Rechter: OM ontvankelijk in zaak-Fireworks

De rechtbank in Almelo gaat in maart over tot de inhoudelijke behandeling van de strafzaak tegen de beide directeuren van het vuurwerkbedrijf S.E. Fireworks. De uitspraak staat gepland op 2 april.

Een verzoek van directeur W. Pater om het openbaar ministerie niet ontvankelijk te verklaren, is door de rechtbank afgewezen, evenals een verzoek om nieuw onderzoek te doen naar de oorzaak van de Enschedese vuurwerkramp. De beide directeuren worden verdacht van brand door schuld en het overtreden van milieuregels. Door de explosies op het bedrijfsterrein kwamen in mei 2000 22 mensen om het leven en werd een woonwijk verwoest.

Het afluisteren van telefoonverkeer tussen directeur Pater en zijn advocaat is als een inbreuk op de privacy beoordeeld. Maar de rechtbank neemt genoegen met de uitleg van justitie dat het afluisteren en uitwerken van de telefoongesprekken niet opzettelijk is gebeurd.

Nieuw technisch onderzoek en een gedeeltelijke reconstructie van de ontploffingen noemt de Almelose rechtbank `niet noodzakelijk' of `niet realistisch'. ,,Een reconstructie werpt meer vragen op dan het beantwoordt'', aldus rechtbankpresident H. Breitbarth. Volgens de Almelose rechtbank staat de betrouwbaarheid van het onderzoek van TNO en het Nederlands Forensisch Instituut niet ter discussie.

De beide advocaten van de directeuren hebben eerder veel kritiek geuit op de onderzoeken, die volgens justitie aantonen dat er teveel en te zwaar vuurwerk op het bedrijfsterrein lag. Ook nader onderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van springstof op het terrein, zoals directeur Bakker had gevraagd, acht de rechtbank niet nodig. ,,Er zijn geen aanwijzingen voor.''

Van de reeks van zestien getuigen die de verdediging wil horen, wordt alleen een brandweerman opgeroepen. Deze man, een neef van eigenaar Bakker, weet mogelijk meer over de verspreiding van de brand. Andere gevraagde getuigen, zoals oud-eigenaar H. Smallenbroek en de vermeende brandstichter De V., zijn volgens de rechtbank al uitvoerig gehoord.

Advocaat G. Meijers, de raadsman van W. Pater, vindt het een goed teken dat de rechtbank vooralsnog weigert mee te werken aan een verzoek van justitie om de beide directeuren psychisch te laten onderzoeken. ,,Dan denkt de rechtbank blijkbaar niet aan hoge gevangenisstraffen'', aldus Meijers.

Ook de constatering van de rechtbank dat Pater de classificering van vuurwerk niet heeft beinvloed, is volgens de advocaat gunstig voor zijn cliënt. De strafzaak wordt tussen 4 en 19 maart inhoudelijk behandeld.