Turks hof pakt islamitische politicus aan

Het Turkse constitutionele hof heeft gisteren een fikse tik uitgedeeld aan de politieke aspiraties van Recep Tayyip Erdogan, de populaire moslim-fundamentalistische ex-burgemeester van Istanbul.

Volgens het hof moet Erdogan op grond van een politiek verbod dat hem werd opgelegd, terugtreden uit het oprichtingscomité van de nieuwe partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling, die het in de peilingen juist erg goed doet. Turkse juristen zijn het er echter niet over eens dat dit oordeel betekent dat Erdogan ook geen leider van die partij kan zijn.

De uitspraak van het hof markeert een nieuwe fase in de turbulente politieke carrière van de ex-burgemeester. Erdogan leek voorbestemd voor de hoogste ambten totdat hij in 1999 werd veroordeeld wegens het voorlezen van een gedicht dat het seculiere systeem van Turkije zou ondermijnen. Omdat hij een politiek verbod kreeg opgelegd, dachten velen in Turkije dat het gedaan was met zijn politieke carrière. Maar toen de fundamentalische Partij van de Deugd vorig jaar door het constitutionele hof werd verboden, kwam Erdogan weer in de schijnwerpers als leidsman van de nieuwe Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling, die het moslim-fundamentalistische gedachtegoed op een progressieve en liberale manier wil interpreteren.

De laatste tijd heeft Erdogan een serie interviews gegegeven waarin hij zich profileert als een gematigd politicus die voor Turkije wil werken en niet voor de islam. Maar velen interpreteren de uitspraak van gisteren als een teken dat het seculiere establishment de ex-burgemeester van Istanbul toch nog steeds als een fundamentalist ziet die derhalve te vuur en te zwaard bestreden dient te worden. Met name het leger wil, zeker na de aanslagen in de Verenigde Staten en de oorlog in Afghanistan, alle politici in Turkije die zich geïnspireerd weten door de islam, kort houden.

Het is onduidelijk hoe het nu verder moet met het politieke leiderschap van Erdogan van de nieuwe partij. Volgens een woordvoerder van de partij zou Erdogan opnieuw leider kunnen worden als hij eerst terugtreedt, vervolgens `normaal' lid wordt van de partij, en zich dan kandidaat stelt voor het leiderschap. Een aantal juristen is echter van mening dat zo'n procedure juridisch niet door de beugel kan.

Het is overigens de vraag of de sterkte van de nieuwe partij in de peiling een hernieuwd enthousiasme van de Turkse bevolking voor de politieke islam reflecteert. Veel waarnemers zien de populariteit van `nieuwkomer' Erdogan vooral als een teken van afkeer van de bestaande politieke partijen die niet konden verhinderen dat Turkije in een zware economische crisis belandde. Volgens deze analyse zou elke `nieuwkomer' het goed doen, van welke politieke bloedgroep hij verder ook is.