Beurshandelaar succesvol maar toch `overbodig'

Kantonrechters moeten elk jaar meer ontslagzaken behandelen. In 2000 waren het er 34.434. Deel 5 in een serie: de ambitieuze HEAO'er Van de B., die de omzet in de derivatenhandel fors wist te verhogen, is overbodig geworden bij Deutsche Bank.

Met hooggespannen verwachtingen stapte de heer De B. anderhalf jaar geleden over van een functie bij ING naar Deutsche Bank. De bank, die hem via een headhunter had benaderd, bood een salaris van 160.000 gulden plus een bonus van 60.000 gulden en reageerde enthousiast op zijn wens om in de toekomst naar het buitenland te gaan. Ze zien het graag, zeiden ze, werknemers die bereid zijn om de bakens te verzetten.

De B., een jonge en ambitieuze – tijdens de zitting onberispelijk geklede – specialist in de derivatenhandel, vervulde zijn taak goed. De omzet van derivaten bij Deutsche Bank steeg na zijn komst met een miljoen gulden. ,,Het functioneren Van de B. staat hier ook niet ter discussie'', betoogt de advocaat van de bank op de rechtzitting over het ontslag van De B. Maar de vraag hoe het dan mogelijk is dat deze succesvolle HEAO'er in augustus van dit jaar geheel onverwachts te horen heeft gekregen dat hij `overbodig' is, staat dat wél, vindt De B.'s advocaat.

De schuldige is de economische recessie, legt de advocaat van Deutsche Bank uit. Door tegenvallende resultaten moet de bank wereldwijd inkrimpen met tien procent. De derivaten-afdeling van de B. moet als gevolg daarvan naar Londen worden overgeplaatst. Hoe goed De B. ook presteert, zonder functie heeft hij niets te zoeken bij de bank. In Londen zijn al zoveel mensen weggestuurd, daar zitten ze op De B. niet te wachten.

In de wereld van het grote geld kan het vriezen of dooien, zo luidt kort samengevat het pleidooi van de advocaat van de bank. ,,Voor mensen als De B. worden hoge salarissen betaald, maar zij moeten accepteren dat hun lot is verbonden aan de economische omstandigheden.'' De B. heeft nog het geluk dat hij in Nederland woont, waar ontslag niet zomaar kan. ,,Zijn collega's in Londen worden zonder pardon weggestuurd.''

Op 3 augustus kreeg De B. te horen dat zijn functie was opgeheven. Op 6 augustus werd hem 25.000 euro geboden als ontslagvergoeding. Dat bedrag is na De B.'s weigering verhoogd tot 40.000 euro. Maar De B. wil het geld niet, hij wil een baan. Er is door de bank geen enkele moeite gedaan om hem ergens anders te plaatsen, zegt zijn advocaat. De twee gesprekken over zijn ontslag hebben bij elkaar dertig minuten geduurd.

Klopt dat? vraagt de rechter. Eigenlijk wel, zegt de advocaat van de bank.,,Kan de bank dan toch niet eens kijken of er in Londen misschien iets is voor De B.?'', vraagt de rechter. De advocaten gaan de gang op. Terug in de rechtszaal zijn ze het eens: de bank heeft twee weken de tijd om de mogelijkheden voor De B. in Londen te onderzoeken. De B. fluistert zijn advocaat iets in het oor. ,,Cliënt houdt zich ook beschikbaar voor Frankfurt'', roept deze dan. Protest van de advocaat van de bank: ,,We hebben net Londen afgesproken, nou moet hij niet Frankfurt erbij gaan halen''. De rechter wordt er een beetje wanhopig van. Moet hij dan zo maar uitspraak doen? Nee, toch liever zelf iets afspreken. De advocaten gaan weer de gang op. Vijf minuten later is er een nieuwe overeenkomst: mogelijkheden voor De B. in Londen worden officieel onderzocht, de bank stelt zich tegenover onderzoek naar mogelijkheden in Frankfurt ,,welwillend'' op. Twee weken later heeft de bank voor De B. niks passends gevonden en het aanvankelijke bod van 40.000 euro ontslagvergoeding is ingetrokken. Immers, De B. wordt conform de bank-CAO al doorbetaald sinds het begin van de rechtszaak.

Uitspraak: De B. moet per 1 februari vertrekken bij de Duitse financiële instelling. Deutsche Bank moet hem wel 40.000 euro ontslagvergoeding betalen, ook al ontvangt hij sinds zijn ontslag in augustus salaris.