `kritische positie'. Die is hen te zwart-wit. Maar in de loop van het gesprek blijkt dat ze juist dat als een groot gemis voelen. Of, zoals Holleman zal zeggen: `Wij zoeken misschien wel naar een ideologie van de ambivalentie.'

Ambivalentie zat meteen al in het eerste, door Van Bennekom in 1997 in zijn eentje samengestelde nummer van Re. Titel: Living Apart Together. De nu 31-jarige Van Bennekom, toen nog student grafische vormgeving aan de Jan van Eyckacademie in Maastricht, had zes vrienden tussen 25 en 32 jaar geïnterviewd over hun huis en hun leven. Hij wilde een tegenwicht bieden aan wat hij `de hedendaagse overflow van informatie' noemde. Dat informatiebombardement maakt ons in zijn ogen `steeds ongevoeliger voor het direct aanwezige, het gewone en alledaagse.' Daar wilde hij iets aan doen, met een glossy-blad boordevol informatie over intiem, persoonlijk leven.

De uitvoerige beschrijvingen van de interieurs van de geïnterviewden (`waarom de asbak hier staat en niet daar') en de algehele stijl waarin alles was vormgegeven, trokken de aandacht van Arnoud Holleman (37). ,,Ik had zelf net voor VPRO-televisie een serie gemaakt over doorsnee interieurs,'' vertelt hij, ,,en ik herkende in Re- dezelfde mentaliteit. Het sprak me aan om het gewone en kleine glamour te geven.'' Holleman, die eerder zijn beeldend kunstenaarschap verbreedde met theater (hij trad op als acteur, ontwerper en schrijver voor de theatergroep `Mug met de gouden tand') en met televisie (producties als HALLO HIER AARDE, Trudie is dood en de briljante parodie Driving miss Palmen zijn door hem geregisseerd en vaak ook geschreven), werd Re-redactielid.

De eerste jaren verscheen Re- onregelmatig, maar sinds Van Bennekom in 2000 Artimo als uitgever vond, ligt het blad drie maal per jaar in boekhandels in Amsterdam, Parijs, Londen, Barcelona en New York.

Wanneer ik de twee redacteuren spreek, zitten ze in de laatste fase van het achtste nummer. Het moet eind van deze maand uitkomen, maar het belangrijkste artikel, dat wat alles thematisch bindt, is nog steeds niet klaar. De vertraging heeft te maken met de grote ambitie die erachter zit. Na themanummers als On sex, Boring en The Information Trashcan die conform Van Bennekoms beginselverklaring onze binnenwereld in kaart brengen, moest er iets komen, vonden zij, dat over de buitenwereld ging. En toen ze de Twin Towers in elkaar zagen zakken, wisten ze nog meer: het nieuwe nummer moest vanuit de toekomst worden geschreven. Vanuit het jaar 2007, om precies te zijn.

Wat heeft het een met het ander te maken?

Holleman: ,,`11 september' liet opeens heel direct het verband zien tussen rijkdom en de schaduw ervan, tussen een totaal bestofte New Yorkse in een Prada-pakje en Afghaanse in een burqa. De laatste kende je tot dan toe alleen als een beeld met een gironummer eronder, niet als een levend mens. Toen we op die manier de cultuur van het beeld en de cultuur van het beeldverbod pal naast elkaar zagen staan, vonden we dat de Talibaan een punt hadden om geen beelden te willen. We stellen ons het jaar 2007 dan ook als beeldloos voor.''

Van Bennekom: ,,Er staan wel beelden in het nummer, maar die hebben allemaal een bijzondere insteek. Zo is er bijvoorbeeld een serie over interieurs van blinde mensen, interieurs dus die niet voor het oog zijn ingericht. We willen daarmee een andere, niet door de media bemiddelde ervaring van de wereld aan de orde te stellen.''

Wat bedoel je met `bemiddelde ervaring'?

Holleman: ,,De ervaring van iets via beelden. Zodra iets is afgebeeld kun je het niet meer direct ervaren. In die zin begrijp ik het Tweede Gebod: `Gij zult geen afbeelding maken.' Wanneer ik jou een portret van Christus laat zien,wordt je ervaring van Hem daardoor beïnvloed. Je kunt Hem als het ware niet zuiver meer zien, maar altijd via het beeld dat je vooraf opgelegd hebt gekregen. Zo is het met onze hele beeldcultuur. Re- drukt het verlangen uit naar de onbemiddelde ervaring.''

Binnen de moderne kunst huldigt vooral de abstracte kunst de opvatting dat het afbeelden van iets de persoonlijke verbeelding in de weg zit. Als ik je goed begrijp zeg je dat ook de kunst het tegenover de beeldcultuur finaal heeft afgelegd.

