Australië zoekt schuldige van `Zwarte Kerst'

De bosbranden zijn nog niet geblust, Australië buigt zich al wel over de schuldvraag. Onderzocht wordt of de regering het onheil niet over zichzelf heeft afgeroepen door potentiële haarden niet preventief te verbranden.

De crisis is nog niet voorbij, waarschuwt Phil Koperberg, de in Nederland geboren hoofdcommandant van het brandweerkorps van New South Wales. Tachtig procent van de bosbranden, de ergste in de geschiedenis van de Australische deelstaat, is inmiddels onder controle. Maar ook vandaag rukten de helikopter Elvis en de van Amerika geleende `helikranen' Georgia Peach en Incredible Hulk weer uit om waterbommen te werpen.

De regering van New South Wales heeft nog geen exact overzicht van de materiële schade die de bosbranden hebben veroorzaakt. Wel staat vast dat ongeveer éénvijfde deel van de nationale parken is verwoest en dat bijna een miljoen dieren in de vlammen zijn omgekomen. Daarnaast hebben talrijke boeren hun land verloren en raakten honderden bewoners van de getroffen gebieden hun huizen kwijt. De beelden van de ramp zijn verpletterend.

Delen van natuurgebieden als de Blue Mountains zijn veranderd in een maanlandschap en rokende puinhopen verraden de plaatsen waar voor de kerstdagen nog huizen stonden. Langs sommige wegen zijn wegwijzers veranderd in verwrongen stalen pilaren, als stille getuigen van de catastrofe.

,,We hebben nog enkele dagen met flinke regen nodig om de situatie meester te worden'', vertelt Koperberg in zijn hoofdkwartier in Rosehill. Vandaag steeg het kwik in Sydney echter tot boven de 30 graden en regen wordt niet voor maandag verwacht.

Tegelijkertijd buigt Australië zich over de schuldvraag. De overheid van New South Wales wordt medeverantwoordelijk gehouden voor `Zwarte Kerstmis'. Gouverneur John Abernethy onderzoekt momenteel of het kabinet-Carr het onheil niet over zichzelf heeft afgeroepen met zijn omstreden backburn-beleid, het preventief verbranden van stukken grond om bosbranden te voorkomen. De Aboriginals, de oorspronkelijke bewoners van het continent, gebruikten deze methode al. Maar premier Carr presenteerde zich bij zijn benoeming in 1995 als een `groene premier', en voegde sindsdien 5,5 miljoen hectare grond toe aan de nationale parken in New South Wales.

Onder leiding van Carr daalde het `tegenvuur' dramatisch. Vorig jaar werd nog slechts 19.000 hectare grond preventief verbrand, tegen 47.816 hectare in 1994, toen New South Wales ook werd getroffen door bosbranden. Als uitvoerder van dat beleid wordt de National Park and Wildlife Service (NPWS) verweten ,,de afgelopen jaren veel te laks te zijn geweest in het preventief verbranden van land'', zoals John Brogden, de woordvoerder van de liberale oppositie deze week verklaarde. Boeren uit het westen van New South Wales dreigen de NPWS nu met een miljoenenclaim omdat hun eigendommen zijn vernietigd.

Volgens de minister van Rampenbestrijding, Bob Debus, is het echter een ,,jaarlijkse sport geworden om de NWPS in de beklaagdenbank te zetten''. Debus verscheen gisteren met brandweercommandant Koperberg aan zijn zijde om namens de regering een pakket maatregelen te presenteren die het uitbreken van bosbranden in de toekomst moeten beteugelen. Maar wilde de Nederlandse verslaggever voor een beter begrip in Europa vooral noteren dat ,,het gebied tussen Adelaide, Melbourne en Sydney het brandgevaarlijkste is van de hele wereld?'' Debus benadrukte dat bosbranden in New South Wales niet te voorkomen zijn en ,,daarom is het verspilde energie om de beschuldigende vinger steeds in de richting van de overheid te wijzen''.

Op haar beurt spreekt de regering van New South Wales juist de argeloze burger aan, die er niets voor voelt zijn grond preventief te laten verbranden. ,,Want niemand wil graag in een zwartgeblakerde tuin zitten'', zei Debus op cynische toon.

Het voornaamste probleem bij de organisatie van `tegenvuur' is echter de gebrekkige coördinatie tussen de verantwoordelijke instanties. Een inwoner van Heathcote verzocht de plaatselijke commissie van de National Park and Wildlife Services of hij de grond rond zijn huis mocht reinigen. De man kreeg geen toestemming voor het `tegenvuur', omdat op zijn grond een zeldzame kikker huisde. Enkele weken later likten de vlammen van een bosbrand aan de achterdeur van zijn huis.

Met instemming van de Rural Fire Services heeft minister Debus de brandweerkorpsen van New South Wales nu ruimere bevoegdheden gegeven bij het lokaliseren en het opruimen van potentiële brandhaarden. Op kosten van de (onwillige) landeigenaar mag de brandweer voortaan zonder toestemming stukken grond preventief verbranden als dat nodig is. Op basis van recent ecologisch onderzoek krijgt de brandweer tevens een belangrijke stem bij het ontwerpen van nieuwe woongebieden op vuurgevaarlijke grond.

Voor de slachtoffers had de regering echter een minder prettige boodschap. Ze kunnen onmogelijk een volledige compensatie verwachten voor geleden schade. En het zoenoffer aan de in Australië massaal bejubelde vrijwilligers bij de brandweer klonk wel heel cynisch. Ze krijgen levenslang vrije toegang tot de grotendeels verwoeste nationale parken, die ze de komende weken eerst nog moeten schoonmaken.