Eindeloos wachten op een kamer

Door de algemene woningnood in Amsterdam moeten ook studenten lang zoeken naar een kamer. Een extra probleem vormt de nieuwe Koppelingswet.

Komen er studentenkamers in de Bijlmerbajes? Blijkens de wachtlijsten voor studenten die in Amsterdam willen wonen, moeten zij steeds langer wachten tot zij aan de beurt zijn. Volgens Amsterdam Steunpunt Wonen (ASW) is de wachttijd nu gemiddeld 39 maanden en daarmee binnen anderhalf jaar met een jaar toegenomen. Bij enkele coöperaties, zoals woonstichting De Key, is de wachttijd voor bepaalde kamers zelfs vier- à vierenhalf jaar voor een kamer in het centrum of net daarbuiten. Kamerbureau Intermezzo, met voornamelijk kamers buiten Amsterdam (zoals in Amstelveen en Hoofddorp) kampt met wachttijden die kunnen oplopen tot dertig maanden.

De gemeente Amsterdam erkent het probleem. In oktober heeft het college van B en W 11,3 miljoen euro (25 miljoen gulden) toegezegd voor een oplossing. Wethouder D.Stadig (volkshuisvesting) is volgens zijn woordvoerder in voor ,,alle onorthodoxe maatregelen, maar hij wil geen overhaaste beslissingen nemen''.

Er zijn plannen voor de Bijlmerbajes, maar die staan op een laag pitje. Het is niet duidelijk wanneer het gebouw leeg is en beschikbaar komt. Het verbouwde Andreasziekenhuis is deze maand in gebruik genomen door 161 studenten en er zijn besprekingen gaande over het bouwen van studenteneenheden op de Zuidas, in Amsterdam-Zuid. Stadig onderzoekt zelfs of aanleg van nooddorpen soelaas kan bieden tegen de algemene woningnood. Souterrains en zolders van particulieren en ruimtes in sloopwoningen zouden vaker als studentenkamer kunnen worden gebruikt.

Een oorzaak van de langer wordende wachtlijsten is volgens Amsterdam Steunpunt Wonen de nieuwe Koppelingswet. De gemeentelijke basisadministratie wordt volgens die wet gekoppeld aan het recht op een uitwonende studiebeurs. Veel studenten mogen zich van hun huisbaas of hospita niet bij de gemeente inschrijven, als de kamer illegaal wordt verhuurd. Zonder bewijs van inschrijving wordt de uitwonende beurs omgezet in een thuiswonende beurs, die 300 gulden lager is. Deze week stuurt de gemeente Amsterdam een brief naar staatssecretaris Remkes (Volkshuisvesting), waarin bepleit wordt uitkeringsgerechtigden die kamers verhuren niet te korten als zij maximaal 500 gulden (226,89 euro) huur ontvangen. Die maatregel zou een aantal studenten mogelijk uitkomst bieden.

Een ander probleem is de algemene woningnood in Amsterdam. Ook de reguliere woningmarkt kampt met wachtlijsten van minimaal vijf jaar. Daardoor verloopt de doorstroming traag; afgestudeerden blijven langer op hun studentenkamer zitten.

Hoewel officiële cijfers van het ASW aangeven dat de gemiddelde wachttijd meer dan drie jaar is, wacht lang niet iedere student zo lang. Richard Habraken van het kamerbureau van de SRVU (studentenraad Vrij Universiteit) weet niet hoeveel studenten daadwerkelijk twee à drie jaar op een kamer wachten. Hij ziet twintig tot dertig kamerzoekenden na ruim tweeënhalf jaar nog altijd ,,in het systeem voorbijkomen''. G. Naber van het kamerbureau ASVA-studentenunie ziet nauwelijks studenten die zo lang in het bestand voorkomen.

Studentendecaan P. Vriens van de Universiteit van Amsterdam: ,,Velen geven de zoektocht op en blijven noodgedwongen thuis wonen. Anderen vinden tijdens het eerste studiejaar een kamer op de particuliere markt'', zegt hij. Ruim 40 procent van alle jongeren vindt onderdak bij particuliere instellingen.

Het is niet bekend hoe groot het particuliere kameraanbod precies is, noch hoe lang de gemiddelde wachttijd op deze markt is.