Eigen beleid komt kabinet niet uit

De overheid wil af van ambtenaren als commissarissen bij bedrijven. Maar bij de eerste de beste crisis blijken de goede voornemens niet heilig.

De benoeming van vier topambtenaren als `overheidscommissarissen' bij NS wekt op zijn zachtst gezegd verbazing in politiek Den Haag. Niet zo vreemd ook, gezien het feit dat de overheid vorig jaar in meerdere brieven aan de Kamer heeft laten weten af te willen van het instituut overheidscommissaris. ,,Het kabinet is (...) van mening dat de wettelijke bepalingen, die de mogelijkheid voor de Rijksoverheid (en de mede-overheden) creëren om overheidscommissarissen te benoemen, op termijn uit het Burgerlijk Wetboek dienen te worden geschrapt'', schreef Zalm de Kamer vorig jaar nog. En, even verderop: ,,Daarom stelt het kabinet voor (...) dat bij staatsdeelnemingen geen personen, die een aanstelling als ambtenaar hebben (...), door de Staat uit hoofde van zijn aandeelhoudersbevoegdheid als overheidscommissaris zullen worden benoemd.'' Zalm voelt meer voor ,,personen uit het bedrijfsleven, voormalig binnen de (rijks)overheid werkzame danwel gepensioneerde ambtenaren''.

Klare taal, weg met de ambtenaar als overheidscommissaris dus. En toen was er de crisis bij NS. Het spoorbedrijf kon de gemaakte afspraken over punctualiteit niet nakomen en minister Netelenbos (Verkeer) stuurde via de Raad van Commissarissen de top van het bedrijf de laan uit. Bijkomend voordeel voor de minister: ook de Raad van Commissarissen zelf stapte op. Als enig aandeelhouder had de minister nu het recht om een nieuwe, tijdelijke RvC in te stellen.

Gezien de eerdere uitlatingen van Zalm en ook van Netelenbos zelf zou het voor de hand gelegen hebben als zij een aantal hotshots uit het bedrijfsleven de RvC in had geloodst. Mensen met kennis van zaken over de vervoersbranche, goede managers die zich in eerdere grote reorganisaties hebben bewezen. Maar nee, de minister koos ervoor om vier ambtelijke zwaargewichten te parachuteren in de NS-top. Een woordvoerder van de minister erkent dat er niet eens gezocht is naar commissarissen uit het bedrijfsleven. Tegen de voornemens van het kabinet in om geen overheidscommissarissen meer te benoemen die uit hoofde van hun functie te dicht op het betreffende bedrijf zitten.

In een situatie zoals die begin januari bij NS ontstond, moet volgens de wet overleg worden gevoerd met de ondernemingsraad, die zelf ook kandidaten kan voordragen of de voorgestelde opvolgers kan afwijzen. Voorzitter Sweers van de centrale ondernemingsraad van NS werd daarom vorige week donderdag (3 januari) op het departement uitgenodigd. Netelenbos presenteerde hem de nieuwe RvC. ,,We zijn akkoord gegaan onder de voorwaarde dat zo snel mogelijk teruggekeerd zou worden naar een normale situatie. Het was ons duidelijk dat ook de minister dit wilde'', aldus Sweers. Hij noemt het ,,niet gebruikelijk'' dat de minister vier overheidscommissarissen heeft benoemd.

Het probleem dat Zalm in zijn brief van vorig jaar schetste, is bij het kwartet dat nu naast president-commissaris Meijer (Rabobank) de Raad van Bestuur controleert weer volop aan de orde. De vier ambtenaren (Van Maanen en Van Dijkhuizen namens Financiën en Van Eeghen en Pans namens Verkeer) zijn maandag dan ook formeel van het onderwerp NS afgehaald. Zij zitten niet meer ,,in de parafenlijn'' en hebben dus zowel geen beslissingsbevoegheid als geen toegang meer tot departementale stukken over de spoorwegen.

Juist deze gekunstelde constructie toont aan waarom ambtenaren beter geen commissaris kunnen zijn. De formele `knip' die door Financiën en Verkeer is aangebracht in de portefeuilles van de vier heren is niet meer dan een administratieve waarborg. Immers, het is moeilijk voorstelbaar dat bijvoorbeeld directeur-generaal Vervoer Van Eeghen van zijn ambtenaren niets meer hoort over hoe er op het departement over de NS gedacht wordt. Vice versa is het ook moeilijk voorstelbaar dat de informatie waarover het kwartet beschikt niet door hen wordt meegenomen naar het departement.

Grote vraag bij het afschaffen van de overheidscommissaris is hoe de staat toch nog invloed kan blijven uitoefenen op bedrijven die een publiek belang moeten dienen. Meest voor de hand liggend is om dat te doen via prestatiecontracten, zoals ook bij NS geprobeerd wordt. Een andere oplossing kan gevonden worden in een toezichthouder voor het spoor, vergelijkbaar met de mededingingswaakhond NMa, de energiewaakhond DTe of de telecom-toezichthouder OPTA.

Netelenbos heeft, zo lijkt het, niet zozeer gekozen voor de beste bedrijfsmatige oplossing, maar zich (mede) laten leiden door politiek pragmatisme. De suggestie die uitgaat van vier topambtenaren bij NS is immers dat het de minister ernst is met de spoorwegen. Dat er formeel geen band meer is tussen de vier en hun departementen op het onderwerp NS wordt voor het gemak even vergeten.