Holleman: ,,Meer nog: de kunst is beroofd! Eerst is haar vermogen tot afbeelden door andere media overtroefd. En vervolgens is de afbeelding door de ontwikkeling van de massamedia en de consumptiemaatschappij zo gedevalueerd en getraumatiseerd dat nu ook nog alle truukjes van de kunst worden ingezet om producten te verkopen.''

Van Bennekom: ,,Het systeem waarin we leven zuigt alles in zich op. Het grijpt alles aan om beelden te reanimeren opdat ze weer betekenis krijgen en functioneel gebruikt kunnen worden.''

Hoe de makers van Re- op `het systeem' reageren, kwam naar voren in het zesde nummer: The Information Trashcan. In de teksten murmelen tal van stemmen over trivialiteiten, als de vergeefse oorlog tegen stof, de Turkse imitatie van popster Madonna en het gewetensconflict rondom bezuinigen op begrafeniskosten. Tegelijk zet de vormgeving alles in een harde context. Zo is de hoofdkleur zwart, laten tegenlichtopnames de gezichten van geportretteerden in het duister en hebben de advertentie-pagina's allemaal een groot, zwart `niet-gelijk'-teken middenop een witte pagina. Ook duikt telkens het woord `Not' of `Not generation' op, onder meer op een witte pagina waarop in bleke letters staat: `Personal Blank Petition Against Everything... Anything... Whatever... Please sign here.'

Ik zeg dat er depressie uit het nummer spreekt en het gevoel opgesloten te zitten in een systeem dat alles aan elkaar gelijkschakelt.

Holleman: ,,Het drukt een dolgedraaid hyperbewustzijn uit, dat vaak niet veel verder komt dan draaikonterij. Woorden als `notnot', `sorrysorry', `whatever' onderstrepen dat. Alle Re-'s hebben dit hyperbewuste in zich.''

Van Bennekom: ,,Het hyperbewuste is kenmerkend voor onze cultuur. Het geeft problemen met authenticiteit. Mijn oma bijvoorbeeld heeft haar hele leven al een moestuin. Voor haar heeft dat met traditie en zuinigheid te maken. Als wíj een moestuin aanleggen, krijgt dat meteen het kader van ecologisch tuinieren of van zelf weer controle willen hebben. Voor ons is iets nooit meer gewoon wat het is. Daarin zitten we opgesloten. Het maakt veel dingen onmogelijk. In de `Trashcan' hebben we alle hoekjes van onze ziel onderzocht door herinneringen op te halen, anecdotes te vertellen en over gewone dingen te schrijven.''

Holleman: ,,Alles staat daarbij in `I-speak', de ik-vorm.' Het is de totale impasse.''

En toen kwam `11 september'. Een doorbraak. Ineens was die impasse voorbij. Zo voelden beiden het. Toen ze de architectuur van de macht, die tegelijk zo verschrikkelijk middelmatig was, ineen zagen zijgen, loste ook de hyperabstracte wereld van het kapitaal op. De wereld leek op slag veranderd. Ze was realistischer en directer geworden, meer van henzelf ook, want ze hadden zich opgejaagd gevoeld door de dictaten van de markteconomie, die iedere oppositionele houding, ieder experiment absorbeerde. Nu moest het monster zijn eigen wonden likken en dat was in al zijn dramatiek groots en bevrijdend.

Intussen is een en ander bijgesteld, maar Bennekom en Holleman voelen nog het moment waarop `de Grote Geschiedenis' over hen heen waaide. De tijd is gekomen,vinden zij nu, dat gevestigde posities opnieuw worden bezien en dat waarden en normen opnieuw worden geformuleerd. Alleen, hoe doe je dat zonder ideologisch kader? Kun je überhaupt waarden formuleren binnen een cultuur die zich op niets vast wil leggen? Ze zijn er niet uit, natuurlijk niet, maar ze weten nu zeker dat ze met Re- het goede spoor volgen. Niet jezelf buiten het systeem plaatsen, want dan kom je in een gesloten wereld terecht en hebben je daden geen waarneembaar effect, maar overal middenin gaan zitten, en tegelijk proberen uit alle macht en heel zichtbaar te ontsnappen. Het gebeurt op bescheiden schaal en het wordt gestempeld door ambivalentie, maar het werkt, want overal haken mensen aan. Kort geleden stonden hier bewonderaars uit Spanje op de stoep!

Re- ligt in de boekhandel altijd tussen de glossies, zeg ik. Wat vinden ze daarvan?

Van Bennekom: ,,Het past daar, en toch weer niet. Er komt geen mode in voor, maar het heeft wel een modisch bewustzijn. Er staan advertenties in die volledig door ons zijn ontworpen en gestyled, het persoonlijke heeft niet de pretentie algemeen geldig te zijn. We komen niet met recensies, reflecties op gebeurtenissen, er wordt niets aangehaald of besproken. Het blad is iedere keer een project op zichzelf.''

