Sherry-adel en strokenjurken

Geen wonder dat de kroonprins zijn bruid ontmoette op de Feria de Abril. Want Sevilla is een stad die zich leent voor de liefde.

Luisa bleekt haar haren blond met verf uit de drogisterij waar ze achter de toonbank staat. Net als Máxima. Luisa weet wie Máxima is, want Luisa is ambitieus. Ze neemt Engelse les, zodat ze met buitenlandse klanten kan praten. En als er geen klanten zijn, spelt ze het glamourblad ¡Hola! In de wereld van ¡Hola! is Sevilla één groot gala. Aristocraten en sterren logeren er bij vrienden of in het mooie, dure hotel Alfonso XIII. Ze houden feestjes waar leden van de koninklijke familie, stierenvechters, sherry-adel, flamencozangeressen en de nazaten van de hertogen van Alva met elkaar dansen, trouwen en vooral veel op de foto gaan. Luisa is ambitieus, maar haar grootste droom is eigenlijk al vervlogen bij haar geboorte: deel uit te maken van die Sevillaanse aristocratie, die volgens de koppen en onderschriften zo gelukkig is. Natuurlijk weet ze dus ook wie il principe Guillermo Alejandro is, die gaat trouwen met la bella Argentina. ,,Weet je'', zegt ze samenzweerderig, ,,ik was erbij, toen ze elkaar ontmoetten, op de Feria de Abril in 1999.'' ,,Wat? Heb je ze gezien? Was je op dat feestje?'', vraag ik verbaasd. ,,Nee, natuurlijk niet'', zegt ze. ,,Er zijn honderdduizenden mensen op de Feria. Ze waren op een feest in een van de rijke casetas. Niemand heeft ze gezien. Het stond niet in ¡Hola! Maar ik was wel een van de honderdduizenden die in de buurt mocht zijn.''

Het is jammer dat er geen camera's bij waren, die dag van De Ontmoeting, want het moet een mooi plaatje zijn geweest: de blonde Hollandse prins tussen de feestende Spanjaarden. De agenda van Willem-Alexander was half april 1999 een paar dagen leeg. In die dagen was hij, waarschijnlijk op uitnodiging van zijn vriend Cayetano Martinez de Irujo, zoon van de duquesa de Alba (de hertogin van Alva) in Sevilla. Tijdens de Feria de Abril, ergens tussen 18 en 25 april 1999, ontmoette hij zijn toekomstige bruid: Máxima was door vrienden uit dezelfde kringen uitgenodigd. Het was, als we de Spaanse royalty-verslaggever Jaime Penafiel, geciteerd in Elsevier, mogen geloven, een flechazo, liefde op het eerste gezicht. Bij de verloving bevestigde de kroonprins de ontmoeting in Sevilla, `op een feest van gemeenschappelijke vrienden', maar het moment van de flechazo is door niemand vastgelegd. In elk geval heeft Willem-Alexander op 25 april een stierengevecht bijgewoond in het Real Maestranza van Sevilla. Tijdens deze afsluiting van de Feria zat hij op het erebalkon.

Niet verwonderlijk is het, dat twee van die feestbeesten als Willem-Alexander en Máxima elkaar ontmoetten op zoiets als de Feria de Abril, het grootste feest van Andalusië. Ingrediënten: mannen in strak Spaans rijkostuum en vrouwen in kleurige jurken met polka dots, muziek, zang, dans, eten en drinken, casetas (barachtige feesttenten waar men elkaar op uitnodiging ontmoet), paarden, stierengevechten en dagelijks een miljoen bezoekers: aristocraten, grootgrondbezitters, arbeiders, kantoorklerken, winkelmeisjes, huisvrouwen, zigeuners, kleuters, bejaarden en verbazingwekkend weinig toeristen.

