Israël bitter over reacties bootaffaire

Vorige week maakte Israël bekend 50 ton wapens bestemd voor Arafats Palestijnse gezag te hebben onderschept. De buitenwereld reageert echter nogal lauw.

Israël is gefrustreerd en woedend tegelijk dat het niet is gelukt de wereld ervan te overtuigen dat de geconfisqueerde wapens op het in de Rode Zee onderschepte schip Karine-A door de ,,bittere vijand'' Arafat in strijd met het Oslo-akkoord waren besteld en een groot gevaar voor de joodse staat vormden. Woordvoerders van het ministerie van Buitenlandse Zaken en van het ministerie van Defensie hebben zich de afgelopen dagen uitgeput om elkaar met de verantwoordelijkheid voor dit falen op te zadelen.

De hoofdwoordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken wist van niets totdat hij vrijdagochtend door een verslaggever van radio Israël werd ingelicht over het `fabelachtige succes' van de kaping van het wapenschip door Israëlische elite-eenheden. Buitenlandse diplomaten die zondag naar Eilat werden gevlogen om met eigen ogen te zien waarom de Palestijnse leider Arafat een aartsleugenaar is als hij zegt dat hij een eind probeert te maken aan het geweld, konden de uitvallen van premier Sharon tegen de Palestijnse leider niet volgen. Een uur lang vielen Sharon, minister van Defensie Ben Eliezer en opperbevelhebber Mofaz de ,,op oorlog uit zijnde'' Palestijnse leider namelijk in het Ivriet aan. Simultaanvertaling werd over het hoofd gezien. Het festival in Eilat voor het gekaapte schip, in de bittere avondkou, had meer weg van een verheerlijking van Israëls leiders dan van een effectieve informatiecampagne om de wereld van Israëls gelijk te overtuigen.

Toen het tot Jeruzalem doordrong dat de wereldmedia de boot en de politieke betekenis daarvan links lieten liggen, werd besloten de Palestijnse kapitein van het schip ten tonele te voeren. In zijn gevangenis werd hij door twee Israëlische tv-stations en een persbureau geïnterviewd. Aangenomen kan worden dat de ondervragers van Shin-Beth in de buurt stonden. ,,Is hij niet bang weer terug te gaan naar de ondervragingskamer?'' vroeg de presentatrice van een tv-nieuwsprogramma zich af.

De Israëliërs zijn de vraagtekens die boven deze affaire in Washington, Kairo en elders hangen als een vijandige houding gaan beschouwen. Wat niet doordringt, is dat de campagne rond de onderschepping van de boot onder correspondenten en diplomaten meteen werd uitgelegd als een doorzichtige poging om de bemiddelingspoging van de Amerikaan Anthony Zinni te torpederen. De geloofwaardigheid van Sharons vredeswil is in buitenlandse ogen en ook bij links Israël zo diep onder nul gezakt dat Israël van heel goeden huize moet komen om in de wereldmedia en hoofdsteden te scoren.

De bootaffaire kwam vrijdag in het Israëlische nieuws op het moment dat Zinni bij de door het Israëlische leger omsingelde Arafat in Ramallah op bezoek was. Vlak voor een eerdere missie van Zinni werd op last van Sharon een Palestijn geliquideerd. Zo langzamerhand is door het optreden van Sharon de indruk ontstaan dat hij geen bemiddeling wil, om aan stopzetting van de bouw van nederzettingen te ontsnappen. Sharon is verdacht en daarom wordt de bootaffaire zelfs door de Amerikaanse bondgenoot met argusogen gevolgd en geanalyseerd. Tot vandaag tonen de Amerikanen zich officieel niet van het Israëlische gelijk overtuigd. Een Israëlische regeringsfunctionaris toonde zich daarover vanochtend ,,teleurgesteld''.

In Eilat schudde Sharon van verontwaardiging toen hij een vraag pareerde over de aanwezigheid van een lid van de Libanese strijdgroep Hezbollah op de boot. ,,Nee, dat is niet waar'', zei hij. De New York Times had dat aan de hand van een bron op het State Department zaterdag geschreven. Radio Israël meldde dat vrijdag al. Een bron in Jeruzalem zei vandaag dat een onbevoegde Israëlische instantie verantwoordelijk was geweest voor dat radiobericht, waardoor de gedachte opkwam dat de wapens misschien niet voor de Palestijnen maar voor Hezbollah in Libanon bestemd waren. De kapitein van de Karine-A zei gisteren dat er inderdaad een lid van Hezbollah op de boot was die had moeten helpen met het lossen van de wapens voor de kust van Gaza.

Een en ander betekent niet dat de Palestijnen vrijuit gaan. Arafat heeft een onderzoek gelast. De Palestijnse voorlichting zegt dat een ieder van wie komt vast te staan dat hij bij de aankoop van het schip en de wapens betrokken is verantwoordelijk zal worden gesteld. Het is de vraag wat daaruit komt.