Macaber werk

De conservator van het anatomisch museum te Groningen, een negentiende-eeuws griezelkabinet vol hoofden, geslachts- en andere organen op sterk water, vertelt me tijdens een rondleiding dat hij tevens amanuensis is van de vakgroep anatomie.

Dat blijkt wel als hij even wordt weggeroepen naar een aangrenzend vertrek, waar geneeskundestudenten een operatie oefenen op een kat.

,,Vanochtend heb ik nog een snijprakticum voorbereid in de snijzaal hierboven'', zegt hij.

,,Hierboven? Mag ik eens kijken?'' Een mooie kans dit antieke pand eens te zien, voordat het binnenkort gesloopt wordt.

De amanuensis aarzelt.

,,Mensen vinden het vaak geen prettig gezicht'', waarschuwt hij.

De man praat monotoon, met Gronings accent.

Ik dring aan.

,,Vooruit dan.''

Twee stenen trappen hoger ontsluit hij een deur. Erachter bevindt zich een soort gymzaal met rijen zware tafels, voorzien van een fonteintje. Het ruikt er weeïg. Formaline? Vlees op alkohol?

Op elke tafel ligt een kunststof zak in de vorm van een bovenlichaam. Kop, hals, romp. Ze liggen op hun rug, met hun kruin in dezelfde richting. Armen en benen ontbreken.

,,Die haal ik er altijd af'', zegt de amanuensis. ,,Dat is wat handzamer.''

Gronings accent, geen spoor van ironie.

,,Vindt u dat gehak geen macaber werk?''

Hij schudt zijn hoofd.

,,Nee, dat went. Eén keer zouden we een oom van me krijgen, die zich ter beschikking van de wetenschap had gesteld. Dat leek me niet prettig. Toen heb ik gebeld dat ze hem aan een andere universiteit moesten geven.''