Europa gist naar politiek Berlusconi, en Italië ook

Na het ontslag van minister Ruggiero van Buitenlandse Zaken is in Italië een ware kakofonie over Europa losgebarsten. Waarheen wil Rome? `De moeilijkheid is dat onder bijna ieder standpunt een dubbele bodem zit.'

Een nieuwe lichting van 51 jonge Italiaanse diplomaten had gisteren de primeur: het eerste publieke optreden van Silvio Berlusconi als premier én minister van Buitenlandse Zaken. Met verve vertolkte de 65-jarige mediamagnaat-politicus – klein van stuk, breed grijnzend en zwaar geschminkt – zijn nieuwste dubbelrol voor de tv-camera's die voor een groot deel tot zijn eigen zakenimperium behoren.

De kersverse diplomaten dachten vorige week nog dat ze hun diploma zouden krijgen van de 71-jarige Renato Ruggiero, die in velerlei opzicht Berlusconi's tegenpool is: een gezette, extraverte Napolitaan en voormalig diplomaat, minister van Handel en directeur-generaal van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Maar Berlusconi zette de internationaal gerespecteerde Ruggiero afgelopen weekeinde aan de kant als minister van Buitenlandse Zaken. Hij had genoeg van Ruggiero's openlijke kritiek op eurosceptische uitspraken van collega-ministers en nam zelf de leiding van de Italiaanse diplomatie in handen.

Vanaf dat ogenblik is in alle Europese hoofdsteden de vraag of het Italiaanse enthousiasme voor de Europese integratie voorbij is. Gisteren zei Berlusconi dat Gianfranco Fini, vice-premier en leider van de ultra-rechtse Alleanza Nazionale, een serieuze kandidaat is voor Buitenlandse Zaken. Zoals veel Italiaanse politici is Fini iemand die bij voorkeur niet aan vroegere standpunten herinnerd wil worden.

Nog maar enkele jaren geleden noemde Fini de vroegere fascistische dictator Benito Mussolini ,,de grootste staatsman van de twintigste eeuw''. Nu betitelt Fini zijn politieke partij, voortgekomen uit de neofascistische Movimento Sociale Italiano, niet meer als postfascistisch. Ook zijn nationalistische anti-Europese slogans heeft hij ingeslikt. Italiaanse diplomaten gaan ervan uit negatieve buitenlandse reacties Berlusconi er niet van zullen weerhouden Fini op Buitenlandse Zaken te zetten. Fini is net zomin fascist, als de oppositie van Democratisch Links communistisch is, redeneren zij.

Italië had lang de reputatie eurofiel te zijn, hoewel het afwisselend een linkse en een rechtse oppositie tegen Europese integratie heeft gekend en dikwijls traag is in de toepassing van Brusselse wetgeving. Ruggiero gold als garantie voor voortzetting van van de pro-Europese koers van de centrum-linkse coalitie die zeven maanden geleden plaats moest maken voor de rechtse regering van Berlusconi. Zijn verzekering dat Italië onveranderlijk verdere Europese integratie nastreeft, heeft de onrust over Ruggiero's vertrek niet weggenomen. In Rome is een ware kakofonie over Europa losgebarsten.

,,Een moeilijkheid daarbij is dat onder bijna ieder standpunt een dubbele bodem zit. Bovendien verklaren veel politici het tegendeel van wat zij enkele jaren geleden nog verkondigden'', zegt een Italiaanse diplomaat. ,,In Italië kan het letterlijk gebeuren dat iemand vergeet wat hij een minuut daarvoor heeft gezegd, zonder dat dit opzien baart'', constateert Barbara Spinelli, een vooraanstaand politiek commentator in onder andere het in Turijn uitgegeven dagblad La Stampa.

Behalve politieke tegenstellingen spelen volgens politicoloog Ilvo Diamanti (universiteit van Urbino) ook conflicten mee die te maken hebben met economische veranderingen. Ruggiero heeft nauwe relaties met Giovanni Agnelli, de verlicht aristocratische ere-president van Fiat en de ongekroonde koning van het Italiaanse industriële kapitalisme na de Tweede Wereldoorlog. Het Europabeleid van de vorige centrum-linkse regeringen had zijn zegen, toch trad hij als minister toe tot het rechtse kabinet-Berlusconi.

Maar Agnelli's autoriteit in Italië is niet meer wat zij was. Berlusconi is een exponent van de nieuwe financiële macht van Milaan. Spottend zei hij deze week dat uitgerekend links, dat ooit Agnelli als het kapitalistische kwaad afschilderde, nu moord en brand schreeuwt omdat Ruggiero als beschermeling van de autofabrikant uit Turijn de deur werd uitgezet.

