Ali Baba en de veertig rovers

Iedere documentairemaker zijn hobby. Je kunt naar de Algerijnse stad Oran gaan en daar de gewapende, bebaarde moslimmannen met pestbacillen vergelijken. Of je daar de kijker mee informeert is een tweede.

Kees de Groot van Embden, geen kleine op het gebied van documentaires, ging naar Oran, ook de achtergrond voor de vermaarde roman van Albert Camus, La Peste. Die roman gaat over een pestepidemie in Oran en werkt als allegorie voor de Tweede Wereldoorlog met concentratiekampen, arrestaties, verzet en executies. Nu heeft Oran zelf een gruwelijke burgeroorlog overleefd met executies, berovingen, verkrachtingen en verminkingen door fundamentalisten en geheime diensten van de regering. Veel meer weet ik er niet van, behalve dat die burgeroorlog geluwd is. Helaas maakte de documentaire mij niet wijzer waarom. De Groot van Embden bleef hardnekkig bezig met zijn hobby.

La Peste laat zien hoe mensen zich in beklemming heroïsch kunnen gedragen. Ik zag dappere zangers en journalisten die ondanks bedreigingen en moorden doorgingen. De bewoners van Oran zal de pestmetafoor van Camus zeker aanspreken, maar mijn informatieachterstand is te groot. La Peste werd beroemd omdat de lezers indertijd de oorlog herkenden die zij zelf hadden meegemaakt. Het boek past ook op andere ervaringen van de lezer. Maar De Groot van Embden gebruikt het boek als metafoor voor een onbekende oorlog. Voor het piepkleine publiekje dat goed van Algerije op de hoogte is.

Na een uur kijken bleven de bokkenrijders een mysterie. Een man die een dorp had verdedigd wees naar een boomgaard: daar begon het terrein van de baardmannen. Ik heb er geen gezien. En er werd, behalve twee alinea's aan het begin, geen enkele moeite gedaan om de politieke situatie uit te leggen. Menig regering is de mist ingegaan door de onbekende vijand te vergelijken met pestbacillen en zo ook deze langdradige documentaire. Ongetwijfeld is het te gevaarlijk om het Algerijnse platteland te bereizen en als Ali Baba de veertig rovers te bezoeken. Dat geldt voor alle verslaggeving over gevaarlijk gebied.

7 dagen maakte een aardig geïllustreerd portret over Yasser Arafat, maar de meeste sprekers, gezaghebbend weliswaar, kwamen uit het bezettende land Israël. Palestijnen gaan minder handig om met de pers, want ze leven in een halve dictatuur en durven dus niet vrijmoedig over hun grote baas te spreken. Ik zag Hannah Ashrawi, als christelijke Palestijnse in een moeilijke uitzonderingspositie, in diplomatieke raadsels spreken en ook een bewonderend Arabisch parlementslid. Eenzijdigheid van bronnenmateriaal was onvermijdelijk, maar met eigen deskundigheid en achtergrondinformatie – ook over geïnterviewden – kan een documentairemaker zelf leemten aanvullen. Helaas is dat bij 7 dagen verboden. Alles moet uit beelden en interviews blijken. Merkwaardig vorm-fetisjisme.

Toegankelijker dan de Peste-film en met veel uitleg was een Brits portret in Dokument van de Syrische asielzoeker die voor Saoedi-Arabië te extreem was, Mohammed Bakri. Deze was vóór 11 september gemaakt. Er zaten grappige accenten in. Bakri collecteerde geld in Colaflessen voor Hamas en Hezbollah. Elke dag ging hij naar Office World waar hij ook de lokale anarchist en socialist aan het kopieerapparaat trof voor de productie van strijdschriften. Office World garandeert de laagste prijs op kopieën. Hij koesterde documentairemaker Jon Ronson als zijn vriend, want hij hongert naar publiciteit. Toen hij een islamconferentie organiseerde in de London Arena, waar zelfs Bin Laden verondersteld werd te spreken, kreeg hij wel 634 aanvragen van journalisten en zag hij Ronson niet meer staan. De conferentie ging uiteraard niet door, maar alle publiciteit wel. Nu hoor en lees ik nog steeds veel over Bakri, die in het westen moslimdictaturen wil vestigen. Maar ondanks alle drukte is hij nog steeds niet opgepakt, terwijl in Groot-Brittannië wel honderd mensen vastzitten zonder vorm van proces. Wordt Bakri door de autoriteiten minder serieus genomen dan door de pers? Het blijft een grote witte plek.