Wu-Tang Clan

Het hoesje van Iron Flag ziet eruit als een beduimeld zwart-wit-plaatje, waarop de leden van de Wu-Tang Clan poseren als betrof het de beroemde foto waarop GI's met hun Amerikaanse vlag de verovering van een eiland op de Japanners in de Tweede Wereldoorlog markeren. Behalve dan dat de mannen van de Clan stuk voor stuk zwart zijn, en de vlag het Wu-Tang-logo bevat. Het beruchte rapperscollectief legt een soortgelijke strijdbaarheid aan de dag, al was het maar omdat hun vierde album amper een jaar na voorganger The W wordt uitgebracht.

Het is een van de sterkste platen uit dit kamp, dat ook een stroom aan solo-albums van de verschillende leden omvat. De rappers struikelen bijna over elkaar met hun onnavolgbare woordenstromen. `MC's have the right to remain silent', heet het in het als bonustrack opgenomen titelnummer van de vorige plaat, maar van dat recht ziet de groep graag af. Belangrijker nog is de productie, die in de vertrouwde handen ligt van groepslid Robert Diggs. Vertrouwde stijlmiddelen als samples uit horror- en oosterse knokfilms koppelt hij aan pakkende fragmenten dameszang, hallucinerende ritmes en slim gebruikte, staccato blazers-loops. Op `Back In The Game', opgebouwd rond een refrein van Ron Isley, maakt hij ruimte voor het producersduo The Trackmasters, waarmee de stemming meteen een stuk minder drukkend en heftig wordt. `Flavor Flav' van Public Enemy jut de boel flink op in het chaotisch klinkende `Soul Power' (Black Jungle). Dat alles maakt van deze plaat het beste Wu-Tang-album sinds het geruchtmakende debuut Enter The Wu-Tang (36 Chambers).

Wu-Tang Clan: Iron Flag (Loud EPC 504752 2) distr. Sony