Ruggiero's aartsvijand in het kabinet was Umberto Bossi, de minister van Institutionele Hervorming die als leider van Lega Nord een faam heeft opgebouwd wegens zijn platvoerse scheldpartijen. Bossi is met zijn aanhang van kleine zelfstandigen tegen alles wat Europees is en vertegenwoordigt het Noord-Italiaanse regionalisme. Hij juichte toen de Ieren vorig jaar per referendum het nieuwe Europese verdrag van Nice afwezen.

Nog niet zo lang geleden, in 1996, was dat anders. Bossi verkeerde op het hoogtepunt van zijn populariteit en wilde hij aansluiting van een zelfstandig Padanië bij de Europese Unie. Ook voorspelde hij dat Italië zich onder centrumlinks niet voor de euro zou kwalificeren. Maar hij kreeg ongelijk en verloor veel van zijn achterban van succesvolle middelgrote ondernemers aan Berlusconi's Forza Italia. Nu steunt nog vier procent van de kiezers hem en is hij als bondgenoot van Berlusconi 180 graden gedraaid.

En wat wil Berlusconi zelf? Over Europa heeft hij niet veel ideeën, geeft een Italiaanse diplomaat toe. Hij wil een einde maken aan de traditionele behoedzame Europese politiek van zijn land en hij wil van Europese toppen terugkeren met de indrukwekkende resultaten van een harde onderhandelaar. Wat dat betreft is Spanje's conservatieve premier José Maria Aznar zijn voorbeeld.

Maar anders dan Aznar manifesteert Berlusconi zich op het Europese toneel tot nog toe als een olifant in een porceleinkast. Lamberto Dini, in 1994 in Berlusconi's eerste kabinet nog (eurosceptisch) minister van Buitenlandse Zaken maar nu al weer geruime tijd met hem gebrouilleerd, refereerde daar gisteren ook aan: ,,Als je wilt bereiken dat het Europese voedselagentschap in Parma komt, moet je niet op tafel slaan en over je concurrenten, de Finnen, roepen dat ze niet eens weten wat ham is!''

Bijzonder is ook dat andere Europese regeringsleiders wantrouwend opletten hoe Berlusconi omgaat met zijn persoonlijke belangen en die van zijn land. Een Duitse diplomaat in Brussel wijst in dit verband op de justitiële harmonisering in Europa. Daarbij kunnen, net als vorige maand rond het Europese arrestatiebevel, persoonlijke belangen van de Italiaanse premier in het geding komen. Berlusconi is op zijn hoede dat Europese wetgeving niet in het voordeel is van magistraten die hem voor de rechter willen brengen wegens financiële praktijken rond zijn zakenimperium Fininvest.

Van de binnenlandse oppositie lijkt Berlusconi vooralsnog niet veel te duchten te krijgen. Adviseur Paolo Soldini van Rome's burgemeester Walter Veltroni (Democratisch Links) noemt de centrum-linkse oppositie zelfs ronduit zwak. De spanning zit veeleer binnen de coalitie, ook al wordt haar stevige parlementaire basis niet verzwakt door het vertrek van de partijloze Ruggiero.

In tegenstelling tot Ruggiero – een federalist met een duidelijke mening over de toekomst van Europa – heeft Berlusconi tot nu toe een duidelijk standpunt in het Europese debat zorgvuldig vermeden. Een diplomaat vertelt dat de premier zich mateloos ergerde aan Ruggiero's neiging om hem bij internationale bijeenkomsten als een nitwit te behandelen. Ruggiero zou onvoldoende hebben willen luisteren naar Berlusconi's wens om te breken met Italië's diplomatieke behoedzaamheid, waarvan Ruggiero op het internationale toneel nu juist de belichaming vormde.

Berlusconi heeft de vormgeving van het Europabeleid van Italië niet aan de politieke buitenstaander Ruggiero willen overlaten. Volgens diplomaten in Rome zal bij het vaststellen van zijn Europese politiek de wens zwaar wegen om vrede te bewaren binnen zijn regeringscoalitie. En dat is al ingewikkeld genoeg met een minister van Institutionele Hervorming, Umberto Bossi, die tegen de Europese Unie scheldt, en een minister van Economische Zaken, Giulio Tremonti van Berlusconi's eigen Forza Italia, die de spot drijft met degenen die de euro beschouwen als een instrument voor verdere Europese politieke integratie.