OM in beroep in `diamantaffaire'

Het openbaar ministerie (OM) tekent beroep aan tegen de twee vrijspraken in de fraudezaak rond het `diamantfiliaal' van ABN Amro. Twee andere vonnissen, waarin taakstraffen werden uitgesproken, laat het OM verder rusten.

Eind december sprak de rechtbank twee voormalige ABN Amro-werknemers van het filiaal aan de Amsterdamse Sarphatistraat vrij in de fraudezaak. Volgens Justitie zouden zij, in samenspanning met de twee andere verdachten, geld van rekeningen hebben onttrokken. Het OM eiste tegen alle vier de werknemers drie jaar onvoorwaardelijke celstraf.

De vonnissen vielen fors lager uit, onder meer omdat de rechtbank oordeelde dat het onderzoek te lang had geduurd. Twee verdachten werden zelfs vrijgespoken omdat de rechters vonden dat ze helemaal niet vervolgd hadden mogen worden. Volgens het vonnis waren er tijdens het voorbereidend onderzoek ,,reeds onvoldoende feiten en omstandigheden voor een redelijk vermoeden van schuld.''

Met name deze specifieke toevoeging in het vonnis lijkt de achtergrond voor het hoger beroep van het OM. Als het oordeel op deze manier overeind blijft, kunnen de twee werknemers een forse schadeclaim indienen. Ze willen dat overigens niet alleen bij Justitie, maar ook bij hun voormalige werkgever doen.

ABN Amro ontsloeg de werknemers nadat op de afdeling van het Sarpathistraat-filiaal 180 miljoen gulden zoek was. Het geld is nog steeds niet terecht. Vermoed wordt dat het in handen is gekomen van enkele Libanese cliënten.

Wanneer de beroepszaak bij het Gerechtshof zal dienen is onbekend. De speciale advocaat-generaal voor financieel-economische zaken is vorig jaar opgestapt. Daardoor kampt het OM met grote vertraging in het aanbrengen van financiële fraudezaken. Onder meer enkele Clickfondsdossiers wachten al maanden op een behandeling in hoger beroep.