Hongkong wijst 5.000 immigranten uit

Het hoogste gerechtshof van Hongkong heeft vandaag besloten om 5.000 Chinese immigranten het verblijf in het autonome Hongkong te weigeren. Immigranten die zich vóór 29 januari 1999 in Hongkong vestigden mogen er wel blijven wonen.

Het oordeel van het hof is een overwinning voor de regeringen van Hongkong en Peking die al jaren strijden voor beperking van het aantal Chinese immigranten. Volgens de in immigratie gespecialiseerde jurist Rob Brooke worden slechts twee- tot driehonderd immigranten vrijgesteld van uitzettting: zij waren al voor 29 januari 1999 in Hongkong. Het is nog niet bekend wanneer de overigen Hongkong zullen moeten verlaten.

De uitspraak van het hof van vandaag staat in scherp contrast met zijn uitspraak in januari 1999 om een verblijfsvergunning toe te kennen aan iedere Chinees met een vader of moeder in Hongkong. De regering van Hongkong deed destijds een beroep op de regering in Peking om die uitspraak van het hof te verwerpen, uit angst dat miljoenen Chinezen het land zouden binnenstromen.

Peking herzag vervolgens de immigratie-clausule in de basic law (de mini-grondwet) van Hongkong die de immigratie van kinderen met ouders in Hongkong toestond. Door de interventie van Peking werd de geloofwaardigheid van het onafhankelijke gerechtshof in Hongkong in diskrediet gebracht.

Veel Chinese immigranten bereiken Hongkong op illegale wijze of zijn in het bezit van een verlopen verblijfsvergunning. Legale gezinshereniging duurt jaren en zorgt ervoor dat familieleden lang van elkaar gescheiden zijn.

Sinds de overdracht van Hongkong in 1997 door Groot-Brittannië aan China zorgt het immigrantenvraagstuk voor de grootste tegenstellingen tussen de regering en de wetgevende raad.