Twee bejaarde tijgers draaien om elkaar heen

`Mathilde' kreunt Karl in Schijn bedriegt van Thomas Bernhard. Mathilde, de vrouw die uit zijn leven gleed en hem achterliet als oude man vol gefrustreerde herinneringen. Ook zijn broer Robert rouwt om het overlijden van deze vrouw. Dat, en het gedeelde verleden, brengt de mannen ertoe twee keer per week bij elkaar op bezoek te gaan, dinsdag komt Robert bij Karl, donderdag is dat andersom.

Het kribbige samenzijn van deze twee heren, die ook na de dood van hun geliefde nog om haar concurreren, heeft al tot uiteenlopende interpretaties geleid. Het stuk van Bernhard laat dat ook toe, van hilarisch tot tragisch, van diepgravend tot oppervlakkige soap.

Dit keer nam Lucas Vandervost van het Vlaamse theatergezelschap De Tijd de tekst ter hand en met De Tijd weet je waar je aan toe bent. Zinnen, decorstukken, zelfs de afgeroomde gebaren van de acteurs zijn toegespitst op het bouwen van een uitgekiend verhaal.

Als brokstukken die schijnbaar zorgeloos, maar in wezen uiterst zorgvuldig, door de ruimte zijn verspreid en met al evenveel schijnbare nonchalance weer bijeen worden gevoegd. Het levert een typische atmosfeer op, die beheerst, liefdevol en wat ouderwets aandoet. Soms ontstaan door die werkwijze glasheldere voorstellingen, een andere keer oeverloze woordenbrij. Maar altijd blijft er die nasmaak van doorwrochte ambachtelijkheid.

In Schijn bedriegt blijkt dat Bernhard en De Tijd goed samengaan. Bob de Moor is een pocherige Karl, een gewezen variété artiest, die in zijn jonge jaren maar liefst eenentwintig borden tegelijk in de lucht kon houden. Zijn tegenspeler Han Kerckhoffs maakt van Robert een teruggetrokken, gevoelige en door kwalen gekwelde acteur, zonder karikaturaal te worden. Als bejaarde tijgers draaien ze om elkaar heen, zoekend naar zwakke plekken. Hoewel Bob de Moor soms al te ver doorslaat in een ironisch toontje, houden de mannen elkaar verder goed in evenwicht. Dat is knap, want in wezen gebeurt er bitter weinig. Het zijn de woorden die de voorstelling dragen.

Om die reden werd er in andere versies van Schijn bedriegt dikwijls een overdaad aan spullen op het toneel gezet. Memorabilia om de herinneringen glans te verlenen. Vandervost beperkt zich tot de meest functionele details. Zo bezit Karl drie stoelen die op een rijtje staan. Als zijn broer binnenkomt zitten de mannen ongemakkelijk ieder op de buitenste stoel. Door die setting én door het knap gedoseerde spel nemen tijdens het gesprek alle herinneringen plaats op de overgebleven stoel in het midden. Daar verschijnen de geesten uit het verleden, opgeroepen door het gesproken woord.

Het lijkt zo simpel, net zo simpel als de overgang naar Roberts huis, op de vaste donderdag. Een rood gordijn dat tot dan toe als achterdoek diende wordt naar voren getrokken en daarvoor, in het voetlicht, verschijnt Robert met plastic kroon en ochtendjas als King Lear, de rol die hij altijd al wilde spelen. Zijn monoloog is volledig op de zaal gericht, alsof hij razendsnel de hiaten in Karls verhaal wil vullen. Maar zodra Karl binnenkomt blijkt de tweede functie van zijn publiekelijke samenzwering: het publiek ís het huis van Robert. Zo passend, want welk meubilair zou een gewezen acteur zich beter kunnen wensen dan een zaal vol toeschouwers?

Met die vondsten vloeien Bernhard en De Tijd het mooiste samen: een gordijn dat naar voren wordt getrokken en een stoet schimmen die voorbij trekt op een lege stoel. Het lijkt zo simpel, maar schijn bedriegt.

Voorstelling: Schijn bedriegt door De Tijd. Tekst: Thomas Bernhard. Regie: Lucas Vandervost. Spel: Bob de Moor, Han Kerckhoffs. Gezien: 8/1 Brakke Grond, Amsterdam. Aldaar t/m 10/1. Tournee t/m 2/2. Inl. 0032-32-316286 of www.detijd.be