Kunstenaars illustreren hun politiek-correcte opvattingen

Het uitgangspunt van de tentoonstelling Unpacking Europe was het verzoek aan kunstenaars om commentaar te leveren op het `Imperium Europa'. De gastcuratoren Salah Hassan en Iftikhar Dadi, beiden als kunsthistoricus verbonden aan de Cornell University in Ithaca, New York, nodigden zestien exposanten uit die voor het grootste deel afkomstig zijn uit Azië en Amerika, maar veelal wonen in de grote westerse steden. De bedoeling van Unpacking Europe is, dat na eeuwen van Europese overheersing van niet-westerse culturen de rollen worden omgedraaid en dat Europa zélf nu eens bekeken wordt als `de Ander'. Het boek bij de tentoonstelling, met een twintigtal essays van kunsthistorici en literatuurwetenschappers van over de hele wereld, is een belangrijk onderdeel van het project.

Een dergelijke veranderde blikrichting zou veel interessants kunnen opleveren. Maar helaas is een groot deel van de schrijvers en van de kunstenaars slecht geïnformeerd over de geschiedenis van Europa en de Europese situatie van dit moment. In het voorwoord wordt het thema aldus geformuleerd: ,,Unpacking Europe is een uitdaging aan de veronderstelling dat Europa's diverse populaties slechts een verfraaiing zijn van het weefsel van een continue identiteit en cultuur.'' Maar wie bedenkt een dergelijke rare veronderstelling? Geen enkele Europeaan met enig historisch besef zal Europa opvatten als een weefsel van een continue identiteit en cultuur. De recente euro-perikelen in Italië, uitmondend in het aftreden van minister van buitenlandse zaken Renato Ruggiero, zijn het zoveelste bewijs van de broosheid van een Europese eenheid.

Veel essays in het boek zijn sterk anti-Europees van toon. Gezien de geschiedenis van imperialisme en slavernij is dit niet verbazingwekkend, en voor een deel ook terecht. Maar de kritiek op Europa neemt hier en daar extreme vormen aan. Zo gaan Hassan en Dadi er van uit dat er ooit een `zuiver Europese cultuur en beschaving bestond' om vervolgens te stellen dat binnen dit `eigenlijke' Europa de holocaust het moment was waarop het `zuivere' gevoel van Europeesheid zijn melancholieke hoogtepunt bereikte'. Zo zijn er meer voorbeelden te vinden van een gebrek aan genuanceerd denken. Apinan Poshyananda (werkzaam aan de Chulalongkorn Universiteit van Bangkok) bijvoorbeeld schrijft dat, na de recente oorlog op de Balkan, ,,zij die behoren tot de EU-club zichzelf hebben gedistantieerd van de `barbaren' op de Balkan, [...] aliens, die als inferieur worden beschouwd vanwege hun neiging tot grofheid, geweld en wetteloosheid.'' Temidden van deze simplificaties is het erudiete essay van de Amerikaan Fredric Jameson, Europe and its others, een verademing. ,,Europa wordt eerder bijeengehouden door verschillen dan door overeenkomsten en gelijkaardigheden'', stelt Jameson.

Vooringenomenheid en gebrek aan kennis blijkt ook bij een deel van de kunstenaars. Fred Wilson (1954, New York) deed een onderzoekje en `ontdekte tot zijn verbazing dat heel veel dingen buiten Europa hun oorsprong hebben'. Fijn, dan heeft hij iets geleerd; alleen is het ietwat overbodig om van zijn ontdekkingen (16de eeuwse houten troon Egypte; Picasso's kubisme Afrika, enzovoort) kond te doen in een museum in Rotterdam. De in Amsterdam wonende Chinees Ni Haifeng beschildert zijn lichaam met Nederlands-geïnspireerde porseleinmotieven `als getuigenissen van in bezitname' (namelijk van de Chinese porseleinproductie door Hollanders). En passant wordt in de tekst bij zijn werk een verband gelegd tussen de porseleinhandel in de 18de eeuw en mensenhandel nu, van zowel gastarbeiders als vluchtelingen opgesloten in vrachtauto's.

Op deze manier wordt een uitwisseling tussen `ons' en `hen' wat moeizaam. Maar ook tussen de exposanten onderling: de tentoonstelling is één Babylonische spraakverwarring. De Zuidafrikaan Willem Boshoff reikt deze metafoor aan met zijn werk Panifice, stenen in de vorm van broden die hier ondermeer verwijzen naar de vernietiging door God van de toren van Babel en de verstrooiing van de mensen, die tot dan toe één taal hadden, over de aarde. Boshoffs installatie is al te letterlijk en illustratief. Dit geldt voor veel werk op de tentoonstelling: het is programmatische kunst. Er wordt nergens op beeldende manier stelling genomen, maar de werken zijn een illustratie bij een idee. Bijvoorbeeld Shi Yong (Shanghai, 1963), die het ondoordringbare kasteel dat Europa in haar perceptie is, niet anders weet te verbeelden dan het Chinese woord `welkom', in rood neonlicht geprojecteerd, te laten veranderen in een zwart Europees kruis.

De kunst op Unpacking Europe heeft geen niveau. Kennelijk was het niet belangrijk om te zoeken naar kunst van betekenis. Het onderwerp Europa versus niet-westerse culturen is natuurlijk veel te complex voor een enkele tentoonstelling, zodat het project al bij voorbaat gedoemd was te mislukken. Maar kwalijker is het dat de kunst hier door de curatoren wordt ingezet om een politieke stellingname te illustreren. Unpacking Europe is een ideologische tentoonstelling barstens vol politieke correctheid, waaraan de kunst volledig ondergeschikt is gemaakt.

Tentoonstelling: Unpacking Europe. Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam. T/m 24 februari. Diza 10-17 uur, zo 11-17 uur. Tel. (010) 4419400. Boek Unpacking Europe, Towards a Critical Reading, red. Salah Hassan en Iftikhar Dadi, 467 blz., 32,00 euro.