Tarawa, nu het nog kan

Het eiland Tarawa ligt als een zilverwitte accent circonflexe in de Grote Oceaan. De vraag is of dat nog lang duurt.

Er was eens een man die Tiaeki heette. Op een dag werd Tarawa, het eiland waar hij woonde, belaagd door twee reuzen. Hij verzon een list. Hij stelde zichzelf voor als de sterkste man van het eiland en daagde de reuzen uit tot een wedstrijd. Alledrie knepen ze om het hardst in een steen, maar alleen Tiaeki wist er vocht uit te persen, want stiekem had hij zijn steen vervangen door een sappige vrucht. Daarna wierpen ze een steen zo ver mogelijk weg, maar alleen die van Tiaeki verdween in de verte, want stiekem had hij zijn steen vervangen door een vogel. De reuzen snapten er niets van, maar erkenden hun nederlaag en dropen af. Zo bleef Tarawa gespaard.

Terwijl ik dit verhaal lees, aan het strand van Tarawa, valt me in hoe actueel het is. Tarawa is het hoofdeiland van de republiek Kiribati, die uit 33 atollen bestaat. In de aanloop tot de klimaatconferenties in Den Haag en Bonn werd de noodklok over het eiland geluid. Als de grote vervuilers van de wereld geen halt wordt toegeroepen, dreigt Tarawa door de stijging van de zeespiegel als een modern Atlantis in zee te verdwijnen. Maar waar is nu de strijdbaarheid van mannen als Tiaeki, die `wie niet sterk is moet slim zijn'-mentaliteit gebleven? Vrijwel alle Kiribatiërs, tot en met het geachte parlementslid Patrick Tatireta, heffen in hulpeloosheid de handen als je vraagt hoe het nu verder moet met Tarawa. Wij zijn klein en zij zijn groot, dus wat kunnen we doen? Zelfs de president zegt het. Maar hij stelt iedereen gerust: ,,God will save us.'' En dat willen de Kiribatiërs maar al te graag geloven. Na 27 uur vliegen en nog meer uren rondhangen op vliegvelden en in hotels, ben ik eindelijk van de Fiji-eilanden op weg naar Tarawa. Door het raampje is tweeëneenhalf uur lang niets anders dan water te zien, maar dan verschijnen er kleine ringvormige eilandjes in de oceaan. Diepblauw is de zee er omheen, turkoois en groen zijn de lagunes die door het land en het rif worden omsloten, zilverachtig wit de stranden. De zee is zo helder dat je de rode koraalriffen door het turkoois heen ziet schemeren. Tarawa is onmiddellijk te herkennen. Vanuit de lucht is het hele eiland te overzien. Een smalle, kwetsbare strook land in de vorm van een prachtige accent circonflexe.

De schoonheid heeft haar prijs, merk ik als ik uit het vliegtuig stap. De wereld kan blijkbaar niet ongestraft zo blauw en wit en paradijselijk zijn. Als een loodzware, vochtige deken valt de hitte bovenop me, een cliché dat uitstekend voldoet.

Meer dingen blijken vanuit de lucht aantrekkelijker te zijn dan in werkelijkheid. Bijna alle mensen wonen op het zuidelijke deel van het eiland. Het is de enige plek in de hele republiek waar elektriciteit is, waar je je kinderen naar een redelijke school kunt sturen en een arts kunt raadplegen. Dat geeft een enorme zuigkracht ten nadele van de noordkant van het eiland en de andere atollen. Er wonen 35.000 mensen op deze strook land van veertig kilometer lang en gemiddeld 200 meter breed, die nauwelijks boven de zeespiegel uitsteekt. Op sommige plaatsen kun je aan beide kanten de zee zien.

De eerste én blijvende indruk is die van een overvol eiland. Er is nergens een plek waar niets is. In de dorpen staan de open hutten op palen van kokospalmen en met daken van bladeren dicht op elkaar. Ze worden allemaal bewoond door kinderrijke families. Het valt niet uit te maken waar het erf van de een ophoudt en dat van de ander begint. In huis brengen de Kiribatiërs de tijd meestal liggend op matten door en het is niet onbeleefd om op willekeurige plaatsen en tijden even een tukje te doen. Tussen de huizen scharrelen kippen, varkens en schurftige honden, overal ligt afval en na een regenbuitje walmen de urinedampen omhoog. Kom je op het strand dan blijkt daar weinig te zijn overgebleven van het zilverachtig wit dat vanuit de lucht zo maagdelijk leek. Bergen afval. En poep. Want als het begint te schemeren, is het op Tarawa tijd om gezamenlijk op het strand je behoefte te doen. Langs de vloedlijn zie je dan mensen neerhurken, de vrouwen met hun lange rokken om zich heen gedrapeerd, de mannen en kinderen open en bloot, een blad of takje in de hand om een onwillige drol een handje te helpen. Niet altijd doet de zee daarna zijn werk.