In 1847 begon de Feria in Sevilla, net als de tientallen andere feria's in andere Spaanse steden, als een jaarlijkse landbouw- en veemarkt. Het verhaal gaat dat de vrouwen hun mannen niet wilden overleveren aan smerige taberna's, hoeren en handlezende zigeunerinnen terwijl zij zich thuis verveelden. Daarom richtten ze een dorp van tenten in op het feriaterrein en verplaatsten ze het sociale leven een week daarnaartoe. Inmiddels is er allang geen markt meer. Maar een week na Pasen, na de Semana Santa waarin zeven dagen lang processies door de straten van Sevilla trekken met Nazareners (leden van broederschappen) die hun Christus- en Mariabeelden door de smalle steegjes van Sevilla dragen, begint als een carnavaleske ontlading van deze ernst de Feria de Abril. Op een feestterrein van een vierkante kilometer is een kunstmatige stad gebouwd met meer dan 1.400 casetas. De tenten zijn ingericht met bloemen, spiegels, lampen, gordijnen, tafeltjes en stoeltjes. De huurders zijn grote bedrijven, wijnboeren, vriendenkringen, families, vakbonden, politieke partijen, clubs. Zij ontvangen er hun vrienden en bekenden om te komen drinken, eten en dansen. Muziekgroepjes spelen rumba's, bolero's, pasodobles en vooral sevillanas: flamencodansen met vaste choreografie. Soms is er een podium, maar meestal wordt tussen de stoelen en tafels gedanst – door iedereen die maar wil. Veel bezoekers komen per koets of te paard: caballero in het zadel, kind of kleinkind voorop, vrouw of geliefde achterop met de jurk schilderachtig over het paard gedrapeerd. De mannen in korte jasjes, torerohoed en leren overbroek over de Spaanse rijlaarzen, de vrouwen in kleurige strokenjurken met ruches en manton (grote zijden shawl), kam in het haar, oorringen en kralenkettingen. En dan niet zoals in Nederland, voorzichtig, met hier en daar wat klederdracht nee, iedereen haalt hier letterlijk alles uit de kast. Zelfs meisjesbaby's liggen als kermisprijzen tussen de ruches in hun buggy's.

Het feest begint maandag op klok- slag middernacht als de duizenden elektrische lampjes allemaal tegelijk aangaan. Dinsdag, woensdag en donderdag zijn de dagen van de chique, elegante bezoekers: de rijken en echte Sevillanen. In het weekend marcheert heel Andalusië binnen – zo'n miljoen bezoekers op zaterdag. Zondag om middernacht wordt de Feria de Abril afgesloten met vuurwerk.

Om een uur of twaalf 's middags begint het flaneren, paraderen, eten en drinken, om zes uur wordt het iets rustiger als veel mensen naar de stierengevechten gaan in de Maestranza – want de feria betekent meteen het begin van het stierengevechtseizoen. Als om negen uur de lichtjes aangaan, beginnen de echte feesturen, waarin soms wordt doorgedanst, gegeten en gedronken tot zonsopgang. 's Morgens is er dan het typisch Sevillaanse ontbijt: warme chocolademelk met churros, om bij te komen.

Voor een bezoek aan de Feria de Abril geldt het motto: `ken uw Sevillanen'. Willem-Alexander en Máxima hadden het goed voor elkaar: zij hadden rechtstreeks toegang tot een caseta waar onze Luisa, die was uitgenodigd bij familie, vrienden, de winkelvereniging en de vakbond, alleen maar van kon dromen. Voor buitenstaanders is het nog moeilijker. De meeste casetas zijn besloten, maar als je niet bent uitgenodigd, kun je altijd nog terecht in een van de openbare tenten, bijvoorbeeld die van de stadswijken. En er is genoeg te genieten in de buitenlucht, alleen al het kijken naar al die flanerende Spaansen in al die ballenjurken is een feestje.

Sevilla leent zich voor liefde en voor de ontmoeting tussen verschillende culturen. De langdurige aanwezigheid van moslims (van 711 tot 1248) heeft haar sporen nagelaten in kunst en architectuur. Vanaf 1492 had Sevilla bovendien een leidersrol bij de ontdekking en verovering van Amerika. In de 20ste eeuw kreeg de stad tweemaal een architectuur-boost die belangrijke stadsvernieuwingen opleverde: in 1929 een Spaans-Amerikaanse tentoonstelling en de wereldtentoonstelling Expo 92, die van Sevilla een moderne stad maakte met een Expo-terrein vol architectonische hoogstandjes, bruggen over de Guadalquivir-rivier en een hogesnelheidslijn naar Madrid.

Overal zie je de decors voor een romantische opera: gietijzeren balkon- netjes, pittoreske straatjes, mooie binnenplaatsjes en torentjes. De flamencoromantiek van de Maja-zeep en de ansichtkaarten met opgeborduurde jurken komt tijdens de Feria tot een hoogtepunt, maar de rest van Sevilla is niet minder. Zouden Willem-Alexander en Máxima er even tussenuit geknepen zijn, weg van het feria-terrein? Los van de Feria is Sevilla ideaal voor een stedentrip van een paar dagen. Misschien hebben ze er als anonieme toeristen de stad verkend.

Wat doet de toerist? Als hij slim is, stapt hij bij de Torre del Oro in zo'n toeristendubbeldekker met open dak. Het is de beste manier om snel een goed overzicht van de stad te krijgen. Hij kiest een route die zowel het Expo-terrein als de uitbreiding van 1929 aandoet, zodat hij kan beslissen of hij met deze toer wel genoeg gezien heeft (die expo's bijvoorbeeld) en waar hij nog naar terug wil (dat beeldschone park, bijvoorbeeld). En vervolgens kan Sevilla per wijk te voet worden verkend. Niets romantischer dan slenteren door Sevilla.

Misschien heeft het prille stel wel gedwaald door de smalle straatjes van Santa Cruz, de vroegere jodenwijk, waar de huizen zijn geschilderd in oker en stierenbloed en alle bezienswaardigheden op een steenworp afstand van elkaar liggen. In de immense kathedraal die is gebouwd op de grondvesten van een 12de-eeuwse moskee en schilderijen van Murillo, Zurbarán en Goya herbergt, is ook het graf van Columbus. De Virgen de los Reyes op het altaar zou de kroonprins nog weleens aan een instant-katholieke bekering kunnen helpen. De Giralda, de minaret bij de kathedraal die in 1568 Renaissance-klokken kreeg, is beklimbaar en biedt een adembenemend uitzicht over de stad. Het Alcázar, het versterkte paleis uit 931, dat later de residentie werd van talloze monarchen tot vandaag de dag, heeft misschien inspiratie verschaft voor het toekomstige optrekje in Wassenaar. Vlakbij, in de calle Mateos Gago, hebben ze misschien gezellig aan de sherry en tapas gezeten in een van de vele bars.

Macarena is een totaal andere wijk, met minder toeristen. Het is De Pijp van Sevilla: een volkswijk met vrouwen die uit de ramen hangen en mannen die uit de kroeg worden gegooid. In de basilica van de Macarena is een ander soort liefde aanschouwelijk: de katholieke liefde van elke wijk voor z'n eigen maagd. De maagd van Macarena is fameus. Ze wordt fanatiek vereerd en tijdens de Semana Santa in vol ornaat door de straten gevoerd. Luisa komt uit Macarena. ,,Onze maagd is de beste'', zegt ze trots. Maar dat zeggen ze in elke wijk.

In de wijk Arenal wordt de liefde vooral heftig, tragisch en bloederig gevierd. De liefde voor stierengevechten wordt beleden in de arena, de Real Maestranza, waarvan het seizoen begint op paaszondag, en eindigt tijdens de San Miguel-feesten in september. Een must voor de liefhebbers, want hier vechten de grote namen als Enrique Ponce en El Juli. VIP-plaatsen zoals die van de kroonprins zijn alleen met koninklijke connecties te verkrijgen. Buiten het seizoen zijn er rondleidingen, maar die zijn nogal nietszeggend en niet aan te raden. Aan een andere tragische liefde herinnert het standbeeld van Carmen tegenover de arena; volgens het verhaal werd zij hier vermoord door haar geliefde José, terwijl Escamillo triomfeerde in de arena. En dit is ook de buurt waar Don Juan vrouwenharten brak en aan het eind van zijn leven tot bekering kwam.

Wellicht heeft het verliefde stel nog door Triana gewandeld, aan de overkant van de rivier. Triana is de oude zigeunerwijk, de bakermat van stierenvechters en volkszangeressen. Langs de Calle Betis vind je er een aaneenschakeling van restaurants en bars. In de winkelstraat San Jacinto zijn kleine bars waar 'savonds authentieke flamenco wordt gespeeld en gezongen. Maar dé plek voor tortelduifjes, die er in menselijke en gevederde versie ruimschoots aanwezig zijn, is het park Maria Luisa, in 1893 aan de stad geschonken door prinses Luisa Fernanda de Orleans. Tussen de Plaza de España en de Plaza de América strekt zich een prachtpark uit met kronkelpaadjes, fonteinen, bootjes, bankjes, bruggetjes en zwermen witte duiven. Koetsjes rijden af en aan en op zaterdagochtend laten zich op de plaza de España talloze bruidjes fotograferen.

's Avonds is er meer plaats voor eten, drinken, gezelschap en muziek. De Sevillaanse keuken is eenvoudig en de inwoners zijn geen echte restaurantgangers. De beste manier om te genieten van de Sevillaanse keuken is 's middags simpel lunchen en 's avonds `ir de tapeo', met vrienden of familie van bar naar bar trekken en tapas eten. Het is een handige manier om zoveel mogelijk te proeven: gefrituurde vis, gevulde artisjokken, rauwe ham, garnalen, niertjes met sherry, gazpacho. Men drinkt er bier en sherry bij en praat of telefoneert druk.

Uit betrouwbare bron vernam ik dat onze kroonprins erg geïnteresseerd is geraakt in flamenco, de Sevillaanse muziek en dans bij uitstek. Dan moet hij welhaast echte goede flamenco gezien en gehoord hebben. Flamenco is in Sevilla geen folklore, het wordt door jong en oud beoefend. De VVV verschaft een lijstje met tablaos de flamenco, etablissementen waar je kunt eten, drinken en een show bekijken. Heel spectaculair en wervelend, maar het ware werk is kleinschaliger en intiemer. In taberna's als La Carbonería aan de Calle Levies of in de bars in Triana wordt `gejamd' door flamencomuzikanten en zangers. Een simpele gitaar, wat handgeklap, een hardverscheurende stem en heel soms een danser brengen de beste flamenco die je in Sevilla kunt horen. Het allerbest is nog te zorgen dat je toegang krijgt tot een van de peñas, de niet-toeristische flamencoclubs waar men onder elkaar muziek maakt. Maar ook hiervoor geldt: ken uw Sevillanen.

Het oerbeeld van de flamencodans, een stoere man en een vrouw die hem verleidt en om hem heendraait, doet vermoeden dat het machismo in Sevilla hoogtij viert. Maar machismo is ver te zoeken in het dagelijkse leven van Sevilla. Neem het vriendje van Luisa, dat heel toepasselijk de naam draagt van het vriendje van Carmen: José. José studeert geschiedenis, maar zonder veel animo. Hij leert zijn rijtjes uit zijn hoofd terwijl hij mij zijn ansichtkaarten en ¡Hola! verkoopt. Zijn Engels is stroef. José heeft minder ambities dan Luisa. Die zijn al gestrand toen hij merkte dat hij nooit stierenvechter zou kunnen worden. Nee, de machocultuur lijkt – sinds de dood van Franco, naar verluidt – min of meer verdwenen. Alleen oudere mannen doen nog weleens een agressieve versierpoging, maar binden snel in als je er niet van gediend bent. De jonge jongens zijn doorgaans watjes, op hun kop gezeten door bitsige meisjes. José en Luisa zijn typische Sevillanen.

De liefde tussen Willem-Alexander en Máxima is ontstaan op een van de meest bruisende feesten van Spanje. Nu maar hopen dat de geest van de slappe José niet over onze kroonprins komt. En dat Máxima haar mantelpakje van zich afwerpt en uiteindelijk besluit te trouwen in zo'n strokenjurk van de ansichtkaarten.

Caseta's

De Feria de Abril is dit jaar van 16 tot 21 april, na de Semana Santa van 24 tot 31 maart. Zowel tijdens de Semana Santa als de Feria zijn hotels in de stad maanden van tevoren volgeboekt; kamers kosten bovendien in deze tijd het twee- tot drievoudige van de normale prijs.

Zonder introductie in enkele besloten casetas is de Feria nog steeds heel bezienswaardig, maar houd er rekening mee dat een buitenstaander slechts toegang heeft tot een handvol openbare caseta's. Een alternatief is een van de vele andere feria's in andere steden, bijvoorbeeld de Feria de Caballo in Jerez de la Frontera, van 5 tot 12 mei.

Het Spaans Verkeersbureau (Laan van Meerdervoort 8A, Den Haag, 070-3465900) heeft een aardig boekje met informatie en onder meer stadswandelingen door verschillende wijken van Sevilla.

De VVV van Sevilla is behulpzaam met een goede plattegrond van de stad en gratis evenementenblaadjes als El Giradillo en Welcome & Olé. Zij hebben ook een lijstje van tablaos, waar grote flamencoshows worden opgevoerd.

Sites: www.spaansverkeersbureau.nl; www.andalucia.org; www.aboutsevilla.com. Voor de Feria de Abril is voor dit artikel onder meer geput uit de site http://de.geocities.com/sevilla_feria.