Laaghangend fruit

Philips gaat in hoog tempo door met saneren en reorganiseren. De omstandigheden geven daar aanleiding toe. 2001 was door de verslechterende economie een rampjaar. In februari, als de cijfers worden gepresenteerd, zal het elektronicaconcern naar verwachting voor het eerst sinds 1996 weer een verlies over een heel jaar rapporteren. Uit een gesprek dat de Wall Street Journal met Philips-president Gerard Kleisterlee had, blijkt dat de al in gang gezette reorganisatie in 2003 een besparing moet opleveren van een miljard euro. En boven op het eerder aangekondigde verlies van 12.000 banen dit jaar zullen de komende jaren meer arbeidsplaatsen verdwijnen. Er kan nog meer ,,laaghangend fruit'' worden geplukt, luidt de beeldspraak van Kleisterlee. De werknemer als overbodige vrucht; een appel of peer die kan worden doorgedraaid, omdat er toch te veel van zijn.

Los van de smakeloze bewoordingen is de boodschap van Kleisterlee duidelijk. Ook onder zijn leiding zal Philips snijden in de kosten, een even beproefd, noodzakelijk als fantasieloos recept voor bedrijven die in de gevarenzone zijn beland. Jan Timmer deed dat, de man die Philips begin jaren negentig van de ondergang redde, Boonstra deed het en nu is het Kleisterlee's beurt. Saneringen, besparingen en reorganisaties zijn de constante factor in het hedendaagse bestaan van het 110 jaar oude concern. Van Kleisterlee moet Philips weer groeien. De verkopen moeten omhoog en hoewel de president van zichzelf zegt ,,niet een gadget freak'' te zijn, verwacht hij veel van Philips' nieuwste dvd-recorder waarmee de koper thuis zelf opnames kan maken.

Juist daar zit Philips' grootste probleem. Niet specifiek bij de genoemde recorder, maar meer in het algemeen: hoe kan het bedrijf zijn consumentenelektronica zo goed mogelijk aan de man brengen? En vooral: hoe kan het winst maken met deze conjunctuur- en concurrentiegevoelige divisie? Philips maakt televisies, cd-spelers en dvd-spelers – maar verdient er geen cent mee. Een oude Philips-kwaal is dat het vernuftige apparaten uitvindt, maar de marketing ervan als een ondergeschikt belang beschouwt. Dat is de laatste jaren ingrijpend veranderd. Philips is de grootste in de Europese consumentenelektronica. Maar de winst die het met zijn tv's en cd-spelers maakt, lijkt iedere keer weer op toeval te berusten. Daar komt bij dat het concern in het belangrijkste afzetgebied, de Verenigde Staten, tevens de grootste problemen heeft. Sony is daar populairder, geld wordt er al jaren niet of nauwelijks verdiend, er is gedoe met rebellerend management en falende distributie. Hoe lang duurt het voordat Kleisterlee deze `bloeder' stelpt? Of misschien stopt, want dat is ook nog een mogelijkheid.

Saneren, reorganiseren, laaghangend fruit wegknippen: het werkt, maar het lost de onderliggende moeilijkheden niet op. Die vereisen creativiteit, een beter inzicht in het succes van de concurrentie en een bedrijfsstrategie die in extreme mate gericht is op het verkopen van producten die tot de beste ter wereld behoren.