Allah's eigen cowgirl

Wat moet ook Asma Gull Hassan zijn geschrokken, op elf september. Juist had deze 25-jarige rechtenstudente in American Muslims de verkettering van moslims als terroristen gehekeld, en zich pagina's lang boos gemaakt over de onwetende en stigmatiserende aannames van de pers over deze snel groeiende bevolkingsgroep, of de toestellen van Mohammed Atta en de zijnen boorden zich in de torens van het World Trade Center.

Aan de andere kant, juist na die traumatische gebeurtenis heeft haar pronte boekje, een enthousiasmerend can do manifest voor de nieuwe generatie jonge Amerikaanse moslims, alleen maar aan urgentie gewonnen. Afgaande op dit boek, is dat een dappere, strijdbare en succesvolle generatie, die de vrijheid van het moderne Amerika probeert te combineren met een godvruchtig leven als moslim. Asma zelf staat stralend en gestoken in ski-jack op het omslag, met haar zus Aliya, vermoedelijk in Colorado waar de welgestelde, oorspronkelijk Pakistaanse familie Gurr is neergestreken.

Asma noemt zichzelf een `Muslim feminist cow girl', en wil daarmee haar overtuiging uitdrukken dat islamieten in Amerika even goede, zelfs bétere moslims kunnen zijn dan elders ter wereld, omdat ze in hun beleving van het geloof minder vast zitten aan het culturele erfgoed van de Arabische wereld. Een `Amerikaanse islam' kan volgens Hassan de kern van het geloof raken, zoals het Europese protestantisme, en hoeft zich niets aan te trekken van culturele parafernalia als het dragen van een sluier voor vrouwen. Haar islam is vroom, individueel, en zoveel mogelijk in harmonie met de vrije, kapitalistische en liberale moraal van de Amerikaanse cultuur.

Asma is zelf al een heel eind gevorderd op die weg, getuige de aanstekelijke, enthousiaste en babbelende toon van haar boek, dat zowel persoonlijke ontboezemingen bevat als korte, summiere informatie over de geschiedenis en boodschap van de islam. Asma licht de Amerikaanse media door, de stereotypen over moslims in Hollywood-films, en in berichtgeving over de naar schatting vier tot zes miljoen Amerkaanse moslims. Ze vertelt over haar tamelijk elitaire familie, haar patriarchale grootvader, en analyseert kritisch de zwarte islam van Louis Farrakhan. Diens racisme keurt ze af, maar ze geeft hem vroom het voordeel van de twijfel omdat hij nu beterschap heeft beloofd; en het laatste oordeel is tenslotte aan God. Ze maakt zich in een voetnoot zelfs sterk voor moslims als de echte ontdekkers van Amerika, lang voor Columbus.

Om één netelig vraagstuk kan ook Asma niet heen: hoe kom ik in godsnaam aan een man? Uitgaan met jongens is moelijk, seks voor het huwelijk taboe (haram), en zelfs haar eigen, zeer ingeburgerde familie (het lokale Congreslid is een vriend des huizes, er wordt gewinkeld in Beverly Hills) moedigt trouwen op jeugdige leeftijd aan. Maar hoe moet het dan met een carrière? Uitgebreid beklaagt Asma zich over de segregatie tussen mannen en vrouwen, over de dubbele moraal in moslimkringen, en als ze zich afvraagt hoe ze als vrome 25-jarige (dus niet meer zo jonge) moslim een goede partner moet vinden om een gezin te stichten, sluipt er zelfs iets van paniek in haar stem.

Asma Gull Hassan: American Muslims. The New Generation. Continuum Publishers, 200 blz. E28,36