Geld voor Surinaamse kustwacht

Nederland heeft aan Suriname een bedrag van bijna 227.000 euro toegezegd als bijdrage aan de oprichting van een nieuwe kustwacht. Dat heeft minister De Grave (Defensie) gisteren verklaard aan het eind van zijn bezoek aan Suriname.

De Grave opperde de mogelijkheid dat Surinaams marinepersoneel in de toekomst wordt opgeleid bij onderdelen van de Nederlandse marine die op de Nederlandse Antillen zijn gestationeerd. Ook zouden, bij wijze van tegenprestatie, Nederlandse militairen weer op training kunnen gaan in de Surinaamse oerwouden, zoals in koloniale tijden gebruikelijk was.

De Surinaamse minister van Defensie, Ronald Assen, zegt ,,hoera'' tegen de mogelijkheid dat zijn marine ook op de Antillen kan trainen. Momenteel vindt de opleiding voor Surinaams marinepersoneel plaats in Brazilië en door de Verenigde Staten.

De Grave ziet de Nederlandse bijdrage aan de Surinaamse kustwacht, die zich vooral zou moeten richten op het tegengaan van drugssmokkel, als onderdeel van de ontwikkelingsstrategie van Suriname, waarbij Nederland zich betrokken voelt. Investeerders komen alleen als de situatie in een land stabiel is, aldus De Grave, en daarvoor is overheidsgezag noodzakelijk alsmede beteugeling van de criminaliteit en corruptie die de drugshandel met zich mee kan brengen. Op dit terrein hebben Nederland en Suriname een gemeenschappelijk belang.

Assen verklaarde dat Suriname, behalve met Nederland, ook militaire samenwerking met andere landen blijft zoeken. Als het gaat om beveiliging van het binnenland kunnen projecten beter worden ,,gedropt'' bij Brazilië waarmee Suriname het Amazone-woud gemeen heeft, aldus de Surinaamse minister. Of bij Frankrijk, dat met Suriname niet alleen een grens maar ook een soortgelijk gebied gemeen heeft. Ook kan worden gedacht aan Venezuela en de VS.

De VS werken samen met Nederland ten aanzien van de kustwacht op Aruba en de Nederlandse Antillen. Assen denkt dat als Suriname een samenwerking op kustwachtgebied zou aangaan met Nederland, dat in elk geval in overeenstemming zou zijn met de samenwerking die op dat gebied met andere landen bestaat. ,,Vooralsnog hebben wij het nog niet gehad over Surinaams-Nederlandse samenwerking bij het functioneren van de kustwacht'', aldus Assen.

Op de Nederlandse ambassade in Paramaribo zal niet weer op korte termijn een militaire attaché worden geplaatst, aldus De Grave – zich inmiddels verzettend tegen suggesties van Surinaamse zijde dat het ontbreken van een dergelijke functionaris als een politiek signaal moet worden gezien. De aparte militaire attaché in Paramaribo is een aantal jaren geleden wegbezuinigd, en sindsdien doet de attaché in Venezuela Paramaribo erbij.