VS dreigen hun werk niet af te maken

President Bush heeft na de aanval op 11 september, gezworen Bin Laden `dood of levend' gevangen te nemen. De Amerikaanse doelstellingen in deze oorlog zouden weleens in gevaar kunnen komen door het verlangen om `slachtoffers te vermijden'. Maar ook een oorlog met weinig risico's heeft een prijs, meent Richard Cohen.

Op één dag in de Eerste Wereldoorlog verloor het Engelse leger 19.240 man. Dat was op 1 juli 1916. Eén regiment, het legendarische eerste Newfoundland, werd praktisch weggevaagd. Generaal-majoor sir Beauvoir de Lisle schreef erover: ,,Het was een schitterend vertoon van discipline en moed, en de aanval was alleen geen succes omdat doden niet verder kunnen oprukken.'

Vergelijk die dag eens met een veel recentere, toen de bij de commando's ingedeelde sergeant Nathan Ross Chapman in Afghanistan de dood vond. Voor de overlevenden van de Eerste Wereldoorlog is het al onvoorstelbaar dat we zijn naam kennen. Eén dode zou men waarschijnlijk niet eens noemenswaard hebben gevonden. Het praktisch verwaarloosbare Amerikaanse dodencijfer is ofwel een bewijs van succes ofwel een voorteken van een debacle. Dat valt nog niet uit te maken.

De Amerikaanse doelstellingen in deze oorlog zouden weleens in gevaar kunnen komen door het verlangen om `slachtoffers te vermijden' een eufemisme dat in onzinnigheid nauwelijks onderdoet voor het `schitterende vertoon' van generaal De Lisle. Vanaf 11 september hebben de Amerikanen zich ten doel gesteld Osama bin Laden en zijn kompanen in Al-Qaeda gevangen te nemen of te doden en het regime van de Talibaan dat hem onderdak en steun bood, uit te schakelen. We zijn nog maar op de helft. De Talibaan zijn verdreven. Afghanistan is geen basis meer voor terroristen. Maar Bin Laden is nog niet gevonden.

President George W. Bush heeft gezworen Bin Laden `dood of levend' gevangen te nemen of in een andere formulering hem zijn grot `uit te roken'. Het probleem is dat degenen die hem moeten uitroken voor het merendeel geen Amerikaanse militairen zijn, maar Afghanen met bepaalde banden van loyaliteit. Zij zijn naar streken gestuurd waar geen Amerikaan zich kan of wil wagen. Maar er is geen enkele garantie dat de Afghanen er wel komen.

Misschien is Bin Laden al dood, maar dan weet niemand dat. En zo niet, dan zal er vast en zeker vroeg of laat weer een videoband opduiken en zal de huidige regering Bush net zo ver zijn gekomen als de vorige regering Bush.

De eerste president Bush had eerst Saddam Hussein als een duivel voorgesteld om hem vervolgens in leven te laten en hem de kans te geven de spot te drijven met de macht van de Amerikanen. Deze regering Bush heeft Bin Laden misschien wel dezelfde kans gegeven. Voor hem waren de Verenigde Staten een papieren tijger.

Waar je ook kijkt Libanon, Irak, Iran, Somalië nergens hebben de Verenigde Staten hun werk afgemaakt. Ze waren steeds doodsbang om verliezen te lijden. Ze wilden wel af en toe een raket afschieten of bulderende bommenwerpers laag laten overvliegen, maar ze wilden geen manschappen op de grond inzetten.

Het lijkt erop dat er niets is veranderd. Daar zijn redenen genoeg voor en die kun je niet zomaar van de hand wijzen: het is het beste als Afghanistan zijn eigen strijd voert zodat de oorlog niet ontaardt in een strijd tussen christenen en moslims; het is het beste om grote troepenconcentraties, waarvoor nog grotere concentraties nodig zijn ter ondersteuning, te vermijden omdat ze een perfect doelwit vormen; en natuurlijk is het het beste als er geen Amerikanen omkomen. Het leven van de ene mens is niet meer waard dan dat van de andere, dat weet ik, maar emotioneel, als Amerikaan, is het leven van een Amerikaan me het meest waard.

In de Wall Street Journal stond kortgeleden een artikel waarin bepaalde verslaggevers of publicaties verweten werd wat er in de eerste dagen over de oorlog is geschreven. (Die beschuldiging raakt mij niet.) Daarom hoop ik dat ik ongelijk heb en zal ik juichen als het bericht komt dat Bin Laden niet meer onder de levenden is. Maar het blijft een feit dat Amerika in deze oorlog erg zuinig is geweest. Op de zwaarste aanval op Amerikaans grondgebied is in feite gereageerd met de inzet van huurlingen. De Verenigde Staten hebben zelfs geweigerd troepen te leveren om de grens met Pakistan af te sluiten. Wie weet hoeveel strijders van Bin Laden daardoor zijn ontsnapt?

Wie weet was Bin Laden zelf er wel bij.

Laten we hopen dat we nooit een dag zullen meemaken als 1 juli 1916, maar door de prijs van de oorlog tot praktisch nul terug te brengen hebben de Verenigde Staten misschien wel de weg vrijgemaakt voor nog meer terrorisme en bloedvergieten. Een lage prijs heeft ook een prijs.

Richard Cohen is columnist van de Washington Post.

©Washington Post Writers Group