`Wij zien het pad niet, dat een getuige wel zag'

Drie rechters van het Leeuwarder hof bezochten gisteren de plek in het bos in Putten waar in 1994 Christel Ambrosius werd verkracht en vermoord.

Een stuk zwart stuk landbouwplastic is rond het witte huisje aan de bosrand in Putten gespannen. De buitenlantaarn brandt en uit de schoorsteen op het, deels met sneeuw bedekte dak, dwarrelt rook omhoog. Hier werd op 9 januari 1994 de 23-jarige stewardess Christel Ambrosius verkracht en vermoord. Het huisje aan de Driewegenweg, destijds van haar oma, wordt nu bewoond door haar moeder en zij wil geen pottenkijkers. In elk geval niet uit het mediacircus, waaraan ze zich de afgelopen jaren ergerden.

Precies acht jaar na de moord op Ambrosius lopen drie raadsheren van het Leeuwarder gerechtshof en hun gevolg het erf op. De hond des huizes laat een klagelijk gejank horen. Het Leeuwarder gerechtshof behandelt de Puttense moordzaak volgende maand in zes dagen. Opnieuw, nadat het Arnhemse hof de twee Puttenaren Herman D. en Wilco V. in oktober 1995 tot tien jaar cel veroordeelde wegens verkrachting van en moord op Ambrosius.

Het tweetal kwam vorig jaar vrij, maar er rees twijfel aan hun schuld. De Hoge Raad verwees de zaak terug naar een ander gerechtshof, dat de zaak inhoudelijk opnieuw behandelt. D. en V. bekenden en ontkenden het misdrijf wisselend tijdens de urenlange politieverhoren. Het bewijs stoelde, naast de bekentenissen van de verdachten onder meer op de verklaring van twee getuigen. Deze zeiden dat ze door het voorraam van het boshuisje hadden gezien hoe D. en V. het slachtoffer mishandelden en misbruikten.

De leden van het hof bezochten gisteren op verzoek van de verdediging de plek van het misdrijf voor het houden van een zogeheten `schouw' of `descente'. Ook reden de rechters in een busje, samen met de twee veroordeelden, enkele routes door het bos en wandelden bovendien de Driewegenweg af. Volgens advocaat G.J. Knoops kunnen de getuigen onmogelijk hebben gezien wat er in de woning plaatsvond. ,,Het was er donker en vanaf buiten was er geen zicht op de ruimte onder de vensterbank, waar het slachtoffer later werd gevonden.'' De bewijsvoering van het Arnhemse hof was in zijn ogen `inconsistent'.

Persraadsheer H.S. Pruiksma zegt dat de schouw `zeer verhelderend' voor de rechters was. ,,Je bestudeert een enorme papierberg. De beide veroordeelden zijn 244 keer verhoord en het dossier beslaat zestien ordners. Er rijst dan een bepaald beeld op en het is goed om te checken of dat beeld overeenkomt met de realiteit.'' Ook de aan- en onaannemelijkheden van sommige verklaringen kunnen worden getoetst. ,,Want sommige zijn redelijk cruciaal.'' Zo noemt een getuige een paadje dat haaks op de woning staat. Pruiksma: ,,Wij hebben dat pad niet gezien.'' Pruiksma ontkent dat de schouw is uitgevoerd omdat het Arnhemse hof steken zou hebben laten vallen. ,,Het verzoek van een descente kwam van de verdediging en werd ondersteund door het OM. Dit is voor ons een nieuwe blanco strafzaak.'' Op 11 februari wordt de zaak voortgezet en worden er 33 getuigen, onder wie politiemensen en deskundigen, gehoord.

Het bewijs voor het Arnhemse hof was voorts gebaseerd op de later ingetrokken getuigenverklaring van de Nijmeegse gynaecoloog T. Eskes. Omdat DNA-onderzoek had uitgewezen dat de spermadruppel en de haren die op het slachtoffer werden aangetroffen, niet van D. of V. afkomstig waren, stelde Eskes dat het mogelijk was dat Ambrosius kort voor haar dood seks had gehad met een onbekende man. Diens sperma zou door de verkrachting van beide verdachten naar buiten zijn `gesleept'. Volgens de verdediging is dit niet mogelijk.In opdracht van het Leeuwarder hof worden de op het lichaam aangetroffen spermasporen nu vergeleken met alle opgeslagen DNA-profielen in de databank van het Nederlands Forensisch Instituut in Rijswijk en met die van de onlangs veroordeelde Franse seriemoordenaar Guy George, die ten tijde van de moord in Nederland was.

Herman D. (41) voelde zich na de schouw `dubbel': ,,We hebben er zelf om gevraagd, maar alles wordt weer opgerakeld. Toch moet je er doorheen. De moord moet worden opgelost.'' Zelf was hij die bewuste dag in januari 1994 niet in het bos, onderstreept hij. ,,Ik was thuis en mijn vrouw was bij me. Ik keek naar het schaatsen op televisie. Je denkt toch niet dat een vrouw naast een verkrachter en moordenaar wil liggen?''

Waarom hij dan toch gedetailleerde bekentenissen had afgelegd? Dubois: ,,Je begint aan je zelf te twijfelen als de politie zegt dat ze je DNA op de plek van het misdrijf hebben gevonden. Ik ben maanden verhoord, soms 20 uur per dag. Op een gegeven moment weet je het niet meer. Als ze dat DNA hebben, zal ik er wel mee te maken hebben gehad, begin je te denken. Na vier maanden was ik kapot, ik was 35 kilo afgevallen. Dan onderteken je alles.''