Holleman: ,,Als ik een glossy opensla, word ik op slag agressief en depressief. Je ziet je hele wereldbeeld verbeeld, en kunt geen kant meer op. Re- is daartussen het Paard van Troje.'

Het modisch bewustzijn van Re- is behoorlijk sterk ontwikkeld. Jullie werken zelfs met Nederlandse modefotografen als Anuschka Blommers/Niels Schumm en Viviane Sassen. Er staan ook advertenties in voor de modeontwerpers Alexander van Slobbe en Victor & Rolf, weliswaar door Van Bennekom gemaakt, maar toch.

Van Bennekom: ,,Dat is waar, maar juist daardoor kunnen we het modische ook ondergraven. We weten onderling precies waar we het over hebben, welke gelaagdheid wordt nagestreefd in het spel tussen glamour en het gewone. Tegelijkertijd halen we het onderuit en lopen we ervan weg.''

Holleman: ,,Dat gebeurt tamelijk onbewust. We hebben geen strategie. Bij ieder nummer moeten we opnieuw onze positie bepalen en daarbij beginnen we altijd op een klein niveau: wat denk jij? Wat denk ik? De enige constante is het verlangen terug te keren naar een zekere argeloosheid, naar de dingen zoals ze zijn, ontdaan van alle rimram. Daarin zit een grote kracht. Het betekent dat je dicht bij huis begint, bij wat je zelf voelt en uit eigen ervaring weet. Dat is de draad die je in alle nummers terugvindt.''

Maar hoe schets je dan een toekomstbeeld?

Van Bennekom: ,,In het 2007-nummer laten we mensen aan het woord die terugkijken op grote gebeurtenissen waar ze bij zijn geweest, zoals de val van de Muur, of een slachtpartij op de Westbank. Gewone mensen. Ze praten daarover zonder bijzondere kennis, maar wel vanuit zichzelf, laverend tussen ideeën over goed en kwaad.''

Ik zeg dat het mij te versnipperd klinkt. Er zijn toch wel lijnen te trekken vanaf nu naar 2007? Of andersom? Je kunt toch voor iets kiezen? Het antwoord dat ik krijg typeert misschien wel `de ideologie van de ambivalentie' waar Re- voor staat.

Van Bennekom: ,,Als je tendenzen aangeeft, beperk je je weer.''

Holleman: ,,Ideeën over de toekomst zijn vaak gebouwd op wat in het verleden is gebeurd of gedacht. Maar je kunt ook iets anders doen, zoals je de toekomst voorstellen als een open ruimte, een plek waar iets nog van alles kan betekenen en dus ook nog allerlei mogelijkheden in zich verbergt.''

Hoe maak je dat concreet in het nieuwe nummer?

Holleman: ,,We zijn onze gesprekken met mensen altijd begonnen met de vraag: `Hoe is het nu, in 2007, met je? Waarom ging je naar Los Angeles, of Calcutta? Hoe zie je je eigen positie nu? Die denkbeeldige tijd brengt hen ertoe zich af te vragen hoe hun persoonlijke motieven passen in het geheel van de wereld, wat voor effect die zullen hebben op de toekomst. Dat houdt het denken direct en persoonlijk.''

Maar je hebt nog steeds dat hyperbewuste Ik: hoe beleef Ik het?

Van Bennekom: ,,Dat hebben we doorbroken door hen alles in de wij-vorm te laten zeggen: wij vertrokken naar Sarajevo, wij kozen partij voor de Palestijnen.''

Holleman: ,,Je gaat je dan afvragen wie die `wij' in 2007 zijn en vanuit welk perspectief ze praten. Misschien is het wel geen groep, maar een netwerk van groepen.''

Met welk perspectief kijkt `wij' naar de beeldcultuur? Er staan immers nauwelijks beelden in het nummer.

Holleman: ,,Er bestaat dan beeldvegetarisme. Dat is een stroming waarbij je je aan kunt sluiten als je geen beelden in je huis wilt hebben. Hij is voortgekomen uit afkeer van het gebrek aan moraal dat beelden aankleeft. Uit de wens weer onderscheid tussen beelden te kunnen maken, weer te kunnen voelen waar ze mee te maken hebben, wat hun context is, wie er de regie over voert en wie ze in de wereld zet.''

Praten we in de toekomst nog over identiteit?

Van Bennekom: ,,Over gezamenlijke identiteit. Het `Ik' is doorbroken, de Ander is in zicht.''

Holleman: ,,Sterker nog, de Ander bestaat niet meer. De ander zijn Wij.''

www.re-magazine.com