Goedgeluimde avond met Wiener Philharmoniker

Het nieuwe jaar begint bij de Wiener Philharmoniker met één en al luchtigheid. Na de traditioneel walsende Strauss bij het Nieuwjaarsconcert onder leiding van Seiji Ozawa, speelden de Wiener onder de geanimeerde leiding van Mariss Jansons gisteravond in Amsterdam alweer een licht programma met uitsluitend populair-klassiek. Rossini's spitse ouverture La gazza ladra werd gevolgd door Mendelssohns zonnige symfonie nr 3 `de Schotse', stralend opgepoetst. Na de pauze klonk afwisselende Prokofjevs suite uit het ballet Romeo en Julia en de toegift na het buitengewoon prachtig gespeelde concert was uiteraard een Nieuwjaarswals.

Het mag, zo'n prettige feestavond zonder problemen en met alleen maar plezierige muziek. Bij nader inzien viel er zelfs al luisterende nog wat te analyseren aan al die muziek, die op het oog lukraak was geprogrammeerd. De vrijzwevende sprankeling krijgt telkens een complement in zwarige passages. Bij Rossini is er naast muizengetrippel ook olifantenhoempa, Mendelssohns geluksgevoel heeft een soms nogal pompeus fundament, dat in Prokofjevs balletmuziek een forse uitvergroting krijgt naar het sentimentele (het afscheid van Romeo en Julia) en naar het sarcastische (de monumentale dans van de Montagues en de Capulets).

Maar toch, een hele avond van die gevarieerde diverterende muziek, veel losse stukjes in goedgeluimde sfeer, bijna zonder dramatiek en met nog minder emotionele diepgang – is het nodig om daarvoor een wereldberoemd orkest en een wereldberoemde dirigent uit Wenen te laten overkomen?

Mendelssohn mag niet denigrerend worden bejegend, maar er is muziek van groter formaat waarin het orkest, maar vooral ook Jansons zich veel beter had kunnen bewijzen. En Prokofjevs Romeo en Julia, staat vrijdag ook op het programma van het Koninklijk Concertgebouworkest en Riccardo Chailly.

Concert: Wiener Philharmoniker o.l.v. Mariss Jansons. Gehoord: 9/1 Concertgebouw Amsterdam.