Een vreemd iets

In de trein van Amsterdam naar Den Haag vond deze week een tamelijk bloedige moord op Charles plaats, zonder dat hij het zich bewust was. De slachting voltrok zich in een eersteklas coupé en ik was de enige getuige, huiverend achter mijn krant. De daders waren een man en een vrouw, keurige dertigers, werkzaam op hetzelfde kantoor en voor hun bedrijf op weg naar een bijeenkomst.

Charles werkte ook bij dat bedrijf. Ik heb zijn voornaam maar even veranderd, want ik wil niet dat hij bij het lezen van zijn avondblad plotseling over zijn hele lichaam messteken en kogelgaten voelt. Mocht dit toch het geval zijn, dan heb ik één troost voor hem: hij is niet de enige Charles die zoiets overkomt.

,,Wat vind jij van Charles?'' vroeg de vrouw.

De man zuchtte diep. Hij deed alsof hij ongaarne op de vraag inging, maar hij kon niet voorkomen dat zijn gezicht een rozige kleur kreeg, de gloed van een inwendige vreugde. ,,Een dikdoener'', beet hij, waarna hij een suggestieve stilte liet vallen.

,,Het is zo'n zak'', zei de vrouw. ,,Hij zegt nooit iets persoonlijks tegen je, maar wel komt hij er soms ongevraagd bijstaan als je met iemand staat te praten.''

De man begon hard en mechanisch te lachen. ,,Het is een vreemd iets'', zei hij. Toen, na een korte pauze: ,,Weet je dat ik tegenwoordig met de pest in mijn lijf naar mijn werk ga? Alleen maar vanwege die rare snoeshaan?''

,,Hij is een stoorzender'', zei de vrouw, ,,hij kan eigenlijk met niemand communiceren.''

,,Maar hij is als woordvoerder wél het gezicht van het bedrijf.''

,,Reken maar. We ondervinden er allemaal schade van.''

De man sloeg met gebalde vuistjes op zijn knieën. Je kon merken dat het onderwerp hem obsedeerde. Het had hem vaak uit zijn slaap gehouden, maar nu begon hij er een morele kracht aan te ontlenen. Hij leunde voorover naar de vrouw. ,,Weet jij hoe de externen over hem denken?'' vroeg hij.

De externen. Het leken me oude, strenge mannen in zwarte toga's.

,,Die kunnen ook niet met hem overweg'', wist de vrouw zeker.

,,Hoe moet het dan met onze netwerken?'' vroeg de man, bijna wanhopig.

De vrouw zuchtte. ,,Je begrijpt zo'n selectiecommissie niet. Toch vraag ik me af: moeten we niet iets doen?''

De lastigste vraag. De moord is al gepleegd, maar nu moet het lijk nog worden opgeruimd. Wie klaart de klus? De man wikte behoedzaam zijn woorden. ,,Ik kan moeilijk uit mezelf tegen de directie zeggen: wég met die man. Maar als ze mijn mening vragen, zal ik zeker tussen neus en lippen...''

De vrouw knikte dankbaar. Het leek haar meer dan voldoende. Bovendien voel je altijd enige opluchting als een ander het vuile werk wil doen.

Ik zag hen de volgende dag Charles op kantoor tegenkomen.

,,Was het leuk in Den Haag?'' vraagt hij.

,,Taai, maar toch ook vruchtbaar'', antwoorden ze.

,,Waren de externen een beetje tevreden?'' vraagt Charles.

,,In grote lijnen wel'', zegt de man.

,,Ik haal even koffie'', zegt de vrouw, ,,Charles, wat wil jij er ook weer in?''