Woorden

Wat er ook gebeurt, ik blijf houden van onze kranten, ongeveer op dezelfde manier waarop ik van de Nederlandse Spoorwegen houd, en het verbaasde me dan ook maar weinig toen ik ergens een krantenkop zag die zei: ,,Vliegenthart wil aanpak van supplementen.'' Ja, het liep werkelijk de spuigaten uit met die krantensupplementen en het werd tijd dat de staatssecretaris haar verantwoordelijkheid nam.

Het was natuurlijk een vergissing van me, dat besefte ik snel. Vliegenthart kende ik als de verdoolde ziel die de schaakbond verplicht heeft om dopingcontroles uit te voeren. De krantenkop was gemaakt voor moderne mensen die bij supplementen meteen aan sport en doping denken.

Hier lag de verwarring aan mij, maar het ligt ook vaak aan de woorden zelf, die op wonderlijke wijze van betekenis veranderen. Piet Grijs, of een van zijn familieleden, heeft er eens op gewezen dat spiritueel vroeger slim en geestig betekende en tegenwoordig dom en zweverig. Vroeger was Chamfort spiritueel, nu Jomanda.

Het bekendste geval van betekenisomkering is natuurlijk de uitdrukking `politiek correct', die in een ver verleden, waarschijnlijk in de Verenigde Staten, wel eens in positieve zin gebruikt zal zijn, maar nu alleen staat voor het lafhartig vertellen van leugentjes om bestwil. Van de weeromstuit zie je het af en toe als een geuzenterm gebruikt worden door iemand die op pathetische manier wil zeggen: ,,Ja, ik weet dat het achterlijk is, maar ik houd nu eenmaal niet van racistische grappen, ik ben politiek correct, hier sta ik, ik kan niet anders.''

Interessant is ook het woord integer. In filmrecensies werd het vaak gebruikt als een synoniem voor talentloos en saai. Een integere filmer maakte films waar niemand voor zijn plezier naar toe ging. De integere filmmaker bij uitstek was Joris Ivens, die helemaal niet integer was in de oude zin van het woord. Een sympathieker persoon was Johan van der Keuken, maar erg integer was hij wel.

Het woord liberaal is een moeilijk geval, omdat het altijd al verschillende betekenissen heeft gehad, maar iets van `ruimhartig' en `leven en laten leven' zat er toch altijd wel in. Dat is voorbij.

Aan de ene kant is iedereen liberaal geworden, behalve de kleine christelijke partijtjes en de Socialistische Partij, die conservatief zijn, een goede reden om er op te stemmen. Anderzijds zijn de liberalen van vroeger nu de strenge orthodoxen geworden, die spreken over de tucht van de markt waaraan wij ons moeten onderwerpen als aan een onvermijdelijk natuurverschijnsel. Eerder genoemde Chamfort schreef daarover in de achttiende eeuw: ,,De economen zijn chirurgen die een uitstekend ontleedmes hebben en een bot operatiemes, zodat ze het dode meesterlijk behandelen en het levende tot martelaar maken.''

De strengste liberale tucht wordt uitgeoefend door Bolkestein, die af en toe naar Nederland afdaalt om ons de woorden uit de mond te slaan. Toen er twee artikelen waren verschenen waarin de zegeningen van de privatisering werden betwijfeld, kwam Bolkestein jammeren over een `ijskoude wind' die hier waaide. Vervolgens was het het al te menslievend `gemekker aan de zijlijn' dat niet meer mocht en sinds afgelopen zondag mag er in Nederland geen maatschappelijk overleg meer worden gevoerd over het regeringsbeleid.

De verhouding tussen de VVD en Bolkestein lijkt op die tussen een geregeld leger en een paramilitaire groep. De paramilitair kan bruter optreden, omdat er geen organisatie verantwoordelijk gesteld kan worden.

Vaak heeft de paramilitair een hond die door hem is afgericht en nog woester is dan hijzelf. De hond van Bolkestein is Leefbaar Nederland en hij dreigt dat zijn hond ons naar de keel zal vliegen als we niet doen wat hij zegt.