Vietnam pakt de handel in baby's aan met een adoptiewet

Vietnam gaat zijn adoptiewetgeving veranderen in een poging handel in baby's te voorkomen.

Volgens de Vietnamese regering zijn er in de afgelopen tien jaar meer dan 2.000 baby's buiten de reguliere adoptieprocedures om gekocht door buitenlandse gezinnen. De kinderen zijn te koop voor 50.000 dollar en worden voornamelijk meegenomen naar Frankrijk en de Verenigde Staten. Vorig jaar werd er in de VS voor 600 Vietnamese baby's een visum aangevraagd.

Vietnam wordt de laatste jaren steeds vaker bezocht door echtparen die op zoek zijn naar een kind. Buitenlanders hebben van hun eigen land toestemming nodig en de benodigde papieren, maar kunnen vervolgens in Vietnam zelfstandig naar een kind zoeken. Officieel moeten adoptieouders zich bij de Vietnamese regering melden.

Eind vorig jaar werd een grote bende kindersmokkelaars opgerold in de Zuid-Vietnamese stad Ho Chi Minh. Zij boden in zogenoemde babyhotels kinderen voor adoptie aan. De bende zou meer dan 170 pasgeboren baby's hebben gekocht van hun ouders. De adoptieouders werd verteld dat de kinderen door hun moeders te vondeling waren gelegd of dat de ouders waren overleden.

De nieuwe wet moet de adoptie van baby's reguleren. Adoptie zal nog alleen mogelijk zijn door ouders uit landen die een bilateraal verdrag met Vietnam hebben gesloten. Tevens zullen adoptiebureaus een vergunning moeten aanvragen.

Enkele westerse landen, waaronder Canada, hebben de adoptie van baby's uit Vietnam verboden de handel in kinderen tegen te gaan. Frankrijk sloot een adoptieverdrag met Vietnam. In dit verdrag wordt het bedrag waarvoor kinderen verkocht kunnen worden, aan een maximum gebonden.

Het kinderfonds van de Verenigde Naties, UNICEF, riep vorig jaar op de verkoop van kinderen voor adoptie tegen te gaan. UNICEF schatte de omzet in kinderhandel toen wereldwijd op 25 miljard dollar per jaar. Aziatische landen met meer ervaring in adoptie, zoals Sri Lanka en India, hebben inmiddels hun wetgeving veranderd.