Het is verleidelijk om de Kiribatiërs af te schilderen als een smerig volkje dat niet moet zeuren als anderen de wereld vervuilen. Soms zou je willen roepen: laat dat eiland toch verdwijnen, God heeft vast wel een betere plek op de wereld voor jullie. In de twee weken die ik op Tarawa doorbreng, krijg ik een reeks van alarmerende cijfers voorgeschoteld. Over de bevolkingsgroei, de kusterosie, de levensverwachting, de watervoorraad, de visstand, het aantal suikerpatiënten en tbc-lijders, de babysterfte, de werkloosheid en, last but not least, de zeespiegelstijging. Alles wat hoog moet zijn, blijkt laag en omgekeerd. Onbegrijpelijk dat een bevolking met zo weinig toekomstperspectief zo onbekommerd kan doorscharrelen. Maar zij kunnen het. Of ze kunnen niet anders.

De kunst is uitbundig te vieren wat wel goed gaat. Met Arnoud en Paulien Pollmann, ontwikkelingswerkers op Tarawa, raak ik verzeild op een feest ter ere van Anna, die 1 jaar wordt, een mijlpaal op Tarawa. Het feest staat geheel in het teken van eten, wat veel zegt over de Kiribatische beslommeringen. Honger wordt er weliswaar niet geleden – wie geen geld heeft kan altijd een kokosnoot plukken of met een lijntje de zee in gaan en een vis vangen – maar dat is niet hetzelfde als eens echt lekker schransen. Op het feest van Anna zijn de verwachtingen hoog gespannen. De genodigden zijn vroeg gekomen, maar mogen de eerste uren slechts zitten en kijken naar de tafels met schalen vol voedsel. Er liggen zelfs twee complete gestoofde varkens klaar. Het grote wachten op het moment waarop de deksels van de schalen gaan, wordt opgevuld met een voordracht van een stokoud echtpaar dat een lange ballade ten gehore brengt. Als ten slotte het sein tot eten is gegeven, is het binnen een half uur zo goed als op. De I-Matang (letterlijk `mensen van ver') mogen het eerst opscheppen, waarschijnlijk om te voorkomen dat we achter het net vissen.

Om iets te proeven van hoe het vroeger was, gaan we het weekend naar het uiterste puntje van het stille Noord-Tarawa, waar de Zwitser Mike Strubb in zijn vrije tijd een primitief pension uitbaat. Mike behoort tot de buitenlanders die ooit als toerist of ontwikkelingswerker naar Kiribati kwamen en er zijn blijven hangen wegens de `girls'. Mike heeft een computerwinkel en een snelle boot waarmee hij ons (plus inderdaad twee girls `to look after me') in anderhalf uur vanuit het zuiden over de lagune tuft. Buonriki op Noord-Tarawa is een kleine nederzetting. De mannen die er wonen, hebben voor Mike op de traditionele manier een paar hutten op palen in het water gebouwd. Zonnepanelen zorgen voor elektriciteit, maar die zijn helaas kapot en dus heeft Mike een klein olieaggregaat naar Buonriki gebracht. 's Avonds branden de inwoners vuren op het strand waarop ze ook vers gevangen vis roosteren. Vanonder het afdak van ons pension zien we de zon kleurrijk ondergaan. Nergens zijn de zonsondergangen mooier dan in de zee van Tarawa. Het idee dat dit stukje van de wereld zou moeten verdwijnen, is opeens onverdraaglijk.

Op vrijdagavond stroomt de lounge van het enige hotel op Tarawa dat iets voorstelt vol met buitenlanders. Zij runnen de bedrijfjes op het eiland of vormen de steunpilaren van het onderwijs en de gezondheidszorg. Wie die bonte club van expats beluistert, moet zich wel afvragen: waartoe al die inspanningen en hulp? Kiribatiërs zijn niet vooruit te branden, is de heersende mening. Elke poging de verantwoordelijkheden over te dragen, loopt stuk op de vanzelfsprekendheid waarmee de bevolking de hulp van de I-Matang accepteert.

