Totem

Het is een bijzonder kind, wist zijn vader. Hij was niet de enige die er zo over dacht. Bijna iedereen was op de hoogte van de uitgelezen taak en voorbestemming van de zoon. Zijn geboorte gaf velen nieuwe hoop. Anderen waren ervan overtuigd dat zijn komst een tijd van rampspoed en ellende in zou luiden. Die laatste groep verdacht de vader ervan dat hij de zoon zou inzetten voor kwade, duistere plannen. Zijn papa, ging het gerucht, was de wedergeboren dokter Mengele. Avond aan avond probeerde de vader deze kwaadsprekers ervan te overtuigen dat dit niet zo was. Dit zonder veel succes.

Van al die commotie rond zijn prille bestaan was de zoon zich niet bewust. Hij groeide op onder de hoede van liefdevolle verzorgers. Hij werd snel groot en sterk. Conform de verwachtingen had hij het uiterlijk van een ruwe viriele Groninger. Vader typeerde hem als blaarkop. Maar zijn ogen had de zoon van zijn moeder. Ze waren zacht en weerspiegelden zijn even tedere inborst. Zijn vader zag trots hoezeer het vriendelijke karakter van de zoon contrasteerde met de te grote ego's van zijn leeftijdgenoten. Hij zag dat de mensen van zijn zoon hielden.

Zo is het nog. De mensen houden van Herman. Daarmee bedoel ik niet de Herman die zich van het Hilton in het eeuwige stortte toegegeven, ook een mascotte maar de genetisch gemanipuleerde Herman. Deze in 1990 geboren stier met een menselijk gen was bestemd om ervoor te zorgen dat zijn dochters het eiwit lactoferrine in hun melk zouden produceren voor het bedrijf Pharming. Dat Herman nog leeft is een wonder. Volgens een door de overheid afgegeven vergunning voor het experiment met de stier moest een genetisch gemanipuleerd dier na de proef worden geslacht. Dat gebeurde niet omdat de toenmalige minister van Landbouw, Van Aartsen, op verzoek van Pharming toestemming gaf om Herman te laten leven. De legitimatie hiervoor werd gevonden in een nieuwe taak voor het dier, die van mascotte. Een gecastreerde mascotte wel te verstaan. De stier werd in 1997 tot os gemaakt.

Vorig jaar bleek dat Herman zijn rol als mascotte niet waar heeft gemaakt. Hij bracht Pharming geen geluk. Het bedrijf heeft in ieder geval geen geld genoeg om het dier langer te onderhouden. Hermans luxe leventje in zijn stal in Polsbroek is met 45.000 euro per jaar te duur. Loopbaanplanners besloten dat hij het beter zou doen in een betrekking tegen kost en inwoning in natuurmuseum Naturalis. `Geen sprake van', zeiden de dierenbeschermers. Een museumleven zou de stier degraderen tot een rariteit als de dame met de baard. Zoiets was hem onwaardig.

Uit die reactie, in een tijd dat nog kort geleden vele van zijn mannelijke en vrouwelijke soortgenoten zijn geruimd, leid ik af dat Herman veel meer dan een mascotte is. Het dier is eerder een totem met alle daarbij behorende sociaal-religieuze verschijnselen: mythen, symboliek, rituelen en taboes. Deze stier is de mythische voorvader van de menselijk stam. Hij draagt ons gen. Zoals het een totem toekomt wordt hij vereerd en verzorgd door schone jongedames die hem volledig toegewijd zijn en in innige verliefdheid hun diensten zelfs gratis willen vervullen. Welke sociaal-culturele connotaties zijn aan hem verbonden dat men zich om hem zo druk maakt en om andere dieren veel minder of niet?

Er zijn er vele denkbaar. De meest voor de hand liggende is natuurlijk Hermans levensgeschiedenis. Hij heeft vele offers gebracht op het altaar van de wetenschap en daarmee voor de mensheid. Men wil hem daarvoor danken en niet doden. De dood van Herman zou de samenleving te pijnlijk drukken op de macht van de mammon. Zijn slacht zou erop wijzen dat de tijd dat de waarde van het leven alleen in termen van geld en nut wordt uitgedrukt voorgoed is aangebroken. Als je te veel kost, moet je dood. Als je geen nut meer hebt, moet je, zo niet met euthanasie, in ieder geval genoegen nemen met een baantje onder je niveau. Herman behoeden voor een lot als de dame met de baard, maakt hem tot beschermheilige van WAO'ers die hetzelfde dreigen te moeten doen.

Een andere connotatie die meespeelt in de reacties op Hermans lot is mogelijk zijn castratie. De westerse samenleving heeft het vorige jaar wat dat betreft nogal wat te verduren gehad. Masculiniteit werd en wordt van allerlei kanten bedreigd door het androgyne en feminiene. De onmiskenbaar fallische Twin Towers werden afgehakt, weliswaar door mannen, maar wel door die van een dubieus soort, gekleed in jurken. Ook op andere niveaus werd het mannelijke steeds meer verdrongen. Terwijl een ieder zich druk maakte om islamisering en fundamentalisme, constateerde Gerrie van der List dat vrouwen steeds vaker toegang tot de media en politiek wisten te krijgen. Niet op basis van hun kwaliteiten. Nee, louter om het feit dat zij vrouw waren en dus ten koste van mannen. Vooral in deze krant had de feminisering volgens de columnist van Elsevier `toegeslagen' en wel op deze pagina. Waar voorheen mannen van wetenschappelijke naam en faam op deze bladzijde hun woordje deden, geven nu volkomen onbekende vrouwen er hun mening! En dat terwijl, volgens Van der List, wetenschappelijk was aangetoond dat vrouwen van nature de capaciteiten voor belangrijke publieke functies misten. Dankzij dit klokgelui of is het klokkenspel? van Van der List is de samenleving gewaarschuwd. De man wordt bedreigd en vernederd. Herman als vrouw met de baard is hiervan het ultieme voorbeeld.

Wie zou zoiets verdrietigs op haar geweten willen hebben? Ik niet. Zeker niet nu ik in het Historisch Nieuwsblad een warrig maar aandoenlijk betoog van historicus Peter Klein las over zijn bedenkingen bij vrouwengeschiedenis. Daarin stond zwart op wit te lezen dat niet alleen vrouwen maar ook mannen mensen zijn. Ergo: mannen hebben ook recht op bescherming, zeg ik dan. Hoe kan die geboden worden? Door stamvader Herman, symbool van zowel viriele als geschade heerlijkheid te beschermen en te vereren. Vrouwen, heb hem lief. Moeders, schenk hem uw dochters. Dat komt hem toe. Dat komt alle mannen toe.