Zuid-Afrika: leed op die platteland

Het Zuid-Afrikaanse platteland voelt de val van de rand in de portemonnee nu in het nieuwe jaar de prijzen fors zijn gestegen. En het ging al niet zo goed met de boerenstand. Veel boeren gaan failliet.

,,Wat doe jy hier in die land van die kaffers?'' Pieter Daniël Jacobs, als alle dagen gekleed in kaki shirt en groene kousen, stelt de vraag zonder enige gêne. De taal van het nieuwe Zuid-Afrika heeft hij nog altijd niet onder de knie. ,,Ik ben geen racist, ik ben rasecht!''

Maar de gevolgen van de nieuwe positie van zijn ,,wonderlijke'' land in de wereldeconomie begrijpt de voormalige schapenboer als geen ander. Niet ver van Utrecht, Amsterdam en Ermelo ligt zijn boerderij `Geluk' aan de oude weg naar Amersfoort, in de provincie die hij nog steeds Transvaal noemt, maar sinds 1994 op alle wegenkaarten Mpumalanga heet.

,,Zover als het oog hier reikt'', wijst hij als zijn vierwiel aangedreven `bakkie' het hoogste punt van het hobbelige zandpad heeft bereikt. ,,Alle boeren in de vallei van de Vaalrivier zijn bankroet gegaan. Ik tel er zo één, twee, drie, vier, vijf.''

Jacobs, iedereen noemt hem `Boy' zoals zijn oma, heeft inderdaad geluk gehad. Net als die anderen deed Boy sinds zijn geboorte niet anders dan schapen scheren op de boerderij van zijn ouders. Net als al die anderen verkocht hij de wol van zijn 1.500 schapen aan de voornamelijk lokale textielindustrie.

En net als al die anderen dreigde hij in post-apartheid Zuid-Afrika kopje onder te gaan toen de grenzen opengingen, de sancties verdwenen en goedkope wol uit Australië en Nieuw Zeeland de markt overspoelde. Wegens de droogte hebben de Australische schapen minder last van wormen en hoeven de boeren minder uit te geven aan medicijnen dan hun collega's in het nattere oosten van Zuid-Afrika.

Om de verliezen op de wolmarkt op te vangen begon Jacobs samen met zijn zoon Gerrie een slachthuis. Hij ontsloeg tien van zijn vijftien werknemers en verkocht een deel van het land dat hij voorheen voor de schapen gebruikte. Het bleek zijn redding. Geholpen door de BSE en mond-en-klauwzeer in Europa maakten vader en zoon Jacobs het afgelopen jaar weer winst met de export van het Amersfoortse vlees. Met dank aan de open grenzen.

Maar nu moet de broekriem opnieuw worden aangehaald. Door de val van de rand zijn de vaste kosten voor de boeren de laatste maanden omhoog geschoten. De rand verloor het afgelopen jaar meer dan 40 procent van de waarde ten opzichte van de dollar. In januari 2001 kostte een dollar nog 7,60 rand, eind december 13,85.

Op 1 januari kreeg Zuid-Afrika daarvan de rekening gepresenteerd. Aan de pomp betaalt de automobilist 8 cent meer voor benzine en 2 cent meer voor een liter diesel. Economen voorspellen dat ook de voedselprijzen de komende weken met 20 tot 40 procent zullen stijgen.

,,Dit kost ons duizenden randen'', zegt Jacobs, die zich vooral zorgen maakt over zijn machines. Zoals veel van zijn collega's repareert hij zijn materiaal tegenwoordig zelf, zo goed en kwaad als het gaat. De geïmporteerde onderdelen zijn onbetaalbaar geworden en aan vervanging van zijn tractors hoeft hij al helemaal niet te denken. ,,Tien jaar geleden kocht ik voor 18.000 rand een gloednieuwe trekker, nu krijg ik voor dat geld nog niet eens de banden.''

Vooral de coöperatie die alle boerenwinkels in de omstreken verenigt, krijgt harde klappen. De voorzitter van de coöperatie schrijft aan het begin van ieder jaar het omzetstreven met krijt op een zwart schoolbord. Maar aan het eind van 2001 moest hij met de helft van zijn doelstelling genoegen nemen.

De Zuid-Afrikaanse boerenstand heeft het de afgelopen jaren niet makkelijk gehad. Sinds de ANC-regering in 1996 subsidies en prijsgaranties introk, staken veel boeren zich in de schulden. De afgelopen tien jaar liep de werkgelegenheid in de agrarische sector terug van 1,2 miljoen naar 840.000 banen.

Volgens de boerenorganisatie Agri Zuid-Afrika is ook de prijs van het land flink ingezakt. ,,Vooral de regio's waar graan en maïs wordt geproduceerd hebben flinke verliezen gemaakt'', zegt woordvoerder Lourie Bosman. Sommige landerijen in Mpumalanga verloren de afgelopen vijf jaar meer dan 40 procent van de waarde wegens de lage winstgevendheid van het land.

Volgens Bosman gingen de meeste schapenboeren in Mpumalanga ten onder toen ze gingen experimenteren met de productie van maïs halverwege de jaren negentig. ,,Na drie jaren van grote droogte was het gedaan met de boeren.''

De val van de rand zal volgens Agri Zuid-Afrika op korte termijn voor de exporterende boeren gunstig uitvallen. Een zwakke rand is goed voor de concurrentiepositie van Zuid-Afrika. Maar producenten voor de lokale markt zullen de hogere transportkosten, de buitenlandse kunstmest en andere importgoederen moeilijk kunnen slikken. ,,De meesten zitten al aan hun limiet'', aldus Bosman.

,,Er is ook iets positiefs'', zegt Pieter Daniël Jacobs als hij weer in zijn luie stoel zit en zijn pijp heeft aangestoken. Trots vertelt hij hoe zijn zonen Gerrie en Marius allebei hebben geprobeerd overzee te leven, Gerrie in Amerika en Marius in Engeland. Allebei verdienden ze het tienvoudige van een gemiddeld salaris in Amersfoort. En allebei stonden ze na een jaar weer bij vader op de stoep. ,,Een huis zoals dat van pa en ma kunnen ze nergens vinden, behalve hier. Zuid-Afrika is ondanks alles toch het mooiste land ter wereld.''