Heenzending

De man van de man met de hond is weer los. Officier van justitie Wooldrik kwam vijftien jaar geleden in opspraak door heenzending van een verdachte van aanranding, die graag een hond bij zich had. Plaatsgebrek was de verklaring, die met reden krachtdadig werd afgewezen in het parlement. Nu zijn het buitenlandse drugskoeriers die worden gesnapt op Schiphol, mits het minder dan een kilo cocaïne betreft. Wooldrik is inmiddels hoofdofficier van justitie te Haarlem. Zijn parket zou volgens de douane zelfs hebben aangedrongen op een terughoudende controle. De kleine drugskoeriers – `pakezels' in het jargon – zijn vaak tragische gevallen. Maar een serieuze controle aan de buitengrenzen is een absolute voorwaarde wil Nederland zijn toch al omstreden drugsbeleid kunnen handhaven.

Het gezag van het openbaar ministerie is in opspraak gebracht. Zozeer zelfs dat de vraag gewettigd is of de verantwoordelijke hoofdofficier te handhaven valt. Dit soort vragen behoort traditioneel niet tot de huisstijl van het openbaar ministerie (OM). De Schiphol-affaire vormt een aardige proef op de som van het succes van de reorganisatie van het OM, waarover minister Korthals (Justitie) zich tijdens de laatste begrotingsbehandeling van zijn eerste ambtstermijn juist ,,zeer tevreden' betoonde.

Ook bij de minister is sprake van recidive. Dit is nu al de derde keer binnen twee jaar dat hij zich moet verantwoorden voor heenzending van gedetineerden. Op zichzelf is daar begrip voor als het mensen betreft die hun straf bijna hebben uitgezeten en de aantallen beperkt blijven. Het gevangeniswezen heeft een ventiel nodig. Een beetje krapte houdt bovendien de selectie aan de voordeur scherp. Het alternatief is een extra buffercapaciteit die veertig miljoen gulden per jaar opsoupeert. En Korthals werd toch al geconfronteerd met een taakstelling om te bezuinigen. Allemaal goede verklaringen, die echter één bezwaar hebben: het werkt niet.

Het doet allemaal sterk denken aan de diagnose die Korthals zelf, toen nog als Kamerlid, op 2 juni 1993 stelde in een debat over heenzending: de celcapaciteit was bij het aantreden van de minister nagenoeg op orde. Dat is in een paar jaar tijd weer als zand tussen de vingers weggegleden. En dat valt de bewindsman bijzonder kwalijk te nemen.