Arm Argentinië

De stranden van de badplaats Punta del Este, favoriet vakantieoord van mondaine Argentijnen in het buurland Uruguay, blijven leeg deze zuidelijk zomer; de rijen bij de Europese consulaten in Buenos Aires voor visa zijn des te langer, nu steeds meer Argentijnen het voor gezien houden in hun land. De uittocht uit Argentinië, ooit het beloofde land voor berooide Europeanen, is een aanwijzing voor de wanhoop die zich van Argentijnen heeft meester gemaakt. In twee weken tijd vier presidenten verslijten en een vijfde op een twijfelachtige manier aan de macht brengen, een plan voor speelgoedgeld introduceren en weer intrekken, het grootste landenbankroet uit de geschiedenis afkondigen, spaargeld confisqueren en de munt devalueren – dat is zelfs voor Argentinië met zijn geschiedenis van crises om dol van te worden.

Nog steeds wordt er dagelijks geprotesteerd in de straten van Buenos Aires. De cacerolazos – de luidruchtige demonstraties met potten en pannen – richten zich nu tegen de voortgaande bevriezing van spaargeld. De regering durft het niet aan om de banken weer te openen; wel worden vandaag de valutamarkten heropend. De nieuwste president, de peronist Eduardo Duhalde die zijn vrouw Hilda, à la Eva Perón, tot minister van Sociale Zaken heeft benoemd, probeert na de devaluatie van de peso twee wisselkoersen te handhaven – een officiële en een vrije koers. Dit is de opmaat naar een exuberante zwarte valutamarkt. Daarnaast heeft Duhalde maatregelen aangekondigd om burgers en bedrijven met schulden in dollars tegen de devaluatie te beschermen. Het gevolg zal zijn dat de lokale banken bezwijken onder vorderingen in waardeloze pesos en schulden in dure dollars. De komende bancaire crisis laat zich intekenen. Dat kan er nog wel bij na vier jaar economische krimp en weggevaagde industrie.

Hoe is het mogelijk dat Argentinië telkens weer in een crisis vervalt? Het eenvoudigste antwoord is dat het land chronisch boven zijn stand leeft, terend op de roem van rond 1910 toen het tot de rijkste landen ter wereld behoorde. Als de overheidsuitgaven en particuliere bestedingen chronisch hoger zijn dan de inkomsten, onder meer omdat de belastinginning miserabel is, dan staan er twee mogelijkheden open: geld drukken of geld lenen. In de jaren tachtig leidde de eerste uitweg tot hyperinflatie; in de jaren negentig de tweede tot (dollar)schulden. Beide wegen leiden uiteindelijk tot bankroet.

De Argentijnse regering staat voor de onmogelijke taak de bevolking te vertellen: `Landgenoten, we hebben ons vergist. U dacht welvarend te zijn, maar we zijn met z'n allen ten minste 29 procent en misschien wel vijftig procent armer dan we ons voordeden.' Een dergelijke boodschap is voor iedere regering dramatisch om te brengen. In Argentinië, met zijn traditie van populisme en zijn zelfzuchtige elite, is het vrijwel onmogelijk. Dat verklaart de straatonrust van de afgelopen weken, en het is niet gewaagd meer onrust te voorspellen. Het probleem is: hoe langer met de erkenning van deze trieste werkelijkheid gewacht wordt, des te groter de klap. Argentinië wacht al vijftig jaar.