Océ gaat voor groot en snel

Wat de voorgangers van Rokus van Iperen niet durfden, moet de voorman van Océ nu door nood gedwongen doen. Het concern saneren en de weg wijzen naar groeimarkten.

Twee jaar heeft hij zitten dubben. Moet Océ een punt zetten achter de levering van kleine, matig geavanceerde printers voor de kolossale kantoormarkt? Een markt waar jaarlijks 35 miljard euro in omgaat. Of juist niet? Uiteindelijk ging bestuursvoorzitter Rokus van Iperen door de bocht. Wegwezen uit een markt waar prijsverval en messscherpe concurrentie blijft regeren, luidt nu zijn parool.

Van Iperen heeft bewust getalmd met het doorvoeren van de belangrijkste strategische wijziging van Océ sinds 1989, het moment waarop Océ via een overname in grootformaatprinters stapte. De consequenties om de levering van kleinere printers te staken komen immers aan als een linkse directe. Er vloeit circa 400 miljoen euro aan omzet weg, eenachtste van de totale verkopen. En wereldwijd moeten ruim 1.000 werknemers hun geluk elders beproeven, waarvan 150 op het hoofdkantoor in Venlo. Een maatregel die het technologiebedrijf 125 miljoen euro kost waardoor de nettowinst verschrompelt tot een schlemielige 10 miljoen euro. Vijftien keer lager dan het jaar daarvoor.

Onder Van Iperen is eindelijk afscheid genomen van de Limburgse gemoedelijkheid. Waar zijn voorgangers Jan Hovers en Harrie Pennings het saneerdersmes nooit te voorschijn durfden te halen, heeft Van Iperen sinds zijn aantreden in de herfst van 1999 ruim 2.000 mensen de laan uitgestuurd. Sinds de Océ-veteraan aan het bewind staat buitelen de winstwaarschuwingen over elkaar heen en doen bataljons reorganisatie-adviseurs goede zaken.

Het is geen lef van Van Iperen. De voorman van Océ is in de hoek gedrukt door snelle marktontwikkelingen. De noodzaak tot ingrijpen is groter dan ooit. De technologie verandert van analoog naar digitaal, kleur verdringt zwart-wit en het prijswapen van concurrenten blijft een gewilde tactiek om marktaandeel te veroveren. Dat Océ werd verrast door snelheid waarmee klanten de fonkelnieuwe digitale apparatuur accepteren en het tijd- en geldverslindende project van de fameuze kleurenprinter zijn onderwerpen waar Venlo minder graag de schijnwerper op zet.

Van Iperen wil niet zoals zijn voorgangers van achteren geschept worden door concurrententen als Xerox, Canon en IBM. Het concern schuift onder zijn leiding op naar gebieden waar de marges hoger liggen, met pijn in de organisatie tot gevolg. Van Iperen heeft vier markten aangewezen, ondergebracht in twee divisies, waar Océ zonder uitzondering een mondiale topdriepositie moet bezitten.

De helft is al gerealiseerd. Bij breedformaatprinters (voor tekenkamers) is de onderneming met 26 procent marktaandeel wereldmarktleider. En in de markt voor `hoogvolume' printers voor bedrijven die dagelijks bankafschriften, telefoonrekeningen en verzekeringspolissen versturen staat Océ op de derde plaats. Maar op de twee andere markten – grafische printers en geavanceerde printers voor kantoordocumenten – is werk aan de winkel. In 2005 moet Océ ook op die markten in de topdrie zitten en moet de weggelekte 400 miljoen euro aan omzet minimaal zijn teruggewonnen.

Acquisities zijn noodzakelijk om dat doel te bereiken. Recent is bijvoorbeeld het Duitse Gretag ingelijfd dat zich op de grafische markt beweegt. Financiële middelen zijn er volgens Van Iperen voldoende. De kas is gevuld met `enkele honderden miljoen euro' (een balans ontbrak tijdens de jaarcijfers) en de eerder aangekondigde verkoop van de leaseportefeuille moet op termijn 0,5 miljard euro in het laatje brengen.

Het vizier van Océ richt zich hoofdzakelijk op bedrijven die software ontwikkelen voor efficiënt gebruik van printers in computernetwerken en dienstverleners die documentstromen bij bedrijven en overheid in goede banen leiden. Want printers en kopiërs verkopen, eens de hoofdactiviteit, levert inmiddels minder dan de helft van de omzet.

Afgelopen jaar kwam nog slechts 37 procent van de omzet uit apparatenverkoop. De rest is dienstverlening, 24 uur per dag, zeven dagen per week. Voordeel van de focus op dienstverlening is dat de inkomsten voor jaren zijn verzekerd door langdurige contracten. Net zoals de topdrieposities moet in 2005 moet de verhouding op diensten/apparaten op 80/20 liggen.

De diensten zijn de reddingsboei voor Océ. Het afgelopen jaar viel de verkoop door de economische tegenwind van apparatuur in elke markt met dubbelcijferige percentages terug. En keer op keer compenseerde de verkoop van nieuwe software en de dienstverlening de omzetdaling. Is Océ straks een pur sang dienstverlener in plaats van een printerfabrikant? ,,Ondenkbaar'', zegt Van Iperen. ,,De kracht zit in de combinatie.''