,,Ach, je moet maar zo denken: uiteindelijk vaart toch iedereen er wel bij'', zegt David James, een Nieuw-Zeelander die door zijn land is uitgezonden om als landsadvocaat op te treden voor de regering van Kiribati. Hij onderhandelt met de landen die iets van Kiribati willen. Zo kochten de Zuid-Koreanen het recht om tonijn te vangen en huren de Japanners een stukje van Christmas Island van waaruit ze geostationaire satellieten de ruimte in schieten. Een poging van Maharashi Yogi om een van de onbewoonde atollen te kopen liep, helaas voor Kiribati, op niets uit. David James glimlacht een beetje cynisch als mensen klagen dat de hulp niet helpt. ,,Landen als Australië en Nieuw Zeeland willen helemaal niet dat Kiribati het allemaal zelf gaat doen", zegt hij. ,,Het is hun achtertuin, daar moet het rustig blijven en dat bereik je alleen als je het land afhankelijk houdt van je hulp. Anders komen ze straks allemaal op bootjes naar Australië varen.'' Dat laatste is ook met het oog op de zeespiegelstijging Australiës grote angst.

Een van de weinigen op Tarawa die het probleem onderkent en nadenkt over de manier waarop het tij nog gekeerd kan worden, is de geograaf Berenato. Hij is ook degene die kan vertellen hoe het er nu eigenlijk voor staat. ,,Er zijn plekken op het eiland die drie meter boven de zee uitsteken, dus die zullen wel droog blijven, zelfs als het slechtste scenario werkelijkheid wordt'', zegt hij. Maar ook als het water lager blijft, kan twee keer per jaar een superspringvloed het leven op Tarawa onmogelijk maken, om nog maar te zwijgen van de kusterosie en het afsterven van het koraal als het water te warm wordt. ,,Het is moeilijk om de politiek te overtuigen van de noodzaak iets te doen'', zegt Berenato. ,,Politici willen de mensen behagen en ze niet lastigvallen met onpopulaire maatregelen die een ramp moeten voorkomen waarvan niemand gelooft dat die echt komen zal.''

Maar kán er dan iets gedaan worden? ,,Je kunt in ieder geval de bevolking er op voorbereiden'', vindt Berenato. ,,Dit volk heeft een ongelooflijke overlevingskracht. Onze vissers gingen vroeger in kano's de oceaan op om te vissen en te handelen. Soms raakte zo'n bootje de weg kwijt. Er zijn verhalen bekend van vissers die zeven maanden ronddobberen op zee konden overleven op vis en de kokosnoten die ze zich bij zich hadden. Proberen te overleven, daarin zullen we ons opnieuw moeten trainen.''

Als ik terug in Nederland ben, hoor ik dat zware stormen op Tarawa grote stukken kust hebben weggeslagen. Huizen zijn verwoest en de enige weg op het eiland is gedeeltelijk onder water verdwenen. Tijdelijk, dat wel. Nog wel.

Eigen taal

Bereikbaarheid: Twee keer per week vliegt een toestel van Air Nauru van de Fiji-eilanden naar Tarawa. Air Nauru verkeert echter voortdurend op het randje van een faillissement en de vluchten kunnen onverwachts afgelast worden. Een visum is verplicht.

Hotels: Tarawa heeft vier hotels, waarvan één met air conditioned kamers. Het Ministry of Home Affairs (P.O. Box 75, Bairiki, Tarawa, Republic of Kiribati, tel 21092) kan helpen bij het maken van reserveringen.

Eten en drinken: Vooral vis en rijst. Groente en fruit is er niet veel te krijgen. Inheems zijn de kokosnoot en de pandanusvrucht.

Inentingen tegen buiktyphus, hepatitis A en DTP zijn aan te raden.

Valuta: Australische dollars. Voor 7,50 dollar krijg je een overvloedige maaltijd in een restaurant.

Taal: Kiribati heeft een eigen taal die voor buitenstaanders niet lijkt op enige andere taal. Maar de meeste Kiribatiërs verstaan Engels en velen spreken het ook.