Saint Laurent bleef zichzelf en zijn eigen tijd trouw

Saint Laurent, de enige echte, nog levende haute couture-legende, houdt ermee op. De laatste jaren was hij weliswaar nog goed voor een omzet van vijf à zes miljoen euro, maar de verliezen beliepen het dubbele. ,,Zonder prêt-à-porter en zonder parfumlijn maakt een haute couture-bedrijf geen cent winst.''

Achteraf heeft die andere beroemde couturier toch gelijk gekregen. Christobal Balenciaga sloot zijn haute-couturehuis al in 1968, als reactie op de studentenopstand. En hij was toch net iets minder geniaal dan Yves Saint Laurent, die gisteren in een verklaring vol ingehouden emotie afscheid nam van zijn vak, zijn hartstocht, zijn leven. Zijn levensgezel en manager Pierre Bergé, die het genie een handje hielp om een mythe te worden, onderstreepte gisteren op televisie impliciet Balenciaga's gelijk door te verklaren dat de haute couture ,,al lang dood (is), sinds de jaren zeventig, nee, sinds eind jaren zestig al''.

Toen, volgens Bergé, is de wereld veranderd. Voor die tijd waren er ,,de premières, de grote mondaine soirees, de bals'', die tegenwoordig, in een wereld ,,die geleid wordt door, laten we zeggen Bill Gates en Nike'' niet meer bestaan. ,,Jammer genoeg'', liet hij zich per ongeluk ontvallen. Om in een volgende zin te benadrukken dat hij niets betreurt, wel bedroefd is maar niet bitter, en slechts constateert dat er voor haute couture geen plaats meer is.

Het is all about Yves in de Franse media, nu Saint Laurent, de enige echte, nog levende haute couture-legende besloten heeft ermee op te houden. De laatste jaren was hij weliswaar nog goed voor een omzet van vijf à zes miljoen euro, maar de verliezen beliepen het dubbele. Pierre Bergé weet heel goed waarom: ,,Zonder prêt-à-porter en zonder parfumlijn maakt een haute couture-bedrijf geen cent winst.'' Na de oliecrisis van begin jaren zeventig en, opnieuw, na de Golfoorlog slonk het contingent ultrarijke dames die zich haute couture konden permitteren tot enkele honderden wereldwijd.

Die ontwikkeling ging gepaard met een reusachtige verbreding van de in kwaliteits- en merkkleding geïnteresseerde markt, maar ook met vervlakking. Haute couture werd laboratorium, prestigieus uithangbord en peperdure reclame voor alle andere wel winstgevende activiteiten onder dezelfde naam.

Het Huis Yves Saint Laurent moet sluiten, omdat het zichzelf moest bedruipen. In 1999 kocht Francois Pinault, eigenaar van Pinault-Printemps-Redoute (PPR) Yves Saint Laurent op via zijn holding Artémis. Tegelijkertijd kocht PPR het Italiaanse Gucci, waaraan Pinault vervolgens de prêt-à-porter en de parfumlijn verkocht, onder de artistieke auspiciën van de Amerikaan Tom Ford. Bij die gelegenheid streken Bergé en Saint Laurent 70 miljoen dollar op, in ruil voor het afstaan van alle rechten op het merk Yves Saint Laurent maar met behoud van de alleenheerschappij over de haute couture. Een lege huls, zoals te verwachten en te voorzien was. Het is precies deze splitsing van activiteiten die YSL fataal is geworden: of Saint Laurent zelf en vrijwillig de consequenties heeft getrokken (zoals hij en Bergé bij hoog en bij laag volhouden) of dat hij daartoe gedwongen is door Pinault doet er eigenlijk niet eens toe.

Bitter-ironisch is dat Bergé en Yves Saint Laurent als eersten in de haute couture het belang van andere, populairdere en winstgevende activiteiten hebben onderkend. Al ruim vóór de oliecrisis zelfs. In 1966 opende de eerste aan een haute couture-huis gelieerde prêt-à-porter-winkel, Saint Laurent Rive Gauche, in de Rue de Tournon. Het genie YSL ging geld verdienen, al maakte de nieuwe activiteit pas ruim 10 jaar later, in 1977, winst. Nog weer 10 jaar later is dat 10 miljoen euro op jaarbasis. De parfumlijn van YSL, eigendom van de Squibbe-Groep, wordt in die tijd in de verkoop gedaan. Dankzij een complexe verbintenis met de Italiaanse zakenman Carlo de Benedetti en zijn holding Cerus is Bergé in staat ook het parfum weer onder eigen vleugels te krijgen.

De aankoop kost veel geld. Juli 1989 gaat Yves Saint Laurent daarom naar de beurs, een coup magique, die in het jaar daarop al een nettoresultaat van 32 miljoen euro oplevert. Maar Cerus, waarmee het minder goed gaat, trekt zijn kapitaal twee jaar later terug. Mede onder invloed van de Golfoorlog loopt de schuld van Bergé op tot 227 miljoen euro: hij moet zo snel mogelijk een andere partner vinden. Onderhandelingen met l'Oréal en Bernard Arnault, van luxe artikelen-groep LVMH en aartsvijand van Pinault, lopen op niets uit. Pas in 1993 dient de oplossing zich aan en weet Bergé — na iedereen aanneemt dankzij zijn vriendschap met president Francois Mitterrand — zijn onderneming over te doen aan staatsbedrijf Elf-Sanofi, via een aandelenruil ter waarde van 550 miljoen euro. Vijf jaar later, teleurgesteld door de cijfers, zet Elf YSL in de verkoop. Na wederom mislukte onderhandelingen met Arnault, slaat Pinault in 1999 toe, niet in de laatste plaats om zijn rivaal een hak te zetten.

Opvallend is dat Bergé/YSL en Pinault elkaar nu omstandig uit de wind houden. Saint Laurent bedankte Pinault voor zijn vertrouwen, Bergé wuifde alle speculaties over een decreet van Pinault weg en zijnerzijds zei Pinault `geroerd' te zijn door het afscheid van een zo belangrijk cultuurdrager. Er zijn fricties geweest. Saint Laurent ging niet naar de presentatie van de eerste collectie, onder zijn naam, van Tom Ford, die daarmee ook nog eens een hommage bracht aan de meester. Wel ging hij een half jaar later naar de show van Hedi Slimane, voor Dior: eigendom van Bernard Arnault. Het zijn de kantoorpolitieke machinaties van de modewereld, nauwelijks van belang maar met mogelijk vérstrekkende gevolgen.

Maar waarschijnlijker dan dat deze tot een breuk en het afscheid hebben geleid is het, dat alle betrokkenen zich neerleggen bij het dictaat van de tijd. Het Huis van Saint Laurent, naar verluidt een oase van luxe, calme et beauté, om de dichter te citeren, past daar niet meer in. Een traditionele catwalk-show, met een bruid op het eind, van ontroering huilende volgelingen op de eerste rijen en een louter en alleen met de hoogste kwaliteit genoegen nemend genie zijn een anachronisme geworden. Het gaat om vondsten en spektakel, zowel wat betreft de locatie van de presentatie als het silhouet voor het komend seizoen.

Verwijzend naar de vuurmakers van dichter Arthur Rimbaud en naar zijn favoriete auteur Marcel Proust – die hem geleerd heeft dat `de ellendige familie van zenuwzieken het zout der aarde is' – zag Yves Saint Laurent kans in zijn poëtisch getoonzette afscheidswoord impliciet kritiek te leveren op die nieuwe tijd die hem de wacht heeft aangezegd. ,,Men moet me de hoogmoed maar vergeven, maar ik heb (-) geloofd in een mode die niet alleen maar bedoeld was om vrouwen mooier te maken, maar ook om hen zelfvertrouwen te geven (-) en hen de kans te bieden zichzelf te zijn. Ik heb me altijd verzet tegen de hersenspinsels van diegenen die hun eigen ego strelen ten koste van de mode.''

Pierre Bergé die, als altijd, in plaats van de intens verlegen Saint Laurent na afloop van de persconferentie het woord voerde, was directer. ,,Yves voelt zich niet meer thuis in een wereld die zich van vrouwen bedient in plaats van hen te dienen. Hij speelt een tenniswedstrijd zonder partner. Hubert de Givenchy was de laatste van zijn niveau. Omdat hij de bal niet meer terugkrijgt, bergt hij zijn